De concept-ministeriële regeling voor regionale crisisdienstverlening en praktijkleren (Tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening COVID-19) zorgt voor enorme administratieve lasten. De VNG is bezorgd over de complexiteit ervan in combinatie met een relatief beperkt budget voor dienstverlening.

We pleiten voor een vereenvoudiging van de regeling.

Gemeenten willen graag zoveel mogelijk van de beschikbare capaciteit inzetten voor het ondersteunen van werkzoekenden en de uitvoerende medewerkers zoveel mogelijk ontlasten.

Uitzicht op werk

Het doel van de crisisdienstverlening is dat mensen die door COVID-19 hun baan dreigen te verliezen of recent hebben verloren, zo veel mogelijk direct naar nieuw werk gaan en dat zij daarbij waar nodig gericht worden geholpen. Deze ministeriële regeling stelt nadere regels aan onder andere de vormgeving van regionale samenwerking, de financiering en het proces van de uitvoering van de beoogde dienstverlening.

Aandacht voor herstel

De VNG waardeert dat het kabinet naast de steunmaatregelen ook aandacht heeft voor maatregelen gericht op herstel. De VNG zet zich daarom graag in om een succes te maken van de crisisdienstverlening.

Wij zien deze regionale crisisdienstverlening ook als een kans om straks na de crisis een proactief arbeidsmarktbeleid te voeren en de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s tussen de verschillende partners te versterken.

De ervaringen die nu in de praktijk worden opgedaan, bieden een goede basis voor het vormgeven van structureel beleid.

Zorgen

De VNG uit echter ook haar zorgen bij minister Koolmees (SZW) over de implementatie. De grootste zorg van gemeenten is de enorme administratieve last die op de arbeidsmarktregio’s afkomt, in combinatie met een relatief beperkt budget voor dienstverlening.

Met de crisisdienstverlening wordt samenwerking tussen een groot aantal partijen beoogd en wordt een nieuwe werkwijze met een ‘ontschot’ budget ingevoerd. Om dit zorgvuldig in te regelen is nu een complexe regeling ontstaan. Deze leidt tot extra handelingen in de uitvoering en gaat gepaard met forse administratieve drukt en een zware verantwoordingslast.

Dat komt de slagkracht van het mobiliteitsteam, maar ook de uitvoering van de andere steunmaatregelen, niet ten goede.

Hoge druk op gemeentelijke uitvoering

Uitvoering en beleid bij gemeenten staan momenteel zwaar onder druk vanwege het grote aantal steunmaatregelen dat gemeenten naast de reguliere dienstverlening uitvoeren (zoals Tozo, TONK, heroriëntatie ondernemers en aanpak jeugdwerkloosheid). Samen met de implementatie van de regionale crisisdienstverlening komt er heel veel werk bij.

Daarom is het volgens de VNG echt noodzakelijk om de administratieve lasten voor uitvoerende partijen zoveel mogelijk te beperken en de regeling te vereenvoudigen.

Meer informatie