De werkgroep Verlof en Vitaliteit heeft zijn advies gegeven aan de partijen bij de cao Gemeenten en de cao SGO. De VNG en de WSGO leggen het advies voor aan de leden. Daarna wordt het advies onderdeel van de gesprekken over de volgende cao.

Opdracht werkgroep Verlof en Vitaliteit

In de cao 2019-2020 is afgesproken dat alle gemeentelijke werkgevers vitaliteitsbeleid moeten hebben en dat een werkgroep criteria daarvoor ontwerpt. Hiernaast is afgesproken dat de werkgroep instrumenten verzamelt die gemeentelijke organisaties al hebben voor vitaliteitsbeleid zodat andere gemeenten die als voorbeeld kunnen gebruiken. 

De werkgroep is ook gevraagd om advies uit te brengen over overgangsrecht bij een harmonisatie van bovenwettelijk verlof. In eerdere cao’s is al afgesproken om het bovenwettelijk verlof te harmoniseren, maar partijen zijn het nog niet eens geworden over het overgangsrecht voor werknemers die nu meer of minder verlof hebben dan de beoogde norm. De beoogde norm voor bovenwettelijk verlof is 36 uur per jaar.

Advies werkgroep

De werkgroep heeft een aantal criteria ontwikkeld voor vitaliteitsbeleid, inclusief een aantal concrete, in de cao op te nemen afspraken. De werkgroep adviseert onder andere om in de cao een verlofregeling voor werknemers in te richten, waarmee werknemers verlof kunnen sparen dat ze naar eigen behoeften en omstandigheden kunnen inzetten: de spaarverlofregeling.

Als er in de cao een landelijke norm voor bovenwettelijk verlof komt, adviseert de werkgroep om uit die norm 14,4 uur op te nemen in het spaarverlof. De beoogde landelijke norm van 36 uur is namelijk voor een deel is gebaseerd op leeftijdsverlofdagen. Die leeftijdsverlofdagen komen nog voor bij sommige gemeenten, maar zouden bij een harmonisatie van verlof worden afgeschaft.

Werkgroep en LOGA

De werkgroep was ingesteld door het LOGA: het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden. In de werkgroep zaten onderhandelaars vanuit het LOGA.  Het LOGA heeft het advies van de werkgroep aanvaard.

De bij de cao betrokken partijen zullen het advies van de werkgroep nu eerst voorleggen aan hun leden. De VNG en de WSGO zullen het advies in juni bespreken in ambtelijke (digitale) bijeenkomsten. Hierna zullen zij in september het advies aan hun leden voorleggen, als onderdeel van de ledenraadpleging over de inzet voor de volgende cao.

Het advies en de reacties van de achterbannen op dat advies wordt onderdeel van het overleg over de volgende cao. De VNG bericht u nader over de voorbereidingen voor het overleg over de volgende cao.

Meer informatie