De Tweede Kamer stemde dinsdag in met de Wet experiment gesloten coffeeshopketen. De volgende stap is nu de behandeling van de AMvB in april. Daarmee komt meer zicht op hoe het wietexperiment wordt vorm gegeven.

De VNG heeft de volgende punten meegegeven aan minister Grapperhaus (JenV):

  • Representativiteit: het monitoren van de effecten van het experiment hangt sterk samen met de schaal: het aantal en de diversiteit in deelnemers en de spreiding. De VNG houdt zorgen over het beperkt aantal gemeenten dat mee kan doen, en ook of (grote) gemeenten met veel coffeeshops wel mee willen doen.
  • Ingezetencriterium: de AMvB biedt geen ruimte voor het lokaal bestuur om zelf het z.g. ingezetenencriterium toe te passen (de verkoop van wiet wel of niet uitsluitend toelaten aan de eigen inwoners/pashouders).
  • Verplichte deelname coffeeshops: gemeenten willen zelf bepalen met welke coffeeshops zij in zee gaan in het experiment, maar deze mogelijkheid zien we niet terug in de AMvB.
  • Gezondheidsbeleid: hoewel de AMvB aandacht heeft voor (gezondheids)preventie, beperkt de eis tot gesealde levering (van teler tot en met verkoop) de mogelijkheden van preventie en voorlichting.
  • Proces van deelname: het proces van aanvraag voor deelnemende gemeenten is in de AMvB te summier omschreven.
  • Budget/financiën: de uitvoeringskosten zijn nog onduidelijk. Duidelijkheid op dit punt is voor gemeenten een belangrijke randvoorwaarde om te bepalen wel of niet mee te doen aan het experiment.

De komende weken wordt duidelijk of en in hoeverre het voorstel wordt aangepast naar aanleiding van deze opmerkingen.

Onduidelijkheden

In een op 20 december jl. verzonden brief aan minister Grapperhaus (zie hieronder) noemen we ook nog een aantal punten waar de AMvB nog onduidelijk over is. Deze betreffen o.a. de prijsstelling en kwaliteit van de wiet, betrokkenheid van de consument, en de selectie van de z.g. controlegemeenten.

Meer informatie