In de brief van de minister van BZK en staatssecretaris van Financiën over compensatie aan gemeenten voor de coronacrisis wordt helder gemaakt dat gemeenten heel veel geld extra hebben uitgegeven en inkomsten zoals toeristenbelasting zijn misgelopen. Het is dus logisch dat dit wordt gecompenseerd en het is hard nodig.

De financiële nood bij gemeenten is hoog. Dit was voor de crisis al het geval en de financiële positie van gemeenten is door de coronacrisis verder verslechterd.

In de brief wordt aangegeven dat er nu een eerste tegemoetkoming van ruim een half miljard voor gemeenten wordt vrijgemaakt. Het is positief dat deze eerste stap door het kabinet wordt gezet, maar de nadruk ligt hierbij wel op eerste. De tweede stap volgt als halverwege juli de uitkomsten komen van de werkgroep die de reële kosten en gederfde inkomsten van gemeenten in kaart brengt. Met het kabinet is afgesproken dat gemeenten worden gecompenseerd voor reële kosten en gederfde inkomsten. Medio juli volgt een nadere afrekening voor de extra kosten en gederfde inkomsten voor de periode van maart tot 1 juni.

Gemeenten willen cruciale rol in herstel na crisis

En de kosten lopen ook daarna op, want de crisis is nog niet ten einde. Ook voor de periode na 1 juni geldt dat we het kabinet aan de afspraak houden dat er reëel gecompenseerd moet worden. Uiteraard zullen gemeenten zelf ook verantwoorde financiële keuzes moeten maken in het licht van de veranderende omstandigheden als gevolg van de crisis. De financiële positie van gemeenten verbetert echter niet doordat ze het geld terugkrijgen wat ze in de coronatijd kwijt zijn. Dan is er nog altijd geen structurele verbetering voor de positie van gemeenten en blijft de zorg dat gemeenten drastische maatregelen moeten blijven nemen. In plaats daarvan willen gemeenten een cruciale rol in het herstel na de crisis spelen. Gemeenten moeten daar de ruimte voor krijgen. Ook hierover zullen we met het kabinet het gesprek blijven voeren.

Reactie Leonard Geluk

In een video geeft algemeen directeur Leonard een reactie op de brief: