De VNG laat aan beide fondsbeheerders weten voor een behoud van de brede koppeling van de trap-op-trap-af-systematiek van het gemeentefonds te zijn. Daarbij moet de opschalingskorting de volgende kabinetsperiode definitief van tafel en ook niet onder een andere noemer terugkeren. Met deze niet-taakgebonden korting ondergraven de fondsbeheerders de trap-op-trap-af-systematiek.

Evaluatierapport fondsbeheerders

Onlangs stuurden de fondsbeheerders het evaluatierapport van de normering gemeentefonds en provinciefonds 2015-2020 naar de Tweede Kamer. Dat rapport geeft aan dat de stabiliteit van de raming van het accres voor het gemeentefonds tussen de meicirculaire in het begrotingsjaar en de eindafrekening niet afnam, maar gelijk bleef. Wel was in historisch opzicht sprake van een uitzonderlijk hoge onder-uitputting op de rijksbegroting. Maar met de nieuwe brede koppeling nam de stabiliteit van de accresraming technisch gezien flink toe. Ook komt een flink deel van de schommelingen van de accresraming door de bijstelling van de rijksbegroting voor de ontwikkeling van prijzen; deze actualisatie wordt juist als nuttig gezien. 

Het evaluatierapport stelt in de aanbevelingen dat de stabiliteit van de accresraming vanuit een bestuurlijk oogpunt als onvoldoende wordt ervaren. Het rapport geeft daarom 3 opties om deze stabiliteit te verbeteren:

  1. Een centrale behoedzaamheidsreserve.
  2. Tussentijds vastzetten van de raming van het accres.
  3. Vast volume-accres met actuele bijstelling voor prijsontwikkelingen.  

VNG-reactie

Het recente eindrapport van de Rijks studiegroep Interbestuurlijk en financiële verhoudingen adviseert om voor de normering gemeentefonds over te stappen naar een apart volume-accres sociaal domein en apart volume-accres voor het klassieke deel van de algemene uitkering. In een schriftelijke reactie geven we richting fondsbeheerders aan juist voor een behoud van de brede koppeling te zijn en dus niet voor vaste volumeaccressen. Praktisch gezien is volgens ons een ingreep voor meer ramingsstabiliteit van het accres niet meer nodig omdat: 

  • De ramingsstabiliteit met de brede koppeling al met een factor twee is toegenomen.
  • De onder-uitputting op de rijksbegroting aan het begin van deze kabinetsperiode in historisch opzicht uitzonderlijk groot was, wat zich de volgende kabinetsperiode niet herhaalt.
  • De opties die de evaluatie voor verbetering aandraagt, nemen de resterende instabiliteit van de accresraming door de bijstelling voor prijsontwikkelingen en door actualisatie van de maatstaven voor verdeling van de algemene uitkering niet weg, omdat die bijstellingen juist nuttig worden gevonden.
  • Het negatief afwijken van het accres met de uiteindelijke ontwikkeling van de rijksbegroting ook scheve ogen onder gemeenten oplevert. 

Centrale behoedzaamheidsreserve

Maar als de fondsbeheerders toch een ingreep nodig vinden, vinden we het instellen van een centrale behoedzaamheidsreserve bespreekbaar. Een meerjarig vast volume-accres als ingreep vinden we dus ongeschikt. Deze behoedzaamheidsreserve moet dan wel in stappen worden gevormd en alleen worden ingezet bij een behoorlijk negatieve eindafrekening van het accres. Dat voorkomt het te zuinig begroten bij gemeenten. Met een dergelijke behoedzaamheidsreserve in het gemeentefonds ontstaat een financieringsvoordeel voor het Rijk. De eerste vorming van de oude behoedzaamheidsreserve van weleer is destijds daarom voor een flink deel door de fondsbeheerders betaald.  

Meer informatie