Door het financieringstekort is de netto schuld van de gezamenlijke gemeenten gestegen naar € 36,1 miljard, gemiddeld € 1.991 per inwoner. De solvabiliteit is echter nagenoeg niet gewijzigd en bedraagt 39,6%. Dit blijkt uit de opendata IV-3 van de gemeentelijke jaarrekeningen 2025.

Netto-investeringen en leningen

De netto-investeringen van gemeenten (bruto investeringen minus afschrijvingslasten) in kapitaalgoederen, zoals wegen, bruggen, scholen en riolering, bedroegen € 5.146 miljoen. Het exploitatieresultaat kwam uit op een plus van € 2.740 miljoen.

Daarnaast waren er per saldo € 367 miljoen aan overige balansmutaties, waaronder het treffen van een hogere voorziening voor de toekomstige pensioenen van wethouders. Per saldo moesten gemeenten in 2025 daarom € 2.038 miljoen aan extra leningen voor de investeringen in kapitaalgoederen aangaan.

Exploitatieresultaat financiert deel van investeringen

Het positieve exploitatieresultaat van € 2.740 miljoen is geen vrij besteedbaar geld dat overblijft. Gemeenten gebruiken dit resultaat normaal gesproken in hetzelfde jaar om een deel van hun investeringen te financieren. Die investeringen overtreffen namelijk door inflatie, stijgende lonen, bevolkingsgroei en hogere standaarden jaarlijks de afschrijvingslasten. Dit vraag om extra financiering. Met een positief exploitatieresultaat hoeven zij minder voor de investeringen bij te lenen en neemt de schuld minder sterk toe.

Investeringen per inwoner groeien

Door de netto-investeringen groeide de waarde van de materiële vaste activa op de gemeentelijke balansen in 2025 met 6,56%. Gecorrigeerd voor 0,48% bevolkingsgroei en een prijsstijging van overheidsinvesteringen van 3,1%, komt dit neer op een reële groei van 3,0% per inwoner. In 2024 was dit 1,4%.

Tot en met 2023 daalde de reële waarde van de kapitaalgoederenvoorraad jarenlang door een erg laag investeringsniveau. Het ontbrak gemeenten destijds aan ruimte op de exploitatie voor dekking van de afschrijvings- en rentelasten voor een hoger investeringsniveau.  Gemeenten hebben in 2025 dus een klein deel van hun achterstand in publieke investeringen ingehaald.

Schuld en solvabiliteit

Voor de financiële gezondheid van gemeenten is niet alleen de hoogte van de schuld van belang. De belangrijkste vraag is of de inkomsten voldoende zijn voor rente en aflossingen van deze schuld, de lopende uitgaven en de noodzakelijke investeringen, waaronder vooral vervangingsinvesteringen.

De netto schuld steeg van € 31,9 miljard eind 2023 naar € 34,1 miljard eind 2024 en € 36,1 miljard eind 2025. Doordat het balanstotaal door de netto-investeringen sneller groeide dan de bruto schuld die ervoor is aangegaan, verbeterde de gezamenlijke solvabiliteit licht van 39,4% naar 39,6%.

De solvabiliteit wordt berekend vanuit de balansreserves en geeft aan welk deel van de gemeentelijke bezittingen niet met schuld, maar met exploitatieoverschotten uit het verleden is gefinancierd. De balansreserves zelf zijn namelijk geen geldmiddelen. Bij 21 gemeenten ligt de solvabiliteit onder de 20%, wat laag is. Geen enkele Nederlandse gemeente heeft een solvabiliteit onder de 10%.

Opendata Iv3-jaarrekeningen 2025

Bron van de gegevens voor dit bericht zijn de eerste plaatsing opendata Iv3 van de gemeentelijke jaarrekeningen 2025 zoals verzameld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Van 15 van de 342 gemeenten ontbreken de financiële gegevens nog. Deze ontbrekende gegevens worden later bij de tweede plaatsing toegevoegd. De ontbrekende cijfers zijn daarom grotendeels aangevuld met gegevens uit de jaarrekeningen van de betreffende gemeenten. Voor 2 kleine gemeenten zijn de uitkomsten geschat.