Bijna 53 procent van de vluchtelinghuishoudens heeft een laag inkomen, ruim zes keer zo vaak als gemiddeld in Nederland (8,2 procent). Bij huishoudens van Syrische of Eritrese komaf is dat zelfs circa 80 procent.

Het CBS meldt dit op basis van de nieuwe inkomensstatistieken. Het risico op armoede is in 2017 gegroeid bij huishoudens van Syrische afkomst. Het armoederisico bij die groep groeide van 10 duizend (76 procent) in 2016 naar 18 duizend (79 procent) in 2017. Huishoudens uit andere vluchtelinglanden hadden in 2017 minder vaak een laag inkomen dan in 2016. Zo nam onder Eritrese huishoudens het armoederisico af van 83 naar 80 procent.

Bijstand

Van alle Syrische huishoudens heeft 79 procent een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Bij het merendeel daarvan, 95 procent, is de bijstand hun voornaamste bron van inkomen. Bij huishoudens van Eritrese komaf is dat percentage net iets groter. Ook de andere vluchtelinghuishoudens met een laag inkomen moeten meestal rondkomen van een bijstandsuitkering. Maar huishoudens afkomstig uit Irak, Iran en vooral Afghanistan hebben ook relatief vaak werk als belangrijkste inkomensbron, terwijl hun inkomen toch onder de lage-inkomensgrens ligt.

Meer informatie