De bevindingen in het vandaag verschenen SCP-rapport over het sociaal domein verrassen de VNG niet. Ze zijn herkenbaar en we zijn blij dat dit onderzoek de complexe en lastige werkelijkheid van gemeenten weerspiegelt.

Het onderzoek komt overeen met onze eigen ervaringen, de meeste aanbevelingen zijn ons uit het hart gegrepen. Dat geldt bijvoorbeeld voor een aantal onrealistische verwachtingen (dat gemeenten het met minder geld zouden kunnen doen en dat iedereen 'in gelijke mate' zou kunnen participeren) of de nog door te voeren veranderingen (meer samenhangend rijksbeleid, verbreding van het sociaal domein, vermindering van complexiteit in nationale regelgeving).

Kern van het SCP-rapport

Het SCP onderzocht in hoeverre de verwachtingen en doelen rondom de decentralisaties zijn uitgekomen. Het constateert diverse spanningen als het gaat om de inzet in 2015 afgezet tegen de realiteit van de afgelopen 5 jaar. Wijkteams bijvoorbeeld bieden weliswaar laagdrempelige toegang, maar slagen er nog niet in om outreachend te werken. Ook is (in tegenstelling tot verwacht) geen zichtbare verschuiving te zien van zware naar lichte hulp, en blijkt integraal werken lastig door verschil in wet- en regelgeving, privacy-belemmeringen en de grenzen aan gemeentelijke beleidsvrijheid.

Kritisch ten aanzien van doelstellingen decentralisaties

Het SCP is kritisch ten aanzien van de drie doelstellingen van de decentralisaties: meer participatie van inwoners, een meer zorgzame samenleving en een minder complex en een meer financieel houdbaar stelsel. De participatie van mensen met een (arbeids)beperking is niet toegenomen, de samenleving neemt niet meer zorgtaken op zich (kan dit ook soms niet) en het totale stelsel van (wettelijke) voorzieningen is niet minder complex geworden. In dit verband noemt het SCP het 'niet verwonderlijk' dat gemeenten met tekorten zitten.

Aanbevelingen richting het Rijk

Het SCP richt zijn aanbevelingen vooral op het Rijk:

  • Wees realistischer over bepaalde doelen en verwachtingen (bijvoorbeeld over redzaamheid en zorgsamenleving).
  • Reken je niet rijk door kortingen in te boeken als gemeenten hun opgaven daardoor niet kunnen waarmaken.
  • Zorg voor samenhangend rijksbeleid.
  • Hanteer een bredere definitie van sociaal domein.
  • Geef prioriteit aan kwetsbare groepen.
  • En verminder de complexiteit in de regelgeving.

Realisme is het begin van verandering

Natuurlijk had de VNG graag gezien dat de praktijk anders was, maar realisme is het begin van verandering. Als hoofdlijn van het rapport zien we de opgave om de publieke voorzieningen meer te laten landen bij de inwoners die ze het hardste nodig hebben. Dat was een van de belangrijkste aanleidingen tot de decentralisaties en daarin toont de praktijk nog onvoldoende voortgang. Een belangrijke randvoorwaarde hiertoe is wel stevig ingevuld: gemeenten hebben via sociale wijkteams daadwerkelijk de zorg dichterbij inwoners gebracht. Gemeenten blijven onverkort achter die beweging staan en zien enorme meerwaarde in de nabijheid van professionals die goed bereikbaar zijn voor hun inwoners.

Gevraagd: rijksbeleid dat de uitvoeringspraktijk faciliteert

Deze opgave kunnen gemeenten niet alleen klaren, rijksbeleid dat de uitvoeringspraktijk van gemeenten faciliteert - zo lezen we de aanbevelingen - is keihard nodig. Dat betekent ook: geen generiek landelijk beleid dat deze lokale opdracht tot domeinoverstijgend, gericht maatwerk frustreert (zoals het abonnementstarief). Voldoende financiële middelen maar vooral ook een bestuurlijke en staatsrechtelijke versterking van de positie van gemeenten (zoals een ander recent rapport ‘Beginselen versus praktijken’ stelt) zijn absoluut noodzakelijk.

Meer informatie