Op 2 december behandelt de Eerste Kamer de Wet collectieve warmte. 8 partijen roepen op om de wet zonder vertraging aan te nemen. Dat is nodig om door te kunnen met de aanleg van warmtenetten en tegelijkertijd de betaalbaarheid voor huishoudens te regelen die de Wgiw vereist.
Lees de oproep (pdf, 220 kB) van de VNG, IPO, UvW, Aedes, Energie Beheer Nederland, Energie Samen, Netbeheer Nederland en Vereniging Eigen Huis.
Betaalbaarheid voor huishoudens
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) vereist dat het warmteaanbod betaalbaar is voor inwoners. Om daar bij warmtenetten op te kunnen sturen, hebben gemeenten de Wcw nodig. Die biedt hiervoor de kaders. Na uitwerking van de kaders in lagere regelgeving kunnen gemeenten bijvoorbeeld bij het aanwijzen van een warmtekavel eisen stellen aan de kosten voor huishoudens.
Aanleg van warmtenetten
De aanleg van warmtenetten is van belang omdat dit voor veel wijken en dorpen een betaalbare en haalbare oplossing is om woningen duurzaam te verwarmen tegen de laagste maatschappelijke kosten. Warmtenetten verminderen bovendien netcongestie, omdat ze, anders dan andere alternatieven voor aardgas, geen beslag leggen op het elektriciteitsnet.
Maatschappelijke kosten lopen op
Publieke en private partijen staan klaar om te investeren en uit te voeren. Maar zolang de wet niet is vastgesteld, stagneert de voortgang en lopen maatschappelijke kosten op, vooral door toenemende druk op het elektriciteitsnet. Uit het Warmtebod blijkt dat tot 2035 ruim 600.000 gebouwen kunnen worden aangesloten op een warmtenet, mits investeringszekerheid en betaalbaarheid geregeld zijn.
Belangrijke eerste stap
Vaststelling van de Wcw is een belangrijke eerste stap. Aanvullend beleid blijft nodig, zoals een nationaal waarborgfonds voor warmtebedrijven, een nieuw budget voor de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) en een snelle uitwerking en toepassing van de tariefmethodiek.