Mechelse herder - Burgemeester Bart Somers houdt zijn stad bijeen

VNG Magazine nummer 10, 7 juni 2019

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Jiri Büller


Burgemeester Bart Somers van Mechelen was een van de sprekers op het VNG Jaarcongres in Barneveld. Hij ontving in 2016 de World Mayor Prize. Onder zijn leiding is Mechelen niet alleen getransformeerd van het zieke kind van Vlaanderen in een bruisende stad, de jury loofde hem ook voor zijn inspanningen om de integratie en de sociale cohesie te bevorderen. 

Sinds Bart Somers werd uitgeroepen tot ’s werelds ‘beste burgemeester’ weet die wereld Mechelen te vinden. BBC, The New York Times, The Washington Post, de Japanse tv, vertegenwoordigers van grote Europese steden als Amsterdam, Berlijn, Stockholm en Oslo – ze kwamen allemaal over de vloer in de kamer van Somers in het historische stadhuis. Op zoek naar het Geheim van Mechelen.
Natuurlijk is Mechelen geen paradijs, zegt de burgemeester. ‘Wij kennen ook samenlevingsproblemen, criminaliteit, armoede. Net als elke stad. Maar ik denk dat wij een verfrissende aanpak hebben gevonden die ook hoopvol is en perspectief biedt. Wij hebben hier een Yes we can!-verhaal verteld. Ik denk dat we daarom die prijs hebben gekregen.’
Bart Somers – behalve burgemeester ook fractievoorzitter van de liberale Open VLD in het Vlaams parlement – spreekt consequent in de eerste persoon meervoud: ‘Wij doen het samen.’ Maar het is geen toeval dat sinds zijn aantreden in 2001 als burgemeester de Mechelse grafieken alleen maar stijgen. ‘We waren’, zegt hij, ‘destijds de rodelantaarndrager op zowat alles, het zieke kindje van Vlaanderen. Nu zijn we de referentiestad geworden.’

U zegt steeds ‘wij’, maar u bent het boegbeeld, u krijgt de waardering. Blijkbaar doet u iets heel goed.
‘U stelt nu een heel Nederlandse vraag. Het is mijn Vlaamse bescheidenheid om mij helemaal naar beneden te praten en onder het maaiveld te blijven. Maar natuurlijk, ik zal evident verdiensten hebben. Dat heeft te maken met het feit dat ik politiek volwassen ben geworden in een tijd dat de stad met zichzelf worstelde, de jaren negentig. De middenklasse trok weg, de stad verpauperde, de politiek polariseerde, Vlaams Blok haalde hier op een zeker moment 32 procent van de stemmen. Altijd werd de link gelegd met migratie, onveiligheid, achteruitgang. Dat was de giftige cocktail waar we in zaten. Als je de politiek inging, vroeg men: “Wat gaat u doen met de migranten, met de onveiligheid?” Altijd zuur, negatief, mensen zaten met zichzelf in de knoop. En de politieke klasse had daar in die tijd geen antwoord op, ze deed gewoon meer van hetzelfde. Daardoor kwamen we in een vicieuze cirkel. Steeds meer armoede, steeds minder draagkrachtigen in de stad. Dat was de tijd waarin ik in de politiek ging. In 1994 werd ik gekozen in de gemeenteraad.’

Wat ging u anders doen toen u in 2001 burgemeester werd?
‘We waren rechtstreeks vanuit de oppositie verkozen, met een heel nieuwe ploeg en hebben out-of-the-box-politiek moeten bedenken die heel empathisch was, heel goed probeerde te begrijpen wat er écht leeft bij de mensen. Dus we gingen direct contact met hen zoeken. Maar we moesten ook een beleid voeren dat antwoord gaf op de noden van de mensen. Het werd een beetje eigenzinnig, een combinatie van dingen die je normaal niet bij elkaar ziet. Een fors veiligheidsbeleid, wat normaal wordt geframed als “rechts”. Ik heb daar in het begin wel mee geworsteld. We hebben zwaar geïnvesteerd in politie en in camera’s. Dat is voor een liberaal politicus niet eenvoudig, maar we moesten de rule of law terugbrengen in plaats van de rule of the jungle en de mensen in de kwetsbare wijken weer perspectief geven. Als we dat niet op orde zouden krijgen, zouden mensen beschuldigend blijven wijzen naar die lui van het stadhuis en naar de migranten, naar de nieuwkomers in de stad. Dan zet je de deur open voor het populisme.’

Wij hebben hier een Yes we can!-verhaal verteld

U noemt zichzelf progressief. Waaruit blijkt dat?
‘Progressieve politici zien diversiteit als iets positiefs. Wat je in de praktijk ziet, in Vlaanderen maar ook in Nederland, is dat steden niet leven op diversiteit maar archipels van monoculturele eilanden zijn. Eilanden waar je alleen met je eigen mensen in contact komt. Als je benadrukt dat de stad uit culturele getto’s bestaat, beginnen de problemen. Dan sluipt de afgunst binnen: waarom krijgen zij een eigen parkje en wij niet, waarom is onze school minderwaardig, waarom controleert de politie ons altijd, en niet hen? Populisten van links en rechts, en ook moslimpopulisten, gebruiken dat om mensen tegen elkaar op te zetten, om frustraties te voeden. We moeten dat doorbreken.’

Hoe doet u dat in Mechelen?
‘Met allerlei acties om gemengde scholen te krijgen, gemengde buurten en gemengde jeugdclubs. Natuurlijk, als je een Marokkaanse voetbalclub wilt beginnen, mag dat. Maar óns geld gaat daar niet naar toe. Ons geld gaat naar de clubs die mensen met verschillende achtergrond samenbrengen. We proberen op allerlei manieren suikerklontjes tegen de verzuring in te brengen.’

Verbinding is een woord dat vaak terugkomt in uw aanpak. Hoe pakt dat uit als het gaat om het integreren van nieuwkomers?
‘Nieuwkomers moeten zich voorbereiden op de arbeidsmarkt en de taal leren, maar ze hebben geen mogelijkheid om die taal te oefenen. Dus wij doen aan speeddating. Een nieuwkomer kan vier of vijf mensen zien, Vlamingen, van zijn leeftijdscategorie of opleidingsniveau die daartoe bereid zijn. En die Vlamingen zien ook vijf nieuwkomers. Na de date koppelen we ze aan elkaar. Ze gaan zes maanden lang, één keer per week een uur, samen door de stad. Die nieuwkomer heeft nu iemand om Nederlands mee te praten, en omgekeerd gaat die Vlaming vertellen over de stad, over banale dingen. Ze zien dat een man een vrouw kust, als begroeting. Het inzicht dat dat geen uitnodiging is tot seks, maar in onze samenleving een normale manier van begroeten – iemand moet hem dat een keer vertellen. Die mensen blijven daarna contact houden en vieren bijvoorbeeld ook samen de feestdagen. Er zijn heel veel families waar voor de eerste keer in de intimiteit van de kerstsfeer iemand met een andere huidskleur aan tafel zit.’

Steden zijn archipels van monoculturele eilanden

U vraagt veel van de Mechelse samenleving. Accepteert de Mechelaar dat?
‘Je kunt en mag van een samenleving veel verwachten. Ik kreeg vanuit een bepaalde hoek vaak het verwijt dat ik niet zeg wat Aboutaleb in Rotterdam zegt. Die spreekt tenminste klare taal, die zegt tegen Marokkanen dat ze moeten oprotten als het ze hier niet bevalt. Waarom doet u dat niet, vragen ze mij. Dan zeg ik: “Ik bén uw Aboutaleb, want ik zeg tegen mijn peergroup wat hij zegt tegen zijn peergroup: We moeten ons allemaal aanpassen, allemaal integreren in de nieuwe realiteit, en niet vanuit onze stoel kijken naar mensen uit de immigratie, die hier vaak zijn geboren en opgegroeid, als tweederangsburgers over wie wij oordelen of ze zich voldoende hebben aangepast of niet. U moet ook inspanningen doen en accommoderen aan de nieuwe samenleving die we zijn.” Dat is mijn rol, ik loop daar niet voor weg.’

Populistisch perspectief


Veel mensen zijn huiverig voor die nieuwe samenleving, ze laten graag alles bij het oude.
‘Vanuit een populistisch perspectief wordt gezegd: we gaan niks meer veranderen, want elke verandering is een vorm van onderwerping aan de islam. Maar iedereen die nu pleit voor een standstill, zegt eigenlijk wat een salafist zegt: dat we terug moeten naar de tijd van Mohammed, al wat sindsdien is veranderd geldt eigenlijk min of meer als godslastering. Als ik het heel brutaal en een beetje kort door de bocht formuleer, zeggen deze populisten: wij gaan nu ook alles bevriezen, terug naar de jaren vijftig. Maar waar stonden de vrouwen in de jaren vijftig? Aan de haard. Willen we daarnaar terug?
‘Je kunt een samenleving niet laten functioneren zonder gedeelde waarden. Gedeelde waarden worden nu opgehangen aan cultuur, aan assimilatie. Assimilatie van wat, vraag ik me dan af. Als ik wil assimileren moet ik katholiek worden, in Vlaanderen. Ik moet mosselen met friet eten, mag niet meer scheiden, moet veel kinderen op de wereld zetten en Nederlandstalige muziek mooi vinden. Ik geloof daar niet in, ik geloof wel in kernwaarden omdat die de vrijheid van iedereen garanderen.’ 

Het succes van uw aanpak is evident. Dat moet ook andere Vlaamse steden opvallen. Nemen ze uw lessen over?
‘In Gent, Oostende, Kortrijk – in heel veel steden werd bij de gemeenteraadsverkiezingen gepraat over Mechelen als een soort model, een aanpak die fris en out of the box is. Mijn mooiste ervaring was dat bij een verkiezing in Leuven, twee kandidaat-burgemeesters, een sociaaldemocraat en iemand van de N-VA, op de regionale televisie aan het bakkeleien waren over wie het best het Mechelse model in de praktijk kan brengen. Een socialist die met een nationalist ruziemaakt over een liberaal-groen beleid!’

Heeft het succesvolle beleid niet ook vooral met chemie tussen personen in het gemeentebestuur te maken?
‘Ongetwijfeld, maar ook met de bereidheid om uit de eigen comfortzone te treden. Onze stad was een probleemstad, we konden het ons niet permitteren op ons ideologisch gelijk te blijven kamperen, we moesten de straat op, dingen echt aanpakken. 
‘Neem de aanpak van de armoede. We hebben gezinnen echt uit de structurele armoede getild door daar heel intensief mee samen te werken, maar op een andere manier dan gebruikelijk. We hebben onze beste maatschappelijk werkers vrijgemaakt en die zetten we ieder op vier of vijf gezinnen, niet meer. Ze krijgen een heel klein budget en gaan elke dag langs bij dat gezin. Ze doen niets vóór dat gezin, maar alles mét dat gezin. Dat begint bij het bestellen van een container om alle rommel uit het huis te halen, een winterjas kopen voor het kind, ’s morgen samen de boterhammetjes smeren zodat het kind gegeten heeft als het naar school gaat, samen naar de deurwaarder om de papieren op orde te brengen. Alles samen, stap voor stap en structureel.’

Dat is een behoorlijk intensieve werkwijze.
‘Het is ongelooflijk intensief, maar na een paar maanden komt er weer structuur in het leven van die gezinnen. Sommige kun je nooit loslaten. Andere geraken eruit, ook al hebben ze een multiprobleem – prostitutie als enige bron van inkomsten, soms incestueuze situaties, verloedering van de woning. Waar de kat al twee dagen dood in de woonkamer ligt, waar hondenkeutels liggen, waar een kind moet slapen in een kamer zonder raam. Dat is ook mijn stad, honderd meter van het stadhuis. Dat kan niet, daar moeten we iets aan doen. Die mensen moeten we bij de hand nemen. Dat hebben wij gedaan en daar komen nu heel veel anderen naar kijken: hoe doen wij dat? We zijn ambitieus, we hebben gezegd: we gaan de kinderarmoede in Mechelen halveren. Men zegt: je bent gek, maar we gaan dat doen. Daar mobiliseren we de hele stad voor, we betrekken het bedrijfsleven erbij, dat gaan we samen doen. We geven onszelf vijf maanden de tijd om die mensen in een deftig huis te steken en een duurzame job te geven. Dat vraagt een heel ander soort voluntaristische houding, dat vraagt om een mobilisering van de hele samenleving.’

We hebben veel opgebouwd, maar de slopers zijn onder ons

Fragiel vaasje


Premier Mark Rutte sprak over de Nederlandse samenleving als een fragiel vaasje: mooi, maar heel kwetsbaar. Mijn indruk is dat Mechelen een robuuste stenen kruik is.
‘Die kan ook barsten. Een samenleving is altijd fragiel. Eén emotioneel moment kan polariserend werken. Wij hadden onlangs zo’n moment. Een man met een verslavingsproblematiek begon mensen met een mes aan te vallen. De politie heeft hem moeten doodschieten. Heel snel begint dan de framing: de witte politie die iemand uit de migratie doodschiet. Je voelt hoe kwetsbaar een stad op zo’n moment is. Dan moet je veel moeite doen om ervoor te zorgen dat zo’n incident niet wordt uitvergroot. Dat vraagt een permanente inspanning, dus die kwetsbarheid is er zeker. 
‘We hebben veel opgebouwd, maar de slopers zijn onder ons. Populisten zijn voor mij slopers, van al waar wij voor staan, van al wat humaan is. Zij proberen steeds opnieuw de kwetsbare flanken te vinden om binnen te breken. Wij Mechelaren maken een menselijke muur om onze kinderen, om ze te beschermen tegen verleidingen. Maar daar zitten altijd zwakke flanken in, dus we moeten waakzaam blijven.’