Met het nieuwe wetsvoorstel kunnen gemeenten nog steeds niet zelf bepalen of ze stembiljetten laten tellen op de stembureaus of op een centrale locatie. Dat moet anders, schrijven de VNG en NVVB in hun reactie op het wetsvoorstel Nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen.

Tot nu toe vinden de tellingen van verkiezingsuitslagen plaats op de stembureaus. De minister van BZK wilde dit veranderen door het tellen verplicht te stellen op één centrale locatie. Uit experimenten en een rondvraag onder gemeenten vorig jaar, bleek dat gemeenten deze manier van tellen verschillend waarderen. Sommigen zijn enthousiast, de stembureauleden worden ontlast, er is meer regie op het telproces en je hoeft maar één tellocatie met goede faciliteiten in te richten. Andere gemeenten vinden dat er te veel kosten aan hangen, voor onder andere de logistiek, extra bemensing en huur.

2 manieren van tellen

De VNG en de NVVB vroegen daarom het centraal tellen facultatief te regelen en de gemeenten daarmee een vrije keuze te laten. De minister heeft dit advies ter harte genomen. In het wetsvoorstel zou de keuze aan de gemeenten gelaten worden.

In het nieuwe wetsvoorstel staan de volgende opties:

  1. De stembureaus tellen de stemmen op lijst- en kandidaatsniveau op de verkiezingsdag. De volgende dag controleert het Gemeentelijk Stembureau (GSB) in het openbaar op een centrale locatie de processen-verbaal van alle stembureaus. Het GSB voert een nieuwe telling uit voor die stembureaus die vermoedelijk een of meer fouten hebben gemaakt.
  2. Een centrale stemopneming (CSO) waarbij de stembureaus op de verkiezingsdag alleen een basistelling op lijstniveau uitvoeren. De volgende dag voert het GSB in het openbaar en op een centrale locatie, de integrale telling uit (zowel op lijst- als op kandidaatsniveau).

Catch 22: centraal tellen versus ‘verkapt’ centraal tellen

Dit wetsvoorstel leidt tot een catch 22: gemeenten die niet centraal willen of kunnen tellen en daarom niet kiezen voor optie 2, zullen kiezen voor optie 1, maar moeten dan alsnog een procedure van centraal tellen volgen. Dat is een onwenselijke situatie. Beide opties leiden sowieso tot extra kosten. Wij pleiten ervoor om optie 1 anders vorm te geven, zodat deze procedure niet uitmondt in een centrale stemopneming. Dat kan door de bevoegdheden van het GSB om tot een hertelling te besluiten, alleen mogelijk te maken bij:

  • fouten die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling;
  • een ernstig vermoeden van onregelmatigheden bij de stemopneming op het stembureau.

Evidente optelfouten in het proces-verbaal kunnen ook zonder hertelling hersteld worden door het GSB. Onverklaarde telverschillen tussen het aantal toegelaten kiezers en het aantal getelde stembiljetten hoeven niet herteld te worden. Deze telverschillen zijn namelijk doorgaans niet van invloed op de zetelverdeling, terwijl het hertellen ervan tot een bijna onuitvoerbaar telproces leidt. Wij pleiten er ook voor om gemeenten te compenseren voor de uitvoeringskosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden van optie 1 en optie 2.

Brief

Met de NVVB (Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken) schreven we een brief aan de Tweede Kamer, met oog op de deadline voor het leveren van een inbreng voor het verslag over het wetsvoorstel. In deze brief wordt ons standpunt uitgebreid toegelicht.

Meer informatie