Als iemand met een arbeidsbeperking een baan krijgt, heeft dat niet alleen voordelen voor de persoon zelf, maar ook voor de samenleving. Dit blijkt uit de publicatie ‘De brede baten van werk’ van CPB en SCP.

Mensen met een arbeidsbeperking doen namelijk minder vaak een beroep op geestelijke gezondheidszorg en Wmo-ondersteuning als ze werk hebben. Ook daalt het risico op crimineel gedrag. 

Deze positieve effecten van arbeidstoeleiding leveren samen 5.000 euro per jaar per persoon op, exclusief de kosten van de bijstandsuitkering.

Arbeidstoeleiding

Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 daalde de kans op een baan voor mensen met een arbeidsbeperking flink. In de eindevaluatie van de Participatiewet wees het SCP op de financiering van de arbeidstoeleiding. Gemeenten dragen hiervan de volledige kosten. Van de opbrengsten daarvan kunnen gemeenten slechts deels profiteren. 30% komt daarvan ten goede aan gemeenten, 10% aan zorgverzekeraars en 50% aan het Rijk.

Andere financiering nodig

Het CPB beveelt aan de financiering vanuit de Participatiewet (deels) te laten afhangen van het aantal arbeidsbeperkten dat aan een baan wordt geholpen. Zo worden gemeenten gestimuleerd om banen voor deze groep te zoeken.

VNG onderschrijft dat gemeenten nu niet financieel worden geprikkeld om burgers aan het werk te helpen. Besparingen worden nu op de uitkeringen op het BUIG-budget verminderd.

Maar dit onderzoek benadrukt vooral het pleidooi van de VNG dat een groter participatiebudget noodzakelijk is, omdat investeren in werk loont.

Achtergrond onderzoek

Het onderzoek ‘De brede baten van werk’ richt zich op mensen die verstandelijk beperkt zijn, een psychische aandoening hebben of lichamelijk beperkt zijn en die niet op eigen kracht een betaalde baan kunnen vinden.

In het verleden werkten deze mensen vaak in een sociale werkplaats. Sinds 2015 helpt de gemeente hen vanuit de Participatiewet bij het vinden van een baan bij een reguliere werkgever of een beschutte werkplek.

Meer informatie