Er is al veel werk verzet door gemeenten en de VNG om de Wet inburgering op 1 januari 2022 van start te laten gaan. Maar er is nog werk aan de winkel. Dit gaf Gert-Jan Bakker, lid MT afdeling inclusieve samenleving van de VNG, aan in zijn openingswoord op het webinar ‘Aftellen voor de nieuwe Wet inburgering'.

Er lopen nog steeds gesprekken lopen met het ministerie over een aantal onderwerpen, namelijk de kosten voor de informatievoorziening, de positie van de leerbaarheidstoets en de aanbestedingen, in het bijzonder voor de onderwijsroute. De VNG is hier scherp op. Ondertussen kunnen gemeenten gewoon door met de voorbereidingen. 

Rol van de wethouder

In de aanwezigheid van onder andere wethouders Piet Vreugdenhil, Cees van Eijk , Tjitske Biersteker, Lizanne Lanser en Indra Bijl, auteur van de handreiking integraal werken en werkzaam voor AEF, zijn er tijdens het webinar een aantal stellingen besproken die allen hun weerslag hebben op de rol van de wethouder bij de implementatie van de nieuwe wet.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid

De landelijke wet- en regelgeving is vertaald naar een lokale visie, maar juist nu moeten bestuurders hun handen flink laten wapperen, geeft Piet Vreugdenhil, wethouder gemeente Westland, aan. Bestuurlijke verantwoordelijkheid is van belang, ook zeker in de uitvoering. Er ligt hierbij een rol voor bestuurders in een goede samenwerking en communicatie tussen de gemeente, uitvoeringsdiensten en het maatschappelijk middenveld. Cees van Eijk, wethouder gemeente Amersfoort, ziet daarnaast een verantwoordelijkheid voor wethouders om de uitvoering van de Wet inburgering integraal op te pakken en te zorgen voor een domein overstijgende samenwerking.

Er was tijdens het webinar ook aandacht voor de onderwerpen integraal werken, regionale samenwerking en hoe om te gaan met het lerende en adaptieve stelsel. Bestuurders hebben mooie ambities en moeten aan de slag om deze waar te maken.