De VNG wil op basis van praktijkervaringen de impact van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op de inzet en organisatie van de VTH beter in beeld brengen. Deze aanvullende monitoring en evaluatie moet ook worden meegenomen in besluitvorming over eventuele nieuwe aanpassingen van de wet.
Monitoring onvoldoende
Sinds 1 januari 2024 is het toezicht voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (nieuwbouw van eenvoudige bouwwerken) verschoven van de gemeente naar de private kwaliteitsborger. Bij de invoering van Wkb is afgesproken dat de formele eindevaluatie 3 jaar na inwerkingtreding van de wet wordt voorzien. Op aandringen van de Eerste Kamer heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) naast de monitoring ook tussenrapportages per jaar toegevoegd, waaronder die voor de zomer van 2026 op basis van 2025.
De VNG vindt de informatie die uit de monitoring volgt nog onvoldoende doordat de Wkb naar verwachting pas dit jaar echt op gang komt. Daarnaast is het de vraag of de uitkomsten voldoende input geven om een goede eindevaluatie te maken.
Verschillende invalshoeken
Ook constateert de VNG een groot verschil in hoe de diverse betrokkenen de impact en het resultaat van de Wkb-uitvoering verwoorden. Dit komt doordat gemeenten, BWT professionals en bijvoorbeeld de TloKB (Toelatingsorganisatie KwaliteitsBorging) vanuit verschillende belangen, rollen en verantwoordelijkheden kijken naar dezelfde praktijk.
Die uiteenlopende invalshoeken verklaren de verschillen in perceptie, maar bemoeilijken tegelijkertijd het zicht op de gezamenlijke opgave en vormen aanleiding tot conflicten. Betere bouwkwaliteit realiseren tegen lagere maatschappelijke en opdrachtgeverskosten hoort het doel te blijven. In de notitie Drie perspectieven op de dezelfde Wkb (pdf, 209 kB) hebben we de verschillen, overeenkomsten en omissies vanuit 3 onderzoeken op een rij gezet.
Onderzoek naar impact op organisatie
De VNG wil, in samenwerking met de Vereniging BWT Nederland en andere partners, het functioneren van het stelsel in kaart brengen met een uitgebreide analyse van praktijkcasussen, zowel succesvolle projecten als problematische situaties. Deze casussen worden geselecteerd uit een vanuit gemeenten opgestelde signalenlijst. Hiermee willen we een helder beeld schetsen van de financiële en organisatorische impact voor gemeenten, aannemers en initiatiefnemers, als noodzakelijk onderdeel richting de officiële eindevaluatie van het rijk in het najaar van 2027.
Onderzoek naar financiële consequenties
De huidige tussenrapportages zijn volgens de VNG meer een overzicht van lopende praktijkinzichten. Daarnaast loopt ook nog het onderzoek conform art 2 Gemeentewet dat nodig is voor besluitvorming rond de tijdelijke en structurele financiële consequenties van de Wkb. In dat onderzoek werken we met nadere vragen om inzicht te krijgen wat de praktijk van handhaving binnen de Wkb aan tijd kost en wat gemeenten daarbij aanvullend nodig hebben aan acties en capaciteit.