De Hoge Raad heeft het toetsingskader voor vrijstellingen op grond van artikel 5 onder b Leerplichtwet verduidelijkt. Hierdoor verandert de beoordeling van nieuwe beroepen en beroepen op verlenging. De VNG en Ingrado bieden gemeenten een handreiking voor een zorgvuldige en eenduidige uitvoering van de wet.
Gevolgen voor uitvoeringspraktijk gemeenten
De uitspraak van de Hoge Raad maakt duidelijk dat een beroep op artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet bij openbaar onderwijs alleen nog in uitzonderlijke gevallen kan slagen. Het recht van het kind op onderwijs staat daarbij voorop. Uitgangspunt is dat een kind onderwijs volgt op een school binnen een scholengemeenschap.
Deze uitspraak heeft gevolgen voor de uitvoering door gemeenten. Dat geldt zowel voor nieuwe verzoeken vanaf schooljaar 2026-2027 als voor situaties waarin al eerder vrijstelling is verleend. Gemeenten krijgen juist nu nieuwe aanvragen en verlengingsverzoeken binnen. Daarom is behoefte aan duidelijkheid over de toepassing van de uitspraak in de praktijk. De handreiking biedt gemeenten een handelingskader voor de beoordeling van nieuwe en herhaalde verzoeken om vrijstelling op grond van artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet.
Handhaving en strafrechtelijke vervolging
Het ministerie van OCW heeft aangegeven dat handhaving een verantwoordelijkheid van gemeenten blijft. Het Openbaar Ministerie, dat in maart 2025 was gestopt met vervolging van zaken op grond van artikel 5b, heeft aangekondigd de strafrechtelijke vervolging te hervatten nu de Hoge Raad een duidelijk juridisch toetsingskader heeft gegeven.
Belang van het kind centraal
De maatschappelijke opgave reikt verder dan alleen de juridische beoordeling. De gezamenlijke uitdaging voor gemeenten, onderwijs, samenwerkingsverbanden en andere partners is om ervoor te zorgen dat kinderen die langdurig buiten het onderwijs hebben gestaan weer in beeld komen en een passend onderwijs- en ontwikkelperspectief krijgen. Vanuit dat uitgangspunt kunnen gemeenten werken aan een zorgvuldige uitvoering van de uitspraak, waarbij zowel het belang van het kind als de bedoeling van de Leerplichtwet en het leerrecht centraal staan.