Gemeenten worden vanaf 1 januari 2021 ook financieel verantwoordelijk voor de huisvestingslasten van de instellingen voor gesloten jeugdhulp, zoals dat voor andere sectoren in de jeugdhulp al het geval was. VNG en VWS hebben hierover een handreiking opgesteld.

Van 2015 tot en met 2020 financierde het Rijk de huisvestingslasten. Reden hiervan was de invoering van een normatieve huisvestingscomponent (NHC) in de gesloten jeugdhulp. De Subsidieregeling huisvestingslasten gesloten jeugdhulp eindigt op 31 december 2020. Op basis van deze regeling verstrekte het ministerie van VWS de instellingen voor gesloten jeugdhulp subsidie voor de huisvestingslasten.

Budget overgeheveld

Het budget voor de huisvestingslasten gesloten jeugdhulp is bij de decentralisatie in 2015 al overgeheveld naar het macrobudget jeugdhulp (Gemeentefonds) per 2021. Voor de uitvoering van de subsidieregeling door VWS is voor de periode 2015 tot en met 2020, tijdelijk, budget uitgenomen.  Voor deze overgangsperiode is destijds gekozen om de NHC stapsgewijs in te laten groeien bij alle instellingen, die voor 2015 werden gecompenseerd voor feitelijke lasten. Het macrobudget Jeugdhulp bevat vanaf 1 januari 2021 dan ook de financiële middelen voor gemeenten om de huisvestingslasten te financieren. Dit is opgenomen in de meicirculaire van 2016. Het gaat om een budget van 18,7 miljoen en een bedrag van € 16.001, – per plaats per jaar.

Belang van NHC

Gemeenten dienen vanaf 2021 in hun tarieven voor JeugdzorgPlus ook de vastgestelde NHC op te nemen. Het is belangrijk dat alle gemeenten dit doen, omdat het gaat om feitelijke kosten die alle aanbieders maken. De instellingen hebben de afgelopen jaren toegewerkt naar een situatie waarin zij hun huisvestingslasten kunnen financieren op basis van deze normatieve huisvestingsvergoeding.

Meer informatie