Het recente rapport ‘Een wereld te winnen’ over zorgfraude in het gemeentelijk domein legt haarscherp bloot hoe malafide zorgaanbieders te werk gaan. Inmiddels weten we ook dat het vaak lastig is om deze fraudeurs achteraf in hun kraag te grijpen. Gemeenten moeten hen dus een stapje voor zijn. En dat kunnen ze.

Edward van der Torre van bureau LokaleZaken deed – in opdracht van VNG Naleving – onderzoek naar de aard van zorgfraude binnen de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Zijn voornaamste bevindingen? Er zijn talloze manieren waarop fraude wordt gepleegd en talloze gedaanten waarin de fraudeur verschijnt: van geslepen crimineel tot zorgaanbieder die de gelegenheid te baat neemt.

En gelegenheden zijn er. Die ruimte zit allereerst in de wetgeving. Nu is het onmogelijk om de betreffende wetten compleet waterdicht te maken, maar als VNG proberen we het ministerie van VWS wél de nodige informatie te geven om de grootste gaten te dichten. Daarnaast bieden gemeenten de nodige ruimte aan fraudeurs. Aan de preventieve kant liggen kansen om die ruimte zo klein mogelijk te maken. Maar daarvoor moeten gemeenten wel in actie komen!

Dat het rapport kort na publicatie al zo’n 1.500 keer was bekeken, toont wat mij betreft aan dat veel gemeenten de noodzaak voor actie inzien. Het rapport geeft hiervoor bruikbare aanbevelingen. De belangrijkste aanbeveling is dat gemeenten moeten zorgen dat de basis op orde is. Het gaat dan vooral om een stevige positionering van preventie en bestrijding van zorgfraude in de organisatie. Bestuurders moeten zich daar met hun volle gewicht achter scharen.

Als VNG Naleving zien we in de praktijk hoe gemeenten snel stappen zetten als het thema zorgfraude bij de verantwoordelijke bestuurders op het netvlies staat. Daarom organiseerden we samen met het RIEC al bijeenkomsten voor burgemeesters en wethouders. Daar gaan we mee door en we verzorgen op korte termijn ook workshops en een e-learning voor gemeenteraadsleden. De genoemde stevige positionering vereist echt een breed draagvlak.

Dit draagvlak tillen we ook graag verder de organisatie in. Wat ik vaak hoor is dat de aanpak van zorgfraude complex is. Ik kan dat alleen maar beamen en pleit daarom ook voor een grote inzet op preventie. Bedenk bij de inkoop al hoe je effectief toezicht kunt vormgeven. En laat je bij de toegang niet in de luren leggen door die drammerige vertegenwoordiger, maar kijk wat een cliënt echt nodig heeft. VNG Naleving ondersteunt gemeenten hierbij.

Routekaart klein

 

Om het proces van preventie en aanpak van a tot z in te richten en uit te voeren, lanceerden we afgelopen week de routekaart Toezicht, Handhaving en Naleving | Wmo 2015 en Jeugdwet. Die neemt gemeenten stapsgewijs mee langs de benodigde stappen, informatie en instrumenten. Denk aan een fraudeproof-check voor relevante processen, de positionering van de toezichthouder in de organisatie en het pgb-fraudebarrièremodel. Dit model komt – niet toevallig – ook aan de orde in de vijf online-regiobijeenkomsten die we in november organiseren voor alle betrokkenen binnen gemeenten.

Toezicht is een integraal onderdeel van de gemeentelijke dienstverlening. Dat zie je ook heel goed terug in de routekaart, waar een lerend effect in zit voor preventieve elementen in die dienstverlening. Maar ik stap ook graag over de gemeentegrens heen. Om zorgfraudeurs echt onze hielen te laten zien, moeten gemeenten onderling een pact vormen. Niet het wiel opnieuw uitvinden, maar gebruikmaken van elkaars ervaring, informatie uitwisselen en samen ideeën uitwerken om fraude buiten de deur te houden. Dat is niet alleen een broodnodige, maar ook een zinvolle uitdaging om samen aan te gaan.

Portretfoto Ingrid Hoogstrate

Louche ondernemers verpesten de solidariteit waarop ons zorgstelsel leunt. Het is onrechtvaardig naar de belastingbetaler, de zorgaanbieder die keihard werkt om burgers goede zorg en ondersteuning te bieden en natuurlijk die burger zelf. Overigens hoeven gemeenten die burger niet enkel als slachtoffer te zien. Door inwoners goed te informeren en toegankelijk te zijn maak je hen mondiger en krachtiger. Daarmee maak je ook hen tot bondgenoot in het voorkomen van fraude en geef je de fraudeur samen het nakijken!

Ingrid Hoogstrate, directeur VNG Naleving