De Tweede Kamer stemde dinsdag in met een initiatiefwetsvoorstel om een correctief referendum grondwettelijk mogelijk te maken. In het oorspronkelijke voorstel stond dat het correctief referendum direct ook zou gelden voor gemeenten en provincies. Door een amendement is dit gewijzigd.

Het aangenomen amendement doet recht aan de autonomie van gemeenten en provincies. Nu al kunnen medeoverheden een adviserend referendum uitschrijven op basis van onder andere de Gemeente- en Provinciewet, als zij daarvoor een verordening vaststellen. Deze mogelijkheid blijft onverkort van kracht. Met het amendement hebben gemeenten en provincies straks de nieuwe (grondwettelijke) mogelijkheid om hier een bindend referendum aan toe te voegen.

Betekenis van een bindend correctief referendum

Met een binden correctief referendum kunnen door het parlement aangenomen wetten aan de bevolking worden voorgelegd en eventueel worden afgewezen. De initiatiefnemer, Ronald van Raak (SP), vindt het instrument een belangrijke aanvulling op het werk van het parlement. Hij voelt zich gesteund door de Staatscommissie parlementair stelsel, die eind 2018 invoering van een bindend referendum bepleitte in haar advies 'Lage drempels, hoge dijken' (zie onderaan dit bericht).

Gevolgen voor gemeenten en provincies

Voor gemeenten en provincies betekent het dat zij straks zelfstandig kunnen besluiten of zij een referendum mogelijk willen maken, in welke variant (adviserend of bindend) en over welke lokale besluiten. Ook de drempels voor het inleidend verzoek en verzoek om een correctief bindend referendum te organiseren kunnen per verordening worden vastgesteld.

Uitkomstdrempel volgens het wetsvoorstel

In het wetsvoorstel is een uitkomstdrempel vastgesteld die geldt voor alle correctieve referenda. Deze uitkomstdrempel is conform het advies van de Raad van State vastgesteld en bestaat uit een meerderheid van het aantal geldige uitgebrachte stemmen, die ten minste gelijk is aan een meerderheid (de helft +1) van het aantal stemmen bij de meest recente verkiezingen van het betreffende bestuursorgaan.

Het verdere proces

Nu de Tweede Kamer akkoord is, zal het wetsvoorstel worden besproken in de Eerste Kamer. Omdat het om een grondwetswijziging gaat, moet er na de verkiezingen opnieuw over gestemd worden door Eerste en Tweede Kamer en dan is een tweederdemeerderheid nodig. Pas dan is de grondwetswijziging om het correctieve referendum mogelijk te maken een feit. Er is vervolgens een referendumwet nodig waarin verder wordt uitgewerkt hoe burgers een referendum kunnen aanvragen en hoe het referendumproces verder wordt vormgegeven. Dit wetsvoorstel volgt op een later moment.

Meer informatie