Naar aanleiding van zorgen van gemeenten over de financiële beheersbaarheid in het sociaal domein spraken de VNG en BZK af een Visitatiecommissie op te richten. Hoe staat het ervoor met het werk van deze commissie en wat zijn de eerste bevindingen?

De opdracht aan de Visitatiecommissie is gemeenten helpen om grip te krijgen op de uitgaven in het sociaal domein: door gemeenten te ondersteunen, landelijke trends en knelpunten in wetten en regels inzichtelijk te maken, en in samenspraak met het Rijk lering te trekken via een brede klankbordgroep.

Veel aanmeldingen

De commissie kan in de initiële looptijd (2019) tien gemeenten bezoeken maar inmiddels zijn ruim vijftig gemeenten aangemeld. De eerste vijf visitatietrajecten lopen nu, bij de prioritering is onder andere gekeken naar geografische spreiding, actuele financiële positie en eventuele deelname aan eerdere onderzoeken en/of verbetertrajecten.

Breed beeld

De gestelde (hulp-)vraag en positie in de regio van de aangemelde gemeenten is nader onderzocht om te zorgen voor een breed beeld van de dynamiek in het sociaal domein. De commissie wil om die reden graag in contact komen met gemeenten in Friesland en Groningen en in de Randstad en wil ook minimaal één G40-gemeente bezoeken.

Eerste uitkomsten 

Hoewel pas een klein aantal gemeenten het volledige traject doorlopen hebben, zijn een aantal hoofdbevindingen al wel te delen. Hierbij baseert de commissie zich ook op de vijftig ingekomen aanvragen en de oriënterende gesprekken die daarop volgden.

Dit zijn de hoofdbevindingen van de commissie:

  1. Nadruk op Jeugd: zonder uitzondering gaat de meeste aandacht naar uitgaven onder de Jeugdwet, op afstand gevolgd door de Wmo-2015. 
  2. Data-gebruik: gemeenten zijn in wisselende mate in staat om data te ontsluiten en te benutten voor de opbouw van een monitor en/of dashboard. Hierbij maken zij afzonderlijk van elkaar kosten voor de ontwikkeling van instrumentaria. Op dit moment bestaat nog geen model-monitor of ijkpunten waar gemeenten de monitor/dashboard op kunnen richten. 
  3. Regio: er is een stevige positie van de gemeente nodig in de samenwerking met aanbieders, inwoners en omliggende gemeenten. Een zekere schaalgrootte is nodig om dit gesprek op het juiste niveau te kunnen voeren, zeker als het gaat om de rol van grote aanbieders. Tegelijkertijd levert regionale samenwerking ook nieuwe knelpunten op, bijvoorbeeld in besluitvorming of bij tegengestelde uitgangspunten.
  4. Bezuinigingsmaatregelen: een vroegtijdige start met de transformatie blijkt geen harde garantie voor grip op uitgaven en een afname van tekorten. Veel gemeenten hebben interventies ingezet om de uitgaven te temperen maar zien de uitgaven nog onvoldoende dalen.
  5. Instroom: werkdruk bij de gemeentelijke toegang en de autonome positie van wettelijk verwijzers (Jeugd, met name huisartsen) geeft beperkte grip op de toegang. Zicht op veelvoorkomende (hulp-)vragen en een solide samenwerking met huisartsen biedt ruimte om schaarse middelen gerichter in te zetten ('matched care' in plaats van 'stepped care'). 
  6. Doorstroom: afhankelijk van het inkoopmodel valt op dat trajecten vaak langer duren dan oorspronkelijk voorzien en dat de intensiteit opgeschaald wordt gedurende de looptijd. Dit terwijl het aantal trajecten dat verkort is kleiner is. Gemeenten die zicht hebben op de duur van trajecten kijken naar oorzaken van verlengingen en stellen zich zakelijker op naar aanbieders. 
  7. Uitstroom: voorzieningen in de lokale basisinfrastructuur (zoals welzijnswerk) staan in sommige gemeenten onder druk vanwege oplopende tekorten. De commissie ziet een risico van verschraling, waardoor mogelijk de druk op professionele ondersteuning toeneemt. 

Verlenging van en vervolg na initiële looptijd

De VNG maakt gebruik van de mogelijkheid om de initiële looptijd (tot eind dit jaar) te verlengen tot uiterlijk 1 juni 2020, passend binnen de budgettaire ruimte van de bijdrage van het ministerie van BZK. Vooraf was dit al als mogelijkheid voorzien omdat de praktijk moest uitwijzen welke duur de visitatietrajecten zouden hebben en hoe de beschikbare capaciteit kon worden ingezet.

Vervolg en leerbijeenkomsten

In samenwerking met de provinciale VNG-afdelingen en de bezochte gemeenten organiseren we dit najaar leerbijeenkomsten rond ‘grip op de uitgaven sociaal domein’. Daarnaast willen de komende tijd graag met BZK kijken naar mogelijkheden om de activiteiten ook na de initiële looptijd voort te zetten. Het vragen van een financiële bijdrage aan deelnemende gemeenten behoort tot de mogelijkheden.

Meer informatie