De Tweede Kamer behandelt op 10 juni het voorstel voor de Wet bijstand in het stemhokje. Het doel van de wet is om de stembusgang voor iedereen mogelijk te maken. Toch ziet de VNG nog een ongelijkheid die deze wet creëert.

Gelijke hulp voor alle mensen met een beperking

Het wetsvoorstel maakt onderscheid tussen verschillende groepen mensen met een beperking. Nog steeds zouden alleen mensen met een fysieke beperking zelf iemand mee kunnen nemen voor hulp in het stemhokje. We pleiten ervoor om bijstand in het stemhokje aan te bieden aan iedereen die daar behoefte aan heeft. Met daarbij de keuze om hulp te krijgen van een medewerker van het stembureau of iemand naar eigen keuze.

Problemen rond uitvoerbaarheid

Het is ook uit het oogpunt van uitvoerbaarheid onwenselijk om onderscheid te maken tussen verschillende groepen van mensen met een beperking. Vrijwilligers in het stembureau zouden moeten inschatten wie welke hulp kan krijgen. Daarvoor moeten zij een onderscheid maken op kenmerken die lang niet altijd zichtbaar zijn. Naast ongemakkelijke situaties voor de mensen die hulp nodig hebben, leidt dit ook tot problemen in de goede uitvoering van de stembusgang. 

Kortere evaluatieperiode

Het is belangrijk om snel te leren van de ervaringen met de hulp in het stemhokje, maar het wetsvoorstel kent een evaluatietermijn van 5 jaar. We zien graag een evaluatie na de eerstvolgende verkiezingen, zodat we snel in beeld brengen óf en hoe de hulp in het stemhokje wordt toegepast. Daarmee kunnen we eventueel zaken bijstellen en bereiken dat zoveel mogelijk mensen van hun stemrecht gebruik kunnen maken.

Meer informatie

VNG-inbreng debat Wet bijstand in het stemhokje 10 juni (pdf, 87 kB)