Kinderboerderijen, scouting- en speeltuinverenigingen, ook zij verloren inkomsten door de coronacrisis. Jeugd- en jongerenorganisaties op het gebied van vrije tijd vrezen dat zij over het hoofd worden gezien door de overheid. Ze vragen de VNG om hulp. 

Het coronavirus heeft financieel nadelige gevolgen voor de ongeveer 2.100 jeugd- en jongerenorganisaties die er in elke buurt, wijk of dorp in Nederland zijn. Denk aan speeltuinen, kinderboerderijen, scoutingverenigingen en andere clubs onder begeleiding van vrijwilligers of professionals. Een tiental jeugd- en jongerenorganisaties waaronder Jantje Beton, NUSO en Scouting Nederland startte een petitie gericht aan de VNG en leden van de Tweede Kamer.

Petitie

Volgens de petitie wordt het kleinschalige jeugd- en jongerenwerk op lokaal niveau vergeten. 'De Rijksoverheid laat het aan de 355 gemeenten over (…). Dit leidt tot willekeur, maar vooral: de meeste gemeenten zeggen geen geld te hebben hiervoor of reageren überhaupt niet op een verzoek van bijvoorbeeld een speeltuin. Als dat zo doorgaat, gaan er binnenkort daadwerkelijk jeugd- en jongerenorganisaties failliet en daar zijn kinderen en gezinnen de dupe van.' Vorige week dienden ze de petitie in bij de Tweede Kamer en de VNG. De Kamer heeft op 2 juli unaniem de minister van VWS en ons opgeroepen om de problemen te inventariseren en af te spreken hoe deze opgelost kunnen worden.

Algemene rijkscoronasteun nauwelijks toepasbaar

De regelingen van het Rijk voor coronasteun zijn vaak niet toepasbaar bij jeugd- en jongerenorganisaties. De TOGS/TVL niet, omdat zij niet de juiste SBI-code of het vereiste omzetverlies hebben. De NOW niet, omdat zij geen of maar een beperkt aantal personen in dienst hebben die vanwege beveiliging of bereikbaarheid in functie moeten blijven. Ook de TOZO voor zzp'ers en de TOFA voor freelancers bieden nauwelijks soelaas.

VWS-coronasteun niet voor inkomstenverlies

De minister van VWS heeft bij de maatwerk-zorgverlening in de Wmo en Jeugd specifieke coronasteun aan gemeenten verleend voor meerkosten, continuïteitsgarantie en tijdelijk niet-inbaar abonnementstarief. Bij de jeugd- en jongerenorganisaties gaat het echter om algemene voorzieningen, die te maken hebben met teruglopende inkomsten uit contributie en/of entree, activiteiten, horecaverkoop en verhuur. Bovendien zijn er zelfs na de opening vaak significant minder betalende bezoekers vanwege het gezondheidsrisico bij (groot)ouders en verzorgers.

Gelijkblijvende lasten, maar minder inkomsten

De lasten zijn voor een groot deel gelijk gebleven. Het merendeel daarvan zit in het beheer van het gebouw of terrein, huur, WOZ, nutsvoorzieningen. Ook gaat het om veilig houden van speeltoestellen. Gemiddeld komt elke organisatie € 3.000,- tekort, samen afgerond € 6,5 miljoen.

Rijkscompensatie via Gemeentefonds

De branches denken aan rijkscompensatie via lokale overheden of een landelijk noodfonds. De minister van BZK spreekt mede namens de staatssecretaris van Financiën in haar brief ‘Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden’ van 28 mei over een reële compensatie aan gemeenten, ook op het gebied van jeugd en participatie. Het vakdepartement VWS en de VNG hebben na de Kamermotie ambtelijk contact gelegd met het oog op een adequaat financieel plaatje.

Meer informatie