Op 25 november 2020 debatteert de Tweede Kamer met de minister van BZK over de Omgevingswet. De VNG vraagt de Kamer aandacht voor de invoeringsdatum, inwerkingtreding met een werkend stelsel en de kosten van de Omgevingswet. 

Gemeenten staan achter de Omgevingswet en de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2022. De opgaven waar onze maatschappij voor staat zijn groot. De Omgevingswet is voor gemeenten een belangrijk instrument om deze effectiever het hoofd te bieden. Gemeenten bereiden zich al jaren voor op de Omgevingswet.

Werkend stelsel en financiën

Het doel is om in werking te treden met een werkend stelsel. Hiertoe moeten de landelijke en provinciale wet- en regelgeving stabiel zijn en ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO moet functioneren op het overeengekomen basisniveau voor inwerkingtreding. Ook moeten de heldere afspraken die zijn gemaakt over de verdeling van de kosten worden nagekomen. Gemeenten constateren dat de invoeringskosten nu veel hoger uitkomen. Tegelijkertijd constateren we dat de structurele kosten en baten nog onvoldoende in beeld zijn en dat er pas opbrengsten kunnen gaan ontstaan als de wet in werking is getreden. Uitgangspunt voor gemeenten blijft dat de Omgevingswet budgetneutraal moet kunnen worden ingevoerd. Op het moment dat dit niet mogelijk blijkt te zijn, gaan we hierover in gesprek met de minister en verwachten we dat hiervoor voldoende financiële compensatie beschikbaar komt.

Op alle punten zijn we intensief in overleg met de minister en hebben we er vertrouwen in dat de afspraken opgevolgd worden. We willen daarom nu geen vertraging oplopen in het wetstraject.

Meer informatie