De Tweede Kamer stemde 2 juli in met de Wet versterking lokale omroepen, inclusief een aantal amendementen en moties. Met de wetswijziging verandert de organisatie en financiering van de lokale publieke omroep ingrijpend. Gemeenten krijgen een andere rol, het rijk wordt verantwoordelijk voor de financiering.
Verwachte invoeringsdatum
In het najaar behandelt de Eerste Kamer het wetsvoorstel. Als de wet vóór 1 november 2026 wordt vastgesteld, treedt zij op die datum in werking. Het nieuwe stelsel voor lokale omroepen gaat dan in op 1 januari 2028. Wordt de wet later vastgesteld dan verschuift de invoering naar 1 januari 2029.
Belangrijkste wijzigingen
De belangrijkste wijzigingen uit het wetsvoorstel zijn:
- Het maximum van 80 streekomroepen blijft gehandhaafd. De huidige streekindeling verandert daarmee niet. Het maximum wordt wel vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur, zodat het in de toekomst eenvoudiger kan worden aangepast als daar een duidelijke aanleiding voor is.
- Het rijk wordt verantwoordelijk voor de instandhouding en financiering van de streekomroepen. Gemeen hebben hierin geen formele verantwoordelijkheid meer. Het huidige normbedrag (of richtsnoerbedrag) voor lokale omroepen verdwijnt uit het gemeentefonds en wordt toegevoegd aan de begroting van het ministerie van OCenW.
- Gemeenteraden behouden een belangrijke adviestaak bij de aanwijzing van de streekomroep. Elke 5 jaar adviseren zij over het Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO) en de lokale verankering van de omroep. Alle gemeenten binnen de streek brengen hun advies uit. Het nieuwe coördinatieorgaan NLPO adviseert over het concessiebeleidsplan en de begroting. Beide adviezen (van de gemeenten en van de NLPO) wegen even zwaar. Het Commissariaat voor de Media neemt vervolgens het definitieve aanwijzingsbesluit.
- Het wetsvoorstel gaat ervan uit dat de rijksbekostiging voldoende is om de publieke mediaopdracht uit te voeren, inclusief lokale journalistiek. Aanvullende gemeentelijke financiering is daarom niet noodzakelijk.
Aanvullende financiering door gemeenten
Gemeenten kunnen er wel voor kiezen om aanvullend bij te dragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht. Omdat staatssteun door gemeenten moet worden voorkomen, gelden hiervoor duidelijke voorwaarden.
Een amendement van de Tweede Kamer maakt het mogelijk dat gemeenten ook tijdens de 5-jarige aanwijzingsperiode besluiten tot aanvullende financiering. Dit besluit moet uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan de financiering worden genomen en geldt voor het volledige verzorgingsgebied van de streekomroep. Gemeenten kunnen daarbij kiezen voor 1 of meerdere jaren.
Omdat de eerste aanwijzingsperiode start op 1 januari 2028, kan deze mogelijkheid voor het eerst worden toegepast voor financiering in 2029. Dit geeft gemeenten de gelegenheid eerst ervaring op te doen met het functioneren van de streekomroep voordat zij besluiten over een eventuele aanvullende bijdrage.
Vertegenwoordiging van gemeenten
Het Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO) moet een vertegenwoordiger bevatten uit iedere gemeente binnen het verzorgingsgebied van de streekomroep. Daarmee blijft de verbinding met alle deelnemende gemeenten geborgd.
Ondersteuning door de VNG
De VNG ondersteunt gemeenten bij de invoering van het nieuwe stelsel. In het najaar organiseert de VNG 6 regiobijeenkomsten waarin de gewijzigde wet en de gevolgen voor gemeenten worden toegelicht. Gemeenten ontvangen hiervoor binnenkort een uitnodiging. Daarnaast verschijnt eind dit jaar een geactualiseerde Handreiking aanwijzing lokale omroepen. Deze handreiking ondersteunt gemeenten bij de nieuwe aanwijzingsprocedure en de gewijzigde rollen en verantwoordelijkheden.