Op 7 en 8 oktober behandelt de Tweede Kamer het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. De VNG, het NGB, het Veiligheidsberaad en de Wethoudersvereniging constateren dat de regering op een aantal punten is tegemoetgekomen aan hun wensen, maar zien ook dat niet al hun voorstellen zijn overgenomen.

De regering heeft naar aanleiding van de vragen van Kamerleden het wetsvoorstel via een nota van wijziging verder aangepast. Daarnaast is in de nota naar aanleiding van het verslag onder meer de rol- en bevoegdheidsverdeling tussen Rijk, gemeenten en veiligheidsregio’s nader toegelicht.  

Meer ruimte voor lokaal maatwerk 

De nieuwe bevoegdheid voor de burgemeester om (gebieden met) plaatsen aan te wijzen waar de in de ministeriële regeling gestelde regels gelden, biedt meer mogelijkheden voor lokaal maatwerk. Daarmee geeft deze bevoegdheid invulling aan onze suggestie centraal wat moet en lokaal wat kan. Wel pleiten we er voor dit lokaal maatwerk niet afhankelijk te stellen van de beslissing van de minister om de burgemeester deze bevoegdheid te geven. 

Gezamenlijke oproep aan de Tweede Kamer 

In een gezamenlijk memo aan de Tweede Kamer vragen de VNG, het Veiligheidsberaad, het NGB en de Wethoudersvereniging aandacht voor: 

  • Het borgen van democratische legitimatie van besluitvorming op lokaal niveau.
  • Het vooraf afstemmen van de handhaving en uitvoering van de maatregelen die in de ministeriële regeling worden opgenomen.
  • Het wettelijk verankeren van de coördinerende rol van de voorzitter van de veiligheidsregio.
  • Het handhavingsaspect van de norm van veilige afstand voor specifieke groepen. 
  • De invulling van de autonome verordenende bevoegdheid van gemeenten. 

We roepen de Tweede Kamer op deze aandachtspunten bij de behandeling van het wetsvoorstel te betrekken. 

Meer informatie