Individuele gemeenten helpen grip te krijgen en te houden op hun uitgaven in het sociaal domein. Dat is de hoofdopdracht van de Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein. De uitkomsten zijn primair bestemd voor de gemeenten, daarnaast verschijnen er algemene tussenrapportages.

Deze tussenrapportages zijn bedoeld om hoofdlijnen in beeld te brengen en te kunnen bespreken. De commissie presenteert nu de tweede tussenrapportage.

Tussenrapport na 10 trajecten

Ruim 70 gemeenten hebben zich aangemeld bij de commissie. De tweede rapportage geeft een beeld van de trajecten die nu met 10 gemeenten zijn doorlopen, aangevuld met inzichten uit de overige 60 aanmeldingen.

Belangrijkste bevindingen

Vooropgesteld dat de tussenrapportages niet representatief zijn voor álle gemeenten, geeft de commissie in deze rapportage onder meer de volgende bevindingen:

  •  Gemeenten kunnen meer grip op de uitgaven krijgen door een heldere visie te vertalen naar concrete doelen waarop gemonitord en gestuurd wordt. 
  •  Ook in de toekomst willen gemeenten klaar kunnen blijven staan voor de meest kwetsbare en minst draagkrachtige inwoners. De gangbare uitspraak 'doen wat nodig is' moet opgevat worden als 'doe alleen wat nodig is en doe niet wat niet nodig is'.   
  •  Het huidige uitgavenniveau in het sociaal domein vraagt een zakelijkere benadering. Niet alleen van gemeenten zelf, ook het Rijk is aan zet. De commissie kaart systeemvraagstukken aan die gemeenten beter in staat moeten stellen om daadwerkelijk te kunnen sturen.     

De commissie gaat dieper in op de samenwerking tussen gemeenten, grip op de toegang en de impact van de tekorten op de bredere gemeentebegroting. Tot slot worden te ontwikkelen producten en diensten benoemd die de financiële beheersbaarheid ten goede moeten komen.

Meer informatie