De huidige generatie leerlingen en studenten verdient, ondanks de coronacrisis, alle kansen op volwaardig onderwijs en een goede toekomst. Daarom komt het kabinet met een Nationaal Programma Onderwijs. Hiervoor wordt in totaal € 8,5 miljard euro geïnvesteerd (voor gemeenten in totaal € 346 miljoen).

De maatregelen zijn gericht op herstel én ontwikkeling van het onderwijs. Op het inhalen én compenseren van vertraging. En op het ondersteunen van leerlingen en studenten in het onderwijs die het moeilijk hebben.

Rol gemeenten

Gemeenten hebben in dit nationaal plan terecht een belangrijke rol toebedeeld gekregen voor voorschoolse educatie en het funderend onderwijs. Zij krijgen extra geld om in samenwerking met scholen, kinderopvang, (jeugdgezondheids)zorg, bibliotheken en andere partijen activiteiten aan te bieden om de vaardigheden van leerlingen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak aanvullend te stimuleren. Gemeenten zorgen voor een lokale, integrale en meerjarige aanpak.

Verdeling

In totaal is voor gemeenten een bedrag van € 346 miljoen opgenomen, € 80 miljoen in 2021, € 182 miljoen in 2022 en € 84 miljoen in 2023. Gemeenten met veel leerlingen met het risico op een onderwijsachterstand ontvangen een hogere bijdrage. Hoe de extra middelen bij gemeenten terecht komen en hoe ze precies verdeeld worden zal de komende weken in de uitwerking van het plan duidelijk worden. VNG wordt betrokken bij deze uitwerking.

Afstemming en aanvulling

De schoolbesturen ontvangen het overgrote deel van het geld uit het nationaal plan. Zij informeren de gemeente over de analyse van de opgelopen vertragingen en de plannen van scholen. Gemeenten maken een analyse van deze bevindingen en kunnen een rol vervullen in het compleet maken van het stedelijk beeld en patronen. Op basis daarvan kunnen gemeenten bepalen welke aanvullende onderwijsprogramma’s, begeleiding of kennisdeling zij ter ondersteuning aan scholen bieden, met name voor scholen met extra uitdagingen.

De aanpak van gemeenten en hun samenwerking met scholen wordt meegenomen in het overleg dat gemeenten voeren met scholen en kinderopvang over onder meer het bestrijden van onderwijsachterstanden (bijvoorbeeld via de Lokale Educatieve Agenda) en het overleg met samenwerkingsverbanden over de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp (OOGO).

Steunpakket VWS

Vrijdag 12 februari kondigde de minister van VWS al in een brief aan de Kamer aan middelen vrij te maken voor een steunpakket sociaal-mentaal welzijn en leefstijl. Een groot deel van die middelen wordt ingezet via gemeenten. De precieze inzet wordt nog uitgewerkt in overleg tussen het Rijk en de VNG. Het ligt voor de hand deze middelen op gemeentelijk niveau integraal in te zetten. Dit pakket voor welzijn voor jeugd komt bovenop de € 58,5 miljoen die het kabinet in december heeft vrijgemaakt voor perspectief voor jongeren in coronatijd. De VNG dringt ook hier aan op spoedige toevoeging van de € 40 miljoen aan het gemeentefonds.

Brief aan gemeenten

Eerder schreef minister Slob al een brief aan de wethouders Onderwijs van alle gemeenten om hen op te roepen om waar mogelijk een bijdrage te leveren aan de kansrijke advisering en kansrijke instroom in het voortgezet onderwijs.

Meer informatie