Ambtenaren die zijn aangesteld ten behoeve van hun opleiding, als vakantiekracht of voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen regeling zijn uitgesloten van het Individueel Keuze Budget (IKB).

Zij hebben namelijk een aanstelling op grond van artikel 1:2:1 lid 2, 3 of 4 CARUWO, waardoor hoofdstuk 3 met het IKB voor hen is uitgesloten. Voorheen stonden de vakantietoelage en de levensloopbijdrage niet in hoofdstuk 3, maar in hoofdstuk 6 (artikel 6:3) en hoofdstuk 6a (artikel 6a:7).

Ook het bovenwettelijk verlof van 14,4 uren was geregeld in hoofdstuk 6 (artikel 6:2). Deze rechten zijn vanaf 1 januari 2017 opgenomen in het IKB. Zonder wijziging van de CARUWO zouden zij er op achteruit gaan.

Ledenbrief

Dit is alsnog gewijzigd in de ledenbrief van 23 januari 2017. In artikel 1:2:1 is een nieuw vijfde lid opgenomen. Hier zijn nu de vakantietoelage en in percentages de levensloopbijdrage en de gekapitaliseerde bovenwettelijk verlof opgenomen.

De uitbetaling vindt plaats bij de maandelijkse salarisbetaling. Hierdoor gaan de betreffende ambtenaren er niet op achteruit, ondanks dat ze geen recht hebben op het IKB. De vakantietoelage wordt in het vijfde lid expliciet genoemd, omdat hiervan in artikel 1:1 lid 1, sub ww CARUWO een begripsomschrijving staat.

Oproepkrachten

Overigens zijn oproepkrachten nergens uitgesloten van het IKB en hebben zij dus recht op het IKB. Dit was al het geval in definitieve IKB-regeling, maar wordt nu ook expliciet genoemd in de toelichting op artikel 2:5:4 CAR-UWO.”

Meer informatie