Ruim 4 jaar na de ratificatie van het VN-verdrag Handicap is de beleidsparticipatie van mensen met een beperking in Nederland nog steeds onvoldoende. Dit constateert het College voor de Rechten van de Mens in zijn monitorrapportage.

De rapportage wordt  jaarlijks op de Internationale Dag voor Mensen met een Beperking gepresenteerd. In de rapportage (zie onderaan dit bericht) geeft het College ook tips voor gemeenten om mensen met een beperking (beter) te betrekken bij het opstellen van beleid.

Niet vrijblijvend maar een belangrijke verplichting

Collegelid Marjolein Swaanenburg-van Roosmalen: 'Het actief betrekken van ervaringsdeskundigen en hun (vertegenwoordigende) organisaties bij de totstandkoming van beleid en wetgeving is niet vrijblijvend maar een belangrijke verplichting van het verdrag. Participatie draagt niet alleen bij aan de kwaliteit en effectiviteit van beleid en wetgeving, maar zorgt ook voor een toegankelijke samenleving waarin iedereen écht kan meedoen!'


VN-verdrag Handicap in Nederland en rol van het College

Ruim 2 miljoen mensen in Nederland hebben een beperking. Zij zijn bijvoorbeeld slechtziend, doof, hebben een fysieke beperking, of zijn psychisch kwetsbaar. Om de rechten van mensen met een beperking te waarborgen, geldt sinds 2016 het VN-verdrag Handicap in Nederland.

Als toezichthouder zet het College zich in om de naleving van het verdrag en de positie van mensen met een beperking in de samenleving te bevorderen. De overheid is verantwoordelijk om het verdrag in Nederland in te voeren.


Voortgang Onbeperkt Meedoen

Als coördinerend ministerie heeft VWS een centrale rol, het vervult deze met het programma Onbeperkt Meedoen, waar het VNG-project Iedereen doet mee! onderdeel van uitmaakt. Deze maand verscheen de voortgangsrapportage van Onbeperkt Meedoen (zie onderaan dit bericht) waarin wordt aangegeven hoe Nederland sinds 2016 werkt aan de implementatie van het verdrag.

Aanbevelingen van het College

In de rapportage doet het College een aantal aanbevelingen:

  • Zo zou de regering een rijksbrede procedure moeten ontwerpen en vaststellen om effectieve participatie mogelijk te maken.
  • Op lokaal niveau worden gemeenten aanbevolen om te zorgen voor een structurele adviespositie van representatieve organisaties, naast de brede adviesraden. Bovendien moet er gezorgd worden voor voldoende middelen hiervoor en trainingen.
  • Verder moet aan een aantal randvoorwaarden voor de rijksoverheid en gemeenten worden voldaan om de participatie van mensen met een beperking en hun (vertegenwoordigende) organisaties te waarborgen:
  1. Fysieke en digitale toegankelijkheid.
  2. Toegankelijke (waaronder eenvoudig te begrijpen) informatie en communicatie.
  3. Reflectie op de wijze waarop de inbreng van mensen met een beperking wordt meegewogen bij de totstandkoming van wetgeving en beleid en bij de uitvoering daarvan.
  4. Diversiteit van mensen met beperkingen en hun organisaties, zowel wat betreft mensen met verschillende soorten beperkingen (lichamelijk, verstandelijk, psychosociaal en zintuigelijk) als mensen uit verschillende bevolkingsgroepen (onder wie in het bijzonder vrouwen en kinderen met een beperking) en van alle leeftijden.

Meer informatie


Tips van de VNG

De afgelopen maanden vroeg de VNG regelmatig aandacht voor de samenwerking tussen gemeenten en ervaringsdeskundige inwoners. En verzamelden we tips uit de praktijk:

  • Bijvoorbeeld via deze video, waarin beleidsmedewerker en ervaringsdeskundige in gesprek gaan en ervaringen delen.
  • Of dit document (pdf) met tips om in coronatijd samen te werken aan een lokale inclusie agenda.
  • Daarnaast verzorgde het project Iedereen doet mee! enkele workshops voor raadsleden tijdens de Raad op Zaterdag en deelde na afloop de tips voor raadsleden.

Voor meer informatie en inspiratie is het team Iedereen doet mee! altijd bereikbaar voor gemeenten.