Het OTAV is opgezet om gemeenten te ondersteunen bij hun beleid voor asielzoekers en vergunninghouders. Samen met de OTAV-accountmanagers blikken we terug op het afgelopen jaar. Carijn Tulp en Erwin Derks zijn de accountmanagers voor de regio Groningen, Friesland en Drenthe.

Carijn: ‘Het afgelopen jaar kwamen de gemeenten in onze regio vooral nog met vragen vanuit huisvestingsoogpunt. In de gesprekken die wij met de gemeenten voerden probeerden we dat breder te trekken.

Alle thema’s rondom opvang en integratie van vluchtelingen kwamen aan bod. Je kunt je accountmanagersrol op verschillende manieren invullen. Erwin en ik willen in de breedte het gesprek aangaan met gemeenten.’

Erwin: ‘In Veendam was er sprake van een achterstand op de huisvestingstaakstelling. Ze kwamen bij ons met de vraag hoe ze die achterstand konden inlopen. De gemeente had al een aantal panden op het oog die geschikt zouden kunnen zijn voor huisvesting, waaronder een leegstaand schoolgebouw. Samen zijn we gaan kijken welke regelingen daarop van toepassing zijn.

Maar we hebben het ook breder getrokken. Niet alleen de huisvesting, maar ook de integratie en participatie. Hoe zorg je dat deze nieuwkomers als ze straks een woonruimte hebben ook daadwerkelijk integreren in de gemeenschap en een zinvolle bijdrage leveren? Hoe kan men buurtbewoners hierbij betrekken zodat er een community ontstaat?’

Vertekend beeld

Carijn: ‘Vaak zijn gemeenten al ver met het geschikt maken van woonruimte en het plaatsen van statushouders, maar er is pas aan de taakstelling voldaan als bewoners daadwerkelijk een huurcontract hebben getekend. Dat kan een vertekend beeld geven in de cijfers.

Dan lijkt het alsof gemeenten nog een grote achterstand hebben, terwijl ze al ver zijn in het proces. Politiek is dat soms lastig. En het wordt ingewikkelder nu de instroom terugloopt. Gemeenten moeten dan flexibel zijn en onderzoeken of er ook andere doelgroepen in de woningen kunnen worden ondergebracht.’

Erwin: ‘Provincie Friesland heeft een subsidieregeling in het leven geroepen om gemeenten en woningcorporaties te helpen bij het vormgeven van de sociale transformatie van vastgoed. Daarbij is er een minimumvereiste voor het aantal statushouders dat moet worden ondergebracht, voor de rest wordt gekeken naar andere doelgroepen. Zij kijken dus ook verder dan alleen statushouders.

Zorgvuldige communicatie

Erwin: ‘Lokale samenwerking zagen we bijvoorbeeld in Drenthe. Vijf gemeenten hebben daar bedacht om samen een voorziening te organiseren in de gemeente Tynaarlo, op basis van een GVA (gemeentelijk versnellingsarrangement). Zij halen dan al eerder mensen uit het AZC om ze onder te brengen in deze accommodatie en vullen op deze manier gezamenlijk hun taakstellingen in.

Dit brengt wel een administratieve complexiteit met zich mee. De gemeenten moeten een goede afstemming vinden met het COA en de partij die het gebouw beheert. Omdat de accommodatie in Tynaarlo staat, lijkt het of deze gemeente ruimschoots aan de taakstelling voldoet, terwijl de andere vier het quotum niet halen. Dat beeld klopt dus niet en moet heel zorgvuldig worden gecommuniceerd.’

Carijn: ‘Wij zijn de kritische buitenstaander. We oordelen niet, maar we helpen gemeenten zo goed mogelijk hun plannen te realiseren. Wij zijn niet alleen informatiemakelaars, maar we pakken ook echt onze adviserende rol.

Dat betekent dat je in het begin vooral bezig bent met het opbouwen van de relatie. Je moet veel aanwezig zijn, aanbieden om de benodigde informatie op te zoeken. Dat verlaagt de drempel voor gemeenten om met je in contact te treden.

Vervolgens moet je vragen durven stellen, anders weet je niet wat er speelt en kun je niet adviseren.’

Houd je doel voor ogen

Erwin: ‘Een grote betrokkenheid is ook nodig zodat je voorbeelden hebt voor andere gemeenten. Andere gemeenten wilden een soortgelijke voorziening als Tynaarlo met een GVA-constructie. De deadline voor de aanvraag van een GVA-subsidie naderde al. Wij hebben vanuit onze ervaring met Tynaarlo kunnen adviseren over de complexiteit van zo’n gedeelde voorziening.’

Carijn: ‘Wij hopen gemeenten te helpen door de focus te verleggen: kijk niet naar de regelingen en subsidies die er zijn, maar houd je doel voor ogen. Je wilt zo snel mogelijk mensen laten integreren en participeren in je gemeente. Wat is daarvoor nodig? Hoe pak je dat structureel aan?

Dat gaat dus verder dan alleen voldoen aan het quotum van de huisvestingstaakstelling. Het vraagt een brede blik op het hele sociale domein, vanuit de inhoud. Daar gaan we ook de komende periode met gemeenten over in gesprek.’