Door de nijpende woningnood en toenemende eenzaamheid van ouderen, neemt het verhuren van een kamer in een huis weer in populariteit toe. Een wetswijziging dit jaar zal hospitaverhuur bij mensen met een hypotheek vaker mogelijk maken, daarnaast is er bij gemeenten vaak ook aanpassing van regels nodig.

Om gemeenten hierop voor te bereiden, heeft de VNG de Handreiking hospitaverhuur (pdf, 908 kB) gepubliceerd. Op 11 juni volgt een verdiepend webinar.

Wetvoorstel voor hospitahuurcontract

Het publieksonderzoek hospitaverhuur laat zien dat circa 100.000 mensen met een lege kamer interesse hebben om hospitaverhuurder te worden. Dit potentieel kan worden benut zodra de Tweede Kamer instemt met een wetswijziging voor de invoering van een zogenoemd hospitahuurcontract. Met dit contract kunnen hypotheekverstrekkers eerder toestemming geven voor hospitaverhuur door eigenaar-bewoners met een hypotheek. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Raad van State voor advies en wordt naar verwachting later dit jaar in de Tweede Kamer behandeld.

Aanpassen omgevingsplan gemeente

Veel gemeenten hebben in hun omgevingsplan vastgelegd dat een woning slechts door één (duurzaam samenlevend) huishouden mag worden bewoond. Deze regel voorkomt ongewenste verkamering, maar belemmert ook hospitaverhuur. Hoewel kamergewijze verhuur soms kan leiden tot overbewoning of overlast, is dat bij hospitaverhuur doorgaans niet het geval. Gemeenten zoeken daarom naar manieren om hun regelgeving zo aan te passen dat hospitaverhuur mogelijk wordt, terwijl zij grip houden op grootschalige verkamering.

Uit een enquête blijkt dat er behoefte is aan duidelijke richtlijnen voor het aanpassen van regels in het omgevingsplan en de huisvestingsverordening. De handreiking biedt hiervoor handvatten.

Wat vindt u verder in de handreiking?

De handreiking gaat uitgebreid in op:

•    het aanpassen van het omgevingsplan; 
•    mogelijke regulering via de huisvestingsverordening; 
•    aanvullende criteria voor hospitaverhuur; 
•    vergunningverlening en afwegingen daarbij; 
•    samenwerking met woningcorporaties en maatschappelijke organisaties; 
•    fiscale en financiële gevolgen (met verwijzingen naar onder meer de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank).