Nederland staat de komende tijd voor een aantal uitdagingen, zoals de energietransitie, het tegengaan van eenzaamheid en het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Deze opgaven beperken zich niet tot de grenzen van een gemeente of regio.

Het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen pakken dan ook deze grote maatschappelijke opgaven gezamenlijk aan: het Interbestuurlijk Programma (IBP). Daarvoor hebben ze gezamenlijke ambities en heldere regels afgesproken voor samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid.

VNG-inzet

Voorafgaand aan de onderhandelingen over het IBP heeft de VNG aangegeven dat twee zaken van groot belang zijn. Ten eerste dat, voorafgaand aan het maken van nieuwe afspraken, ook oplossingen werden gevonden voor problemen die de vorige kabinetsperiode zijn ontstaan in het sociaal domein. Ten tweede dat de nog te vormen nieuwe colleges bij de uitwerking van de opgaven in het IBP voldoende ruimte krijgen om zelf beleid te maken en uit te voeren.

Voldoende basis

Het bestuur van de VNG concludeert dat het IBP in combinatie met een tegemoetkoming in de tekorten van het sociaal domein en de bijbehorende financiële afspraken (een brede koppeling van de accressen en de trap-op-trap-af systematiek) voldoende basis vormt voor samenwerking met het nieuwe kabinet.

Dit is een goede start voor de nieuwe colleges die hiermee na de verkiezingen aan de slag kunnen.




VNG-voorzitter Jan van Zanen (burgemeester Utrecht)

Uitwerking

Het IBP vormt de basis voor het uitwerken van de verschillende maatschappelijke opgaven, inclusief afspraken over resultaten en financiën. Daarbij worden de leden actief betrokken. Op de Algemene Ledenvergadering van 27 juni 2018 wordt het IBP en de nadere uitwerking geagendeerd.

Ondertekening van het programma, 2e van rechts: VNG-voorzitter Jan van Zanen


Meer informatie