Op 3 juni debatteert de Tweede Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) over kansengelijkheid. In een brief roepen de VNG en partners de politiek op om de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs verder te versterken en belemmeringen weg te nemen.
Versterken van de pedagogische basis
Het commissiedebat is een belangrijk moment om gezamenlijk aandacht te vragen voor een onderwerp dat direct raakt aan de ontwikkeling van kinderen: de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs. Daarom hebben de PO-Raad, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Sociaal Werk Nederland en de Vereniging Netwerk Kindcentra (VNK) een brief gestuurd aan de Commissieleden OCW in de Tweede Kamer.
In de brief roepen we de politiek op om de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs verder te versterken en belemmeringen weg te nemen. Kinderen ontwikkelen zich immers niet in afzonderlijke systemen. Hun ontwikkeling begint al vóór de basisschool en loopt door na schooltijd. Juist daarom is meer samenhang nodig tussen kinderopvang, onderwijs, welzijn, jeugdhulp, gemeenten en andere partijen die rondom kinderen en gezinnen staan. Samen vormen deze organisaties de pedagogische basis waarin kinderen opgroeien, spelen, leren en zich ontwikkelen. Hoe sterker die basis, hoe groter de kansen voor kinderen om zich optimaal te ontplooien.
In onze brief doen wij een gezamenlijke oproep aan de politiek:
Faciliteer de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs.
Maak kinderopvang toegankelijk voor alle kinderen van 0 tot 13 jaar.
Stel gemeenten in staat om meer samenhang in het beleid voor jonge kinderen te creëren.
Werk toe naar een systeem van latere selectie in het onderwijs.
Samen werken aan gelijke kansen voor ieder kind
De gezamenlijke brief sluit nauw aan bij onze ambitie: een sterke ontwikkelomgeving voor alle kinderen, met kinderopvang als volwaardige partner binnen het bredere stelsel van kindontwikkeling. Alleen door samen te werken met onze maatschappelijke partners en beleid beter op elkaar af te stemmen, kunnen we bouwen aan gelijke kansen voor ieder kind.