ABP verwacht dat de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen per 1 januari 2021 stijgt met 1,7%-punt, van 24,9% naar 26,6%. Ondanks alle inspanningen is het niet gelukt om de premiestijging te voorkomen.

Bij de bekendmaking van de pensioenpremies 2020 heeft het ABP al gewaarschuwd voor een stijging van de pensioenpremies per 1 januari 2021. Dit was aanleiding voor de VNG om eind vorig jaar, samen met de andere sectororganisaties van de overheids- en onderwijssectoren, in de Pensioenkamer in gesprek te gaan met de samenwerkende centrales voor het overheidspersoneel (SCO).

Het doel van het overleg was de pensioenpremiestijging te voorkomen dan wel af te zwakken. Hiervoor hebben de partijen verschillende mogelijkheden verkend om de pensioenregeling (beperkt) te versoberen.

Het overleg heeft niet geleid tot wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2021. Later dit jaar wordt in de Pensioenkamer verder gepraat over de jaren 2022 en verder.

Premiestijging

Volgens de schatting van ABP stijgt het premiepercentage voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen per 1 januari 2021 met 1,7%-punt, van 24,9% naar 26,6%.

Ook de premie voor de VPL-compensatie (IVP-premie) stijgt. Deze stijgt van 2,6% naar 3,1%. Deze laatste premie wordt volledig door de werkgevers betaald.

Voor de overige premies geldt dat werknemers ook een deel betalen. Door de stijging van de pensioenpremies stijgt de werknemersbijdrage aan de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen.

Het definitieve percentage van de pensioenpremie wordt eind november door het ABP bestuur vastgesteld. Stijgen de pensioenpremies voor 2021 volgens de huidige verwachting, dan stijgen de loonkosten in 2021 naar schatting met iets minder dan 1%.

De premiestijging drukt op het totaal aan beschikbare arbeidsvoorwaardenruimte. Hierdoor is er minder ruimte voor het afsluiten van een cao voor het jaar 2021.

Meer informatie