De VNG is de afgelopen maanden het land ingetrokken om met haar leden in gesprek te gaan over het Klimaatakkoord. Een breed gedeeld gevoel: we willen wel, maar het moet ook allemaal kunnen. We komen vanuit een rol in het Energieakkoord die relatief klein was, naar een rol waarin gemeenten de regie hebben.

Er is op dit gebied al veel bereikt in de afgelopen anderhalf jaar, maar de reis is nog niet klaar. Er is nog een lang traject te gaan, om de positie van gemeenten te borgen en om zorgen bij inwoners te kunnen wegnemen. Het Klimaatakkoord is een basisdocument waarop moet worden voortgebouwd.

VNG-bestuurder Lot van Hooijdonk: ‘We zijn de eerste overheid en dat blijkt uit de rol die wij nu krijgen in het akkoord. Wij staan het dichtst bij de burger en de rol in het gesprek met de inwoners hoort dan ook bij ons. We zullen en kunnen het niet altijd iedereen naar de zin maken, maar wel ons best doen om zo goed mogelijk te luisteren en er iets moois van te maken. Dat doen we wijkgericht met het aardgasvrij maken en regionaal met het realiseren van de duurzame energieopwek. Bij dat laatste kun je de landschappelijke kwaliteiten het best waarderen en meenemen. Het is van belang dat iedereen aan boord is. Vooral ook raadsleden, want zij snappen als geen ander wat er speelt in de praktijk.’

Expertise

Over de financiën voor gemeentelijke capaciteit zegt Van Hooijdonk: ‘Het is zo simpel als wat. Wij krijgen nieuwe taken en daar horen budgetten bij. Dat is geen gunst, maar heel normaal: je verricht werk en daar krijg je voor betaald. En daar is ook in de wet voor gezorgd: artikel 2. In het Klimaatakkoord is daarover afgesproken dat het ROB onderzoek doet naar de daadwerkelijke kosten die gemeenten moeten maken om de nieuwe taken in te vullen. Er is expertise en mankracht nodig. Dat is niet gratis: mensen moeten worden opgeleid en er moet voldoende tijd zijn zodat gemeenten comfort kunnen bieden aan inwoners door de gesprekken aan te gaan. De mate waarin de gemeenten comfort krijgen, bepaalt de snelheid van de transitie. We willen natuurlijk aan de slag, maar we moeten ook kunnen. We hebben nu handgeld om plannen te maken voor de Transitievisie Warmte, maar het echte werk, de huizen langs gaan, moet nog komen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de verschillende posities van mensen met eigen persoonlijke omstandigheden, maar ook kansen worden gezien om de buurt een lift te geven. Er is al wel een bodem gelegd voor financiering voor de woonlastenneutraliteit, koplopers en gemeenten. Dus we kunnen al beginnen.’

Aardgasvrij

Eind 2021 moeten gemeenten in de Transitievisie Warmte een eerste beeld geven aan bewoners, huis- en gebouweigenaren van het stapsgewijze tijdpad richting aardgasvrij. Van Hooijdonk: ‘Gemeenten moeten aangeven welke wijken het eerst aan de beurt zijn en daarbij aangeven wat de mogelijke alternatieven zijn. Eind 2021 is dat gereed voor de wijken die voor 2030 afgaan van het aardgas. Dus het is nog niet concreet voor elk adres. Wel hebben inwoners de garantie dat ze uiterlijk acht jaar voor de afkoppeling weten welk alternatief ze krijgen. Gemeenten gaan elkaar daarbij helpen en expertise opbouwen met landelijke ondersteuning. Ieder moet zijn eigen traject kunnen volgen, maar we hoeven niet allemaal te starten vanaf nul. We moeten het vooral samen doen en van elkaar leren. En inwoners kunnen nu natuurlijk zelf al aan de slag met energiebesparing en het terugdringen van energieverbruik, door bijvoorbeeld het huis goed te isoleren.’

‘Het Klimaatakkoord is een goed begin van iets waar we nog tientallen jaren mee bezig zijn. We willen ervoor gaan, maar wel zo dat de reis slaagt en dat we op de eindbestemming aankomen. En er speelt nog iets groters dan dit: de strijd in de fysieke leefomgeving en ruimte rondom bijvoorbeeld de inpassing van hernieuwbare energie. Wij als gemeenten spelen daar een heel belangrijke rol in. Zowel naar het Rijk als naar de inwoners. Wij moeten comfort hebben, om comfort te bieden’, aldus Van Hooijdonk.

Meer informatie