Nog niet alle gemeenten zijn actief bezig met de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) in overleg met het College voor de Rechten van de Mens.

Aan het onderzoek werkten 47 gemeenten mee. Slechts een kwart van hen heeft (of ontwikkelt) een integraal plan om de deelname van inwoners met een beperking aan de samenleving te bevorderen: een z.g. Lokale Inclusie Agenda.

Jan de Ridder en Ali Rabarison

NVRR voorzitter Jan de Ridder overhandigde het landelijke rapport van het Doe-mee-onderzoek woensdag 30 oktober aan Ali Rabarison, directeur Beleid/Inclusieve samenleving bij de VNG.

Werk aan de winkel

Uit het rapport blijkt dat er werk aan de winkel is voor gemeenten. De rekenkamers die hebben deelgenomen aan het onderzoek kunnen de resultaten van hun gemeente gebruiken om het gesprek aan te gaan over de stand van zaken. Elke gemeente die op zoek is naar informatie over het VN-verdrag Handicap kan terecht bij het VNG-project Iedereen doet mee!. (Zie onderaan dit bericht.)

Ultieme tip

Meerdere partijen waren aanwezig bij de overhandiging van het rapport aan de VNG, o.a. een gemeente, Ieder(in), het College voor de Rechten van de Mens, het ministerie van VWS, rekenkamer(commissie)leden en onderzoekers van de NVRR. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren kwam, wordt breed gedeeld.

Er werd gediscussieerd over de beste manier om het VN-Verdrag Handicap te gebruiken om aan een inclusieve samenleving te werken. De ultieme tip die naar voren kwam is het organiseren van de samenwerking met ervaringsdeskundigen. Dit is niet voor niets het motto van het verdrag: niets over ons zonder ons.

Lokaal rekenschap

Met de decentralisaties hebben gemeenten een groter takenpakket gekregen, zo ook op het terrein van rechten van mensen met een beperking. Op dat lokale niveau moet dan ook onderzocht worden of aan de verplichtingen wordt voldaan. De gemeenteraad heeft daarbij een belangrijke controlerende en agenda-zettende rol, waarbij het onderzoek van de rekenkamers kan bijdragen aan de discussies en het afwegen van opties.

Hoe ver zijn de onderzochte gemeenten?

De NVRR onderzocht in hoeverre de deelnemende gemeenten voldoen aan de verplichting om stapsgewijs het VN-Verdrag Handicap uit te voeren. De onderzoekers bekeken in hoeverre deze gemeenten in hun beleidsplannen voor het sociaal domein expliciet aandacht besteden aan inwoners met een beperking. Ook bekeken zij of gemeenten een apart plan hebben om de samenleving inclusiever te maken voor mensen met een beperking.

  • Vier van de onderzochte gemeenten hebben een dergelijk plan.
  • Acht andere gemeenten zijn hiermee begonnen.
  • Vijftien gemeenten hebben geen apart plan, maar besteden wel expliciet aandacht aan inwoners met een beperking bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wmo en de Jeugdwet.
  • Twintig gemeenten geven in hun beleid helemaal niet aan wat zij doen om de deelname van inwoners met een beperking aan de samenleving te bevorderen.

Lokale Inclusie Agenda niet het enige middel

De rekenkamers en de NVRR hebben onderzocht in welke mate gemeenten een lokale inclusie agenda of inclusief beleid op de drie wetten in het sociaal domein hebben. De verplichtingen vanuit het VN-Verdrag Handicap gaan echter over alle terreinen, niet exclusief het sociaal domein.

Bovendien zijn er enkele andere wettelijke verplichtingen die specifiek met het verdrag te maken hebben. Bijvoorbeeld de Banenafspraak, het Besluit toegankelijkheid openbaar vervoer en het Bouwbesluit. En de komende wetten met specifieke taken op dit onderwerp zoals de Omgevingswet en het Breed Offensief.

Aandacht nodig voor positie vrouwen

De gemeenten met een Lokale Inclusie Agenda hebben vooral aandacht voor de toegankelijkheid van cultuur, sport en vervoer en in mindere mate voor toegang tot werk en geschikte woningen. Bijna al deze gemeenten nemen maatregelen om hun eigen gebouwen en informatievoorziening toegankelijk te maken. Opvallend is verder dat geen enkele gemeente bijzondere aandacht heeft voor de positie van vrouwen met een beperking, terwijl het verdrag daar wel om vraagt.

Meer informatie