Het internationale beleid van Nederlandse gemeenten is sinds de jaren '50 sterk gegroeid. Wat begon met kleinschalige initiatieven, is uitgegroeid tot een vaste pijler in het beleid van veel gemeenten, gericht op het behalen van lokale en regionale belangen.
Dat blijkt uit het proefschrift ‘Gemeenten in de wereld. Het internationale beleid van Nederlandse gemeenten’ van Pieter Jeroense, plaatsvervangend algemeen directeur van de VNG en directeur van VNG International.
Verschillen per gemeente
De mate waarin gemeenten internationaal actief zijn, loopt sterk uiteen. (Middel)grote steden en grensgemeenten nemen daarin het voortouw, vaak met een eigen strategie, vaste samenwerkingsverbanden en soms zelfs een vertegenwoordiging in Brussel. Kleinere gemeenten doen vooral projectmatig mee. Ook de organisatievorm, motieven en betrokken partners verschillen per gemeente. Daarbij is zichtbaar dat economische belangen steeds vaker de drijvende kracht zijn.
Van verbroedering tot economische belangen
Waar in de jaren ’50 de nadruk lag op Europese verbroedering, kwamen in de decennia daarna thema’s als ontwikkelingssamenwerking, vrede en mensenrechten op. Sinds de jaren ’90 is er een verschuiving zichtbaar naar economische motieven, waaronder het aantrekken van bedrijven en kenniswerkers en het werven van Europese fondsen.
Ruimte binnen nationaal beleid
Gemeenten kregen van het rijk in de loop der jaren meer ruimte om internationaal actief te zijn. Binnen de Europese Unie is hun positie versterkt via overlegstructuren en vertegenwoordiging in het Comité van de Regio’s. Gemeentelijk beleid mag het nationale buitenlandbeleid niet schaden, en dat gebeurt in de praktijk zelden, concludeert Jeroense.
Internationalisering is blijvend
Jeroense stelt dat gemeentelijke internationalisering inmiddels een vast onderdeel vormt van het Nederlandse openbaar bestuur: ‘Globalisering, europeanisering en lokale belangen raken steeds meer met elkaar verweven’. Internationale ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne en het conflict in Gaza laten zien dat geopolitiek invloed kan hebben op lokale keuzes.
De auteur verwacht dat internationalisering blijft. De accenten en motieven kunnen verschuiven, zoals ook gebeurde in de jaren ’70 en ‘80. Wat wel stabiel lijkt, is de verhouding met het rijk: gemeenten voeren hun eigen internationaal beleid, terwijl het buitenlandbeleid formeel in handen blijft van de rijksoverheid.
Het proefschrift is te verkrijgen bij uitgeverij Boom in de reeks Binnenlands Bestuur & Decentralisatie.