De commissie Financiën vergaderde op 16 mei. Op de agenda stond onder andere de planning van de herziening Financiële Verhoudingen.

Ook besprak de commissie een toelichting van Jan Monsma over de betekenis en risico's amendement Omtzigt over woningtarief ozb voor instellingen van sociaal belang en natuurlijk het voorjaarsproces in relatie tot de middelen Jeugd en het GGZ-akkoord.

De commissie Financiën schaart zich stellig achter de lijn van de VNG zoals die in de brief in het AD op 9 mei is verwoord. Structurele middelen ter compensatie van de kosten die gemeenten in de jeugdhulp moeten maken zijn noodzakelijk. Op de lange termijn kan daarbij voor een deel substitutie plaatsvinden met goede inhoudelijke beïnvloedingsmogelijkheden. Op de korte termijn zijn die niet aan de orde en is financiële compensatie de enige oplossing. 

Professor Jan Monsma heeft namens het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden de gevolgen van “het Amendement Omtzigt” toegelicht aan de commissie Financiën en is daarbij met name ingegaan op de risico’s. Bij het belastingplan 2019 is door de Tweede Kamer een amendement van Omtzigt e.a. aangenomen. Hierdoor hebben Gemeenten sinds dit jaar de vrijheid om voor instellingen van sociaal belang (sportaccommodaties, dorpshuizen, SBBI’s en ANBI’s) het veelal lagere OZB-tarief voor woningen in rekening te brengen in plaats van het tarief voor niet-woningen. Deze mogelijkheid van tariefdifferentiatie lijkt sympathiek, maar roept veel vragen op in de praktijk. Ongelijkheid ligt op de loer.

Professor Monsma geeft het advies aan gemeenten om op dit moment geen gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid. De leden van de commissie Financiën zijn dat met hem eens. De VNG gaat daarom naar aanleiding van het amendement Omtzigt nader in gesprek met de indieners over de spanning die het amendement oplevert tussen politiek en uitvoeringspraktijk en vraagt daarbij aandacht voor een meer systematische herziening van het lokale belastingstelsel.