Criminelen hebben niets te zoeken in het zorgdomein. Voorbeelden in de regio Twente laten zien dat een aantal van hen hier zelf anders over denkt. Met een intensieve, integrale aanpak kunnen we deze malafide zorgaanbieders de deur wijzen. Maar het is logischer én eenvoudiger om hun de toegang te weigeren.

De animatie Zorgcriminaliteit laat zien dat dit nodig én mogelijk is. Ze heeft tot doel om de bewustwording en fraudealertheid bij gemeenten verder te vergroten. De animatie is ontwikkeld door VNG Naleving, RIEC Oost-Nederland, Veiligheidsregio Twente en Platform Integrale Veiligheidszorg. Karen Ottens, accountmanager Twente, was hierbij betrokken namens het RIEC, dat overheden helpt om criminele ondermijning van de samenleving te stoppen.

Rotte appels

Karen Ottens RIEC

‘Ik ken veel zorgbedrijven waar professionals elke dag keihard werken en met hart en ziel goede zorg verlenen aan kwetsbare mensen’, vertelt Karen. ‘Maar in mijn functie zie ik natuurlijk vooral de rotte appels. Criminele netwerken die hun drugsgeld investeren in panden die ze vervolgens verhuren aan kwetsbare mensen waar ze ook nog eens zorggeld voor opstrijken. En de dagbesteding van deze mensen bestaat bijvoorbeeld uit het opknappen van die panden.’ Als andere voorbeelden noemt Karen onder meer kwetsbare kinderen in een gezinshuis waar al meerdere hennepkwekerijen gevonden zijn en zorgondernemers die lid zijn van een outlaw motorcycle gang. ‘En zo kan ik nog wel even doorgaan’, zegt ze. ‘Criminelen die de zorg zien als toegankelijk verdienmodel zijn er en ze zullen niet vanzelf verdwijnen.’

Neuzen dezelfde kant op

Karen ziet de sense of urgency voor de aanpak van zorgfraude bij gemeenten gelukkig toenemen. ‘Bij de decentralisaties was er vooral oog voor de continuïteit van de zorg. Zelf vroeg ik me toen al af waarom we iemand die een horecabedrijf wil beginnen tot achter de komma doorlichten en zorgaanbieders zo gemakkelijk toelaten. In onze regio fungeerde een casus als vliegwiel. Het betrof een netwerk met een link naar hennepteelt. Burgemeesters en wethouders in de regio vonden eensgezind dat we dit stevig moesten aanpakken.’

Inmiddels worden er ideeën uitgewerkt voor een Twentse proeftuin. Hierin willen gemeenten gezamenlijk kijken wat er nodig is om de deur voor zorgcowboys en criminelen definitief in het slot te gooien. Wat moeten gemeenten zelf doen, wat kunnen ze lokaal en regionaal en wat is er nodig van het rijk, bijvoorbeeld op het gebied van informatie-uitwisseling met ketenpartners?

Deur dicht

De animatie geeft aanbevelingen voor goede preventie door gemeenten. Die komen grotendeels overeen met die uit het vorig jaar gepubliceerde rapport ‘Een wereld te winnen | Over zorgfraude Wmo 2015 en Jeugdwet’ van Edward van der Torre. Karen: ‘De belangrijkste is strenge screening aan de poort. Daarbij moeten gemeenten ook nadenken over een maximaal aantal aanbieders. Het moet beheersbaar zijn. Ik schat dat er in mijn regio zo’n 1.300 pgb- en ZIN-aanbieders actief zijn. Dat is echt te veel. In de manier van aanbesteden kunnen gemeenten al veel kaf van het koren scheiden en tussentijdse toetreding niet meer toestaan. De angst om hierbij bonafide aanbieders te veel te belasten lijkt ongegrond. Zij geven zelf aan belang te hechten aan een schone branche en hiervoor aan de voorkant een extra stapje te willen zetten. En natuurlijk kun je in je beleid altijd ruimte houden voor tussentijdse toetreding van aanbieders op gebieden waar krapte is, zoals zwaardere jeugdzorg.’

Basis op orde

Een andere aanbeveling is dat gemeenten hun basis op orde moeten hebben. Die basis bestaat uit beleid en capaciteit. Karen: ‘Beleidsmatig moeten gemeenten zorgen voor heldere kaders voor het veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekken van zorg en ondersteuning. Het is nu vaak relatief eenvoudig voor malafide aanbieders om een verdienmodel te creëren waarbij ze cliënten ronselen. In een dergelijke casus voerde een gemeente herindicaties uit. De meeste cliënten bleken geen Wmo-ondersteuning nodig te hebben. Die naïviteit moet eruit. Ook kom ik tegen dat dagbesteding bestaat uit koffiedrinken en koken. Op zich prima, maar dit kan niet de bedoeling zijn van een pgb. Voor dit soort activiteiten zijn er voorliggende voorzieningen, zoals een buurthuis.’ Om zulke zaken te voorkomen is er voldoende capaciteit nodig aan de voorkant. Maar als gemeente wil je ook een vinger aan de pols blijven houden. Investeren in relatiebeheer, toezichtcapaciteit en juridische zaken is met het oog op het hele traject noodzakelijk.

Samenwerking

Karen vertelt dat ze trots is op de partners met wie de integrale samenwerking steeds meer vorm krijgt. Zo brengt de Belastingdienst samen met gemeenten een startbezoek aan nieuwe aanbieders. ‘Niet met een handhavingsdoel, maar als kennismaking. En natuurlijk zien ze daarbij eventuele signalen dat er iets niet in de haak is niet over het hoofd.’ Ook de informatie-uitwisseling ziet Karen waar het mogelijk is best goed gaan. ‘Ik druk gemeenten ook altijd op het hart om hun meldingen door te zetten naar het Informatie Knooppunt Zorgfraude, van waaruit ze gedeeld kunnen worden met de ketenpartners. De Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg en wellicht ook de proeftuin zullen deze mogelijkheden verder verruimen. Dat is nodig. Het kan niet zo zijn dat kwetsbare cliënten van zorgkantoren geplaatst worden bij een aanbieder die wij eerder hebben ontmanteld vanwege criminele activiteiten. Van die machteloze buikpijn moeten we echt af.’


Renee VNG Naleving

Routekaart voor inrichting preventie en aanpak

Renée Emmelkamp is senior-adviseur Zorg bij VNG Naleving. In die rol adviseert ze gemeenten – samen met drie collega’s – bij het inrichten van toezicht op de Wmo 2015 en de Jeugdwet. ‘Ik ben het helemaal met Karen eens dat gemeenten vol moeten inzetten op preventie van zorgfraude en adequaat moeten reageren op signalen. Voor een effectieve inrichting van preventie en aanpak heeft VNG Naleving de routekaart Toezicht, Handhaving en Naleving | Wmo 2015 en Jeugdwet ontwikkeld. Hierin vinden gemeenten instrumenten die hen van a tot z helpen bij de vormgeving van het toezicht. Als adviseurs Zorg helpen we gemeenten daar graag bij.’