Kan een intensiever administratief onderzoek het gebrek aan een actie op locatie in coronatijd ondervangen? Kun je de woonsituatie van een klant controleren met een gesprek op kantoor in plaats van een huisbezoek? In Dordrecht startte onlangs een pilot om antwoorden te vinden op deze en andere vragen.

Alternatief handhaven Dordrecht

Vanuit de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI) werken gemeenten en landelijke ketenpartners, zoals de politie, Belastingdienst, SVB en UWV, samen aan integrale handhavingsvraagstukken in het sociaal domein. Gemeenten nemen hierin het voortouw, ondersteund door VNG Naleving. Die laatste legde de stuurgroep een aantal alternatieven voor handhaving in coronatijd voor. De gemeente Dordrecht en de betrokken ketenpartners wilden hiermee in een lopend project aan de slag.

Zichtbare overheid

‘Om de pilot uit te voeren kozen we in Dordrecht voor het begin dit jaar gestarte LSI-project Wijkgerichte Aanpak in de wijk Oud-Krispijn’, zegt Marjan de Vos, projectleider LSI Drechtsteden. ‘In algemene zin is een groot voordeel van zo’n integrale aanpak dat we collectief een veel sterkere informatiepositie hebben dan individueel. In dit project onderzoeken we bijvoorbeeld signalen van adres-, uitkerings- en toeslagenfraude, maar we kijken ook of mensen die recht hebben op voorzieningen dat weten en er gebruik van maken.’ Marjan schetst dat gezamenlijke actiedagen met huisbezoeken in de wijk kenmerkend zijn voor dit soort projecten. Die zichtbaarheid versterkt het beeld van één overheid die optreedt tegen misstanden en zich bekommert om de leefbaarheid van een wijk. De coronatijd steekt een stok in de wielen van deze reguliere werkwijze.

Intensiveren administratief dossieronderzoek

‘We hadden de eerste actiedag op 11 maart’, blikt Marjan terug. ‘Een paar dagen later volgde de intelligente lockdown, die verdere actiedagen en huisbezoeken onmogelijk maakte.’ Voor de gemeente Dordrecht was dit geen reden het project on hold te zetten. Marjan vertelt dat de sociale dienst Drechtsteden al voldoende ervaring heeft met de nu voorgestelde alternatieven. ‘Kijk je naar het administratieve onderzoek, dan zijn zaken als vragenformulieren, schriftelijke heronderzoeken bij vermoedens van fraude, internetonderzoek, opvragen van waterverbruik en bankafschriften van de laatste 3 maanden voor ons heel gebruikelijk. De resultaten kunnen een reden zijn om een waarneming ter plaatse te doen. Wat me overigens opvalt is dat deze onderzoeken in coronatijd leiden tot verrassende uitkomsten. Het lijkt erop dat mensen in deze tijd minder voorzichtig zijn.’

Voor de gemeente mag deze manier van werken dan op veel vlakken gesneden koek zijn, voor sommige partners is ze dat niet. ‘Dat is het mooie’, vindt Marjan. ‘Je brengt elkaar op ideeën en je helpt elkaar. Zo haalt ook UWV nu veel benodigde informatie schriftelijk op bij de klant en spreekt hem desgewenst in een coronaproof spreekkamer op kantoor. Of een zeer ervaren medewerker van de Belastingdienst helpt zijn collega van de SVB met het dossieronderzoek en het voorbereiden van een telefonisch gesprek. De wil om in deze situatie gezamenlijk op een andere manier tot successen te komen is enorm. Dat we elkaar als team daarbij niet fysiek ontmoeten, maar contact hebben via videobellen, doet daar niets aan af.’

Woonsituatie bepalen zonder huisbezoek

Het bovenstaande administratieve onderzoek biedt – eventueel in combinatie met een waarneming ter plaatse – in veel gevallen uitsluitsel over de woonsituatie. Als voorbeeld noemt Marjan samenlevingsfraude bij uitkeringen en toeslagen. ‘Leg je een klant telefonisch of op locatie de resultaten van een onderzoek voor, dan kiest hij in 9 van de 10 gevallen eieren voor zijn geld.’

Toch stipt Marjan ook het gemis van huisbezoeken aan. ‘In een grote samenlevingszaak die we nu in onderzoek hebben, zouden we de zaak waarschijnlijk stukmaken als we de klant op locatie uitnodigen en niet kort daarop op huisbezoek kunnen. Ook een drempelbezoek zou ons niet helpen. Alleen aan de deur komen als alternatief voor een huisbezoek doet trouwens in de meeste gevallen meer kwaad dan goed. Een app voor huisbezoeken – waar de IJsselgemeenten momenteel mee experimenteren – biedt hiervoor wellicht uitkomst. Kort gezegd volgt een handhaver hiermee voor de deur via zijn iPad de klant die met zijn smartphone door het huis loopt. Ik ben erg benieuwd naar de resultaten.’

Een andere uitdaging in coronatijd is het controleren van adresfraude in relatie tot de Basisregistratie Personen. Woont iemand wel waar hij zegt dat hij woont? Marjan: ‘In het verleden lieten wij bij de sociale dienst klanten weleens een plattegrond van hun woning tekenen. Ook nu is dat een optie tijdens het gesprek. Het is weliswaar geen alternatief voor een huisbezoek, maar kan er wel voor zorgen dat een klant door de mand valt en open kaart speelt.’  

Klanten spreken in verschillende samenstellingen

Er blijven in dit project ‘gewoon’ mogelijkheden om klanten te spreken: telefonisch of fysiek op de locatie van een van de partners. Uiteraard met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. En heeft bijvoorbeeld de SVB een signaal waarbij ook de gemeente een belang heeft, dan pakken ze dit samen op in een 3-gesprek met de klant. ‘Dat vereist een andere manier van voorbereiden’, zegt Marjan. ‘Aan de voorkant doen alle partners uitgebreider onderzoek naar de signalen én selecteren we die klanten waarbij we de kans hoog inschatten dat we de zaak met een gesprek kunnen afdoen. Die gesprekken zelf bereiden we heel goed voor. Partners ondervinden zo aan den lijve dat een tijdrovend en indringend middel als een huisbezoek lang niet altijd nodig is om resultaten te boeken. Uit nood geboren leren we om anders en creatiever naar zaken te kijken. Dat is wat mij betreft winst. Ook met het oog op de toekomst.’

Meer informatie

Wilt u meer informatie over alternatieve methoden voor handhaving in het sociaal domein, neem dan contact op met Peter Lanser, Adviseur Multidisciplinaire Interventies bij VNG Naleving.

Een artikel over de in het artikel genoemde nieuwe app huisbezoeken vindt u volgende week op onze site.