Een moment van reflectie aan de talkshowtafel, maar ook van vooruitkijken. Journalist Marcia Luyten en tafelheer Leonard Geluk gingen in gesprek met Femke Halsema, Hubert Bruls en Mathijs Bouman over handhaving, economie en de sociale impact van de pandemie.

Handhaving van coronaregels, demonstraties in goede banen proberen te leiden, in het afgelopen coronajaar kwam veel op gemeenten af. De 25 burgemeesters van het veiligheidsberaad en hun voorzitter Hubert Bruls kwamen opeens in de ‘spotlight’. ‘We moesten leren om dit gecoördineerd op te pakken’, zegt Bruls. ‘De situatie verschilt per gemeente. Amsterdam is weer anders dan dorpen in het oosten van het land.’ Ook al was er goed contact met het rijk, er kwamen maatregelen waarbij gemeenten zich afvroegen hoe ze het moesten handhaven. Bruls: 'We hebben veel kennis over de uitvoering, maar we zijn geen computers waarbij je iets invoert en het wordt meteen uitgedraaid. Sommige taken vragen meer kennis en tijd.’ Halsema kan erover meepraten. ’Er is een overspannen verwachting van handhaving ontstaan. De handhaving is niet bedoeld om de samenleving te ordenen. Ik hoop dat daar na de pandemie verandering in komt.’

Toevalstombola

Journalist en econoom Mathijs Bouman schoof aan om te vertellen hoe we er economisch voorstaan dit jaar en hij komt meteen met goed nieuws: ‘De klappen vallen mee. We komen goed uit de crisis. Ik zeg: 'feliciteer elkaar'.’ ‘Maar dat geldt voor de macro-economie?’, vraagt Luyten. ‘Ja, het is eigenlijk een toevalstombola of je getroffen bent of niet. Industriële regio’s deden het goed, zoals Eindhoven. Regio’s waarin veel mensen in de detailhandel of horeca werken of met beroepen waar ze met hun handen werken, troffen het minder. Ook de kleine mkb’s kregen flinke klappen. Dat geldt ook voor gemeenten die sterk afhankelijk zijn van toerisme.’ Halsema knikt: ‘De regio Amsterdam-Amstelland is het hardst getroffen van Nederland.’ Bouman is van mening dat een herstelplan niet nodig is: ‘de economie doet dat vanzelf al’.

Talkshow tijdens het VNG jaarcongres 2021

Sociale impact

Halsema was positief verrast door de enorme betrokkenheid van de inwoners. ‘We hadden te veel vrijwilligers voor de voedselbank en mensen kwamen met mooie initiatieven. In de loop van de pandemie sleet het wel een beetje, maar ik heb toch geleerd dat mensen heel begaan zijn met elkaar’. De grootste sociale opgave na de pandemie is volgens Halsema dezelfde als die ervoor de pandemie al was: de jeugdzorg. Maar er zijn ook nieuwe problemen. ‘Het verschil tussen arm en rijk is toegenomen. Vooral jonge mensen hebben het zwaar. Hoe zorg je ervoor dat ze meer kansen krijgen. Dat geldt ook voor mensen met tijdelijke contracten. Zij hebben een push nodig. Maar we hebben een tekort aan publieke middelen. De gemeente heeft een schuld van 350 miljoen en de sociale opgaven zijn gigantisch.’

Samenwerking met het rijk

En dat brengt ons tot het volgende onderwerp: de samenwerking met het rijk. Halsema: ‘De oplossingen voor sociale problemen wordt door het rijk bij gemeenten gelegd, maar zonder middelen’. Geluk is het met haar eens: ‘In ons contact lopen we soms tegen een muur aan. Het is jammer dat we moesten overgaan op arbitrage.’ Halsema geeft toe dat ze met schaamte terugkijkt op haar gebrek aan gemeentelijke perspectief toen ze nog Kamerlid was. Volgens Bruls is de boodschap bij het rijk wel overgekomen na de arbitrage. Tussendoor is er nog een kritische opmerking van Bouman: ‘Waarom moeten gemeenten alles bij het rijk halen? Ga belasting heffen.’ Zijn tafelgenoten reageren meteen dat dit al gebeurt, maar dat het te beperkt is. ‘Breid het dan uit’. Maar ja dan moet je weer bij het rijk zijn. Geluk: 'Wij willen ook niet de hele tijd om geld vragen, maar een goede samenwerking blijft belangrijk.’