De algemene uitkering uit het Gemeentefonds groeit tussen 2017 en 2022 vrijwel jaarlijks meer dan in september vorig jaar was verwacht, zo blijkt uit de meicirculaire. De groei, het zogeheten accres, komt dit jaar uit op 258 miljoen euro, dat is 0,4 procent meer dan in de septembercirculaire.

De meicirculaire is gebaseerd op de Voorjaarsnota van het kabinet.

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Wijzigingen in rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de algemene uitkering, volgens het principe 'samen de trap op, samen de trap af'. 

De Voorjaarsnota resulteert voor alle komende jaren, behalve 2020, in een hoger accres dan in september nog was voorzien. Ruim twee derde van de ontwikkeling komt door de hogere inflatie, die doorwerkt in een hogere loon- en prijsontwikkeling op de rijksbegroting. De Miljoenennota 2017 ging nog uit van een inflatie van 0,6 procent voor 2017, in de raming van het Centraal Planbureau die voor de Voorjaarsnota is gebruikt, is dat 1,6 procent. Ook voor de jaren 2018-2021 ligt de geraamde inflatie hoger dan waarvan werd uitgegaan.

Voor de berekening van de loon- en prijsontwikkeling voor de rijksbegroting is eveneens de contractloonstijging voor de markt van belang. Ook deze is sinds vorig jaar gestegen.

(bron: VNG Magazine)

Meer informatie