'Laaggeletterden hebben hulp nodig van ervaringsdeskundige'

VNG Magazine nummer 1, 25 januari 2019 

Auteur: Paul van der Zwan 

Het aantal laaggeletterden neemt jaarlijks toe. Het probleem blijkt hardnekkig, maar volgens wethouder Elly Pastoor (PvdA) van Westerkwartier is er maar één remedie om laaggeletterdheid terug te dringen: doorgaan met de bestrijding ervan.  

Formulieren invullen, straatnaamborden lezen, reizen met het openbaar vervoer, pinnen en digitaal betalen, werken met de computer, solliciteren, begrijpen van informatie over bijvoorbeeld gezondheid en zorg. Lang niet iedereen kan dat. Volgens Stichting Lezen & Schrijven hebben 2,5 miljoen mensen van zestien jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Zij zijn laaggeletterd. 
Het is een wijdverbreid misverstand dat laaggeletterden analfabeet zijn. Ze kunnen namelijk wel lezen en schrijven, maar niet op het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. ‘Ik zit al een half leven in de wereld van de laaggeletterdheid, dus het onderwerp is mij niet vreemd’, aldus Pastoor. Zij is sinds eind jaren negentig vanuit verschillende functies betrokken bij laaggeletterden. Eerst als regiomanager van een regionaal opleidingscentrum, daarna onder meer als gemeentebestuurder.  
‘Destijds lag het aantal laaggeletterden op ongeveer een miljoen, dat vonden we toen al zorgwekkend. Nu kunnen we het aantal schrikbarend noemen.’ Toch wordt laaggeletterdheid al jaren bestreden. ‘Je kunt je dus afvragen of wij de verkeerde dingen doen, of de aanpak geen effect heeft, of dat het probleem steeds groter wordt. Laat het vraagstuk zich zo moeilijk terugdringen doordat de samenleving ingewikkelder wordt?’  

Digitale ongeletterdheid 
Digitale ongeletterdheid maakt deel uit van dat probleem. Grootegast, waar Pastoor tot 1 januari dit jaar wethouder was, stopte met het verspreiden van gemeentelijke informatie via de huis-aan-huiskrant. Informatie werd aangeboden via de gemeentelijke website. Veel inwoners bleken de informatie niet meer te kunnen volgen. Het besluit is teruggedraaid.’ 
Pastoor noemt de toename van laaggeletterdheid zeer verontrustend. ‘Zeker in combinatie met armoede, langdurige schulden en het verlies van het contact met de overheid doordat mensen de post niet openen en mails niet lezen. Dan wordt het leven ingewikkeld.’ 
Het gevaar bestaat volgens Pastoor dat laaggeletterdheid gepaard gaat met armoede. ‘Dat de kloof tussen rijk en arm overeenkomt met de tweespalt geletterd en ongeletterd. We moeten ervoor zorgen dat deze groep zich gehoord en gezien blijft voelen in de samenleving.’ Dat maakt doorgaan met de strijd tegen laaggeletterdheid nóg belangrijker. ‘Laaggeletterden moeten de schaamte voorbij. We hebben veel voorbeelden van mensen die cursussen volgden en zich daarna fantastisch redden met lezen. Zij zijn ervaringsdeskundigen en weten als geen ander hoe je leven hierdoor ten goede verandert. We moeten de ervaringsdeskundigen veel meer inzetten om lotgenoten over de streep te trekken.’ 
Pastoor is ervan overtuigd dat een hoop leed van laaggeletterden verzacht kan worden. ‘Ik weet van een voorzitter van de ondernemingsraad van een bedrijf die moeite had met het lezen van de stukken. Dat deed hij daarom thuis samen met zijn vrouw.’ Een ander voorbeeld is een bedrijf dat failliet ging en dat werd overgenomen door een andere eigenaar. ‘Daardoor moesten de werknemers andere bonnetjes invullen; de helft van hen bleek dat niet te kunnen. Voorheen wisten ze wat ze waar op de bonnetjes moesten schrijven, maar met deze verandering konden ze zonder hulp niet uit de voeten.’

De meeste laaggeletterden zijn autochtoon

Werkgevers horen zich naar het oordeel van Pastoor veel meer te realiseren dat een deel van de werknemers laaggeletterd kan zijn. Anders begrijpen ze niet waarom sommige werknemers iets niet kunnen. ‘Als je werkgevers om aandacht vraagt voor het probleem, denken ze vaak dat het gaat om allochtone werknemers. Maar de meeste laaggeletterden zijn autochtoon. Zij zijn overigens veel minder bereid om via een cursus van hun probleem af te komen dan allochtonen. Uit schaamte.’ 
Het is naar het oordeel van Pastoor de kunst om de aanpak van die cursussen aan te passen aan het soort laaggeletterden. ‘Bij bijvoorbeeld een licht verstandelijk beperkte bij wie laaggeletterdheid van generatie op generatie wordt doorgegeven, moet de school er van het begin af aan al aandacht aan besteden.’  
Ook voor gemeenten blijkt het vaak lastig om laaggeletterden te bereiken. ‘Het kan natuurlijk via de sociale dienst, vrijwilligersorganisaties, huisartsen, GGD, consultatiebureaus of Centra voor Jeugd en Gezin. Zij kunnen laaggeletterden wijzen op cursussen van zogeheten Taalhuizen. Vier van onze dorpskernen hebben zo’n Taalhuis. De mogelijke verwijzers moeten laaggeletterdheid dan wel herkennen. En dat is niet eenvoudig.’ 
Pastoor laat niet na om laaggeletterdheid ter sprake te brengen. ‘Eigenlijk moet je het overal aankaarten, eveneens tijdens werkbezoeken. Dat doe ik zo veel mogelijk.’ Doorgaan met het bestrijden van laaggeletterdheid acht de wethouder van groot belang. ‘We moeten de ervaringsdeskundigen veel meer bij de strijd betrekken dan nu mondjesmaat het geval is. Dat moet onze aanpak gaan versterken.’ 

TaalHelden 

 
Op 24 januari heeft prinses Laurentien, op wier initiatief de Stichting Lezen & Schrijven is opgericht, de jaarlijkse TaalHeldenprijzen uitgereikt. De TaalHeldenprijs is in 2015 ingesteld om mensen te bedanken die zich op een unieke manier inzetten voor een geletterd Nederland. 
Iedereen kon een TaalHeld nomineren voor een van de drie categorieën: laaggeletterde taalcursist, taalbegeleider of bruggenbouwer (een persoon die zich inzet om mensen en organisaties met elkaar te verbinden in de aanpak van laaggeletterdheid of een samenwerkingsverband dat laaggeletterdheid effectief aanpakt). Volgens woordvoerder Dieuwertje Penders zijn in de voorrondes in totaal honderden mensen genomineerd, verdeeld over de twaalf provincies. ‘Allen hebben een lintje van ons gekregen.’ 
Per provincie zijn drie TaalHelden genomineerd voor de TaalHeldenprijs 2018.  Onder wie één lokaal bestuurder: burgemeester Eric van Oosterhout van Emmen. Penders: ‘Dat lijkt misschien niet veel, maar het zegt weinig over hoe laaggeletterdheid leeft bij gemeenten. Bij al die honderden genomineerden zaten immers ook gemeenteambtenaren en -bestuurders.’  
De Groenmannen kregen de publieksprijs in de categorie taalcursist omdat zij al vóór werktijd deelnemen aan lees-, schrijf- en computerles op maat. De juryprijs in deze categorie ging naar Jose Brunselaar, die in haar jeugd maar kort naar school ging en haar achterstand met lezen en schrijven op latere leeftijd met groot enthousiasme heeft ingehaald.
Muhammad Ali ontving de publieksprijs en de juryprijs in de categorie taalbegeleider. Vier jaar geleden is hij gevlucht uit Syrië. Na aankomst in Nederland heeft hij zich direct gemeld bij het taalhuis in de bibliotheek. Twee jaar later kon hij al als taalvrijwilliger aan de slag om andere cursisten te helpen met taal en inburgering.
De juryprijs in de categorie bruggenbouwer viel ten deel aan gezondheidsprofessionals Gooi en Vechtstreek, waar ziekenhuis, apothekers, GGD en huisartsen de handen ineen slaan om laaggeletterden verder te helpen.