Klimaat dwingt Zeeuwen tot nieuwe aanpak

Nummer 9, 2 juni 2017

Auteur: Marten Muskee

Zeeland staat synoniem voor de eeuwige strijd tegen het water. De wereldberoemde Deltawerken en dijken gelden als succesverhaal. Door de klimaatveranderingen dreigt het gevaar echter niet langer vanuit zee alleen, maar ook vanuit de lucht en het achterland. Tijd om in het kader van klimaatadaptatie de bakens te verzetten en anders met water te leren omgaan.

VNG Magazine legde de vraag of de Zeeuwen al een omslag in het denken over klimaatverandering maken voor aan de gedeputeerde voor water Ben de Reu, dijkgraaf Toine Poppelaars van waterschap Scheldestromen en aan Marten Wiersma (zie pagina 25), een betrokken dorpsbewoner die zich inzet voor de energietransitie.
De Reu beantwoordt de vraag bevestigend. ‘Doordat het klimaat verandert, spelen er zaken waar Zeeland iets mee wil en moet om hier ook in de toekomst goed te kunnen wonen, werken en recreëren.’ De zeespiegel stijgt, extreme hoosbuien worden afgewisseld met perioden van droogte en het wordt steeds warmer waardoor inwoners last kunnen krijgen van hittestress. De Reu noemt hittestress een onbekend en onderschat thema dat grote invloed heeft op de gezondheid van mensen. ‘We zijn op al die terreinen bezig met het treffen van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie.’

Totaalkaart

Illustratief voorbeeld hiervan is de totaalkaart die Zeeland net heeft ontwikkeld waarop precies staat aangegeven waar onder de grond zoet en zout water zit. Die gegevens zijn van groot belang voor de opslag en het gebruik van zoet water als het gaat om hoosbuien en droogteperiodes. ‘Zeeuwen zijn van oudsher gewend om regenwater zo gauw mogelijk via de sloten en boezems af te voeren naar zee. Nu willen we dat water bewaren voor periodes van droogte voor onder meer de landbouw.’ Zeeland is ingepolderd en er zijn nog oude kreekruggen in de bodem aanwezig waar zoetwaterbellen aangelegd kunnen worden. Met de kaart in de hand weet een tuinbouwer precies waar hij een drain kan aanleggen in de bodem.’

Klimaatstresstest

De Zeeuwse overheden hebben hun krachten gebundeld in het platform Klimaatadaptatie in Zeeland. In dat kader voert elke Zeeuwse gemeente een klimaatstresstest uit. In deze test komen alle klimaataspecten terug, zoals wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. De klimaatstresstest in Noord-Beveland vond plaats in het najaar van 2016. Burgemeester Marcel Delhez zei toen het heel belangrijk te vinden om te weten wat extreme regenval, hitte en overstromingen voor de gemeente kunnen betekenen en wat de inwoners in zo’n geval kan overkomen. De klimaatstresstest maakt dat de gemeente interdisciplinair naar het klimaat op de lange termijn kijkt en naar mogelijke oplossingen. Het was voor Delhez een eyeopener op die manier de materie te onderzoeken. Met eenvoudige ingrepen zijn grote problemen te voorkomen en forse interventies zijn dan niet nodig. Verder worden in het kader van hittestress de effecten van hitte in Zeeland een jaar lang gemeten. Ook is gestart met de ontwikkeling van de klimaattoets, een instrument dat de Zeeuwse gemeenten helpt om bij ruimtelijke keuzes de klimaateffecten mee te nemen bij de bestuurlijke afweging.

 

Krachten bundelen

Uit de klimaatadaptatienota Inspelen op klimaatverandering in Zeeland blijkt dat de provincie Zeeland te maken krijgt met de maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen van wateroverlast, watertekorten, zeespiegelstijging en verzilting. De waterkwaliteit neemt af door hogere temperaturen en verminderde aanvoer van zoet water (blauwalg) en er kan schade aan de gewassen ontstaan door extreme regenval of droogte.

Het zijn wat betreft De Reu grote opgaven die aangepakt moeten worden. Zeeland zal alle krachten moeten bundelen, ook met Den Haag en de EU. Wel ziet hij voldoende kansen de leefomgeving adaptief in te richten voor extreme weerssituaties. Zo is samen met het Rijk een visie ontwikkeld op de toekomst van het Grevelingenmeer. Doordat daar geen getijde meer is, neemt de waterkwaliteit af. Er liggen plannen klaar om openingen in de Brouwersdam aan te brengen waardoor het zeewater weer naar binnen kan. ‘Daar kan ook een getijdenenergiecentrale worden aangelegd, en daarmee koppelen we direct de energietransitie aan de verbetering van de waterkwaliteit.’

Hedwigepolder

Het doorsteken van de zeewering ligt gevoelig in Zeeland, getuige de maatschappelijke discussie over het onder water zetten van de Hedwigepolder. Het lijkt volstrekt onlogisch in de strijd tegen de zee. De Reu: ‘We hebben altijd het zoute water buiten willen houden, maar de tijden veranderen. In het kader van verdragen met België moeten we ruimte bieden aan de Westerschelde. Het project Waterdunen speelt daarin ook een rol.’ Tijdens het VNG Jaarcongres gaat er een excursie naartoe.
Vanwege de strengere normen voor de zeeweringen door zeespiegelstijging en grotere golven is een dijkversterkingsprogramma uitgevoerd in West-Zeeuws-Vlaanderen. Via deze Zwakke Schakelprojecten werd geprobeerd om gelijktijdig met de waterveiligheid ook de ruimtelijke kwaliteit van de kust te versterken. Voor de dijkversterking moest een grote camping wijken. De eigenaar kon zich laten uitkopen, maar wilde liever zijn bedrijf voortzetten. Toen ontstond het idee om de nieuwe kustversterking te gebruiken om recreatie en nieuwe economische activiteiten te ontwikkelen plus nieuwe natuur die meetelt in de compensatie voor de verdieping van de Westerschelde.

Er is een getijdenduiker onder de dijk aangelegd met een sluis met schuiven. Bij vloed stroomt zout water naar binnen en bij eb eruit. De Reu: ‘Hierdoor ontstaat een ander soort natuur binnendijks terwijl achter in het gebied een kustlaboratorium komt waar zilte teelten ontwikkeld gaan worden. Denk daarbij aan zilte aardappelen of aan zeekraal en lamsoor die in de slikken en schorren van de Oosterschelde groeien. Met dit project zijn we een voorbeeld voor gemeenten en provincies. Het is een combinatie van kustversterking, natuur, recreatie en economie, heel bijzonder, duurzaam en ecologisch verantwoord.’

'We hebben altijd het zoute water buiten willen houden, maar de tijden veranderen'

Platform

Partijen zullen vooral moeten gaan samenwerken en communiceren over oplossingen. Daarom is in Zeeland het platform Klimaatadaptatie in Zeeland opgericht waaraan ook alle gemeenten deelnemen (zie kader op pagina 24). Het platform maakt inzichtelijk welke plannen er zijn, hoever het daarmee staat en hoe partijen elkaar daarbij kunnen helpen. ‘Daar is onder meer een klimaatstresstest voor de gemeenten uit voortgekomen. Als je de feiten niet kent, kun je ook geen maatregelen nemen.’
De provincie werkt ook met gemeenten samen om klimaatadaptatie te integreren in de ruimtelijke ordening. De nieuwe Omgevingswet komt eraan en daarin wil Zeeland nadrukkelijk meenemen wat de effecten zijn van de klimaatverandering. ‘Middelburg en Vlissingen wilden één ziekenhuis bouwen precies op de gemeentegrens. Die plek ligt toevallig op het diepste punt van Walcheren, daar was niet over nagedacht.We willen geen datacentra en gezondheidscentra op diep gelegen punten, die horen op een terp omdat ze kwetsbaar en onmisbaar zijn.’

De Reu stelt dat het bewustzijn van inwoners over de klimaatverandering over het algemeen laag is. ‘We moeten maatregelen nemen voor de toekomst en voor de volgende generaties. Samen met de gemeenten en het waterschap proberen we inwoners bewust te maken dat er wat verandert en waarom we maatregelen moeten nemen. De meeste winst valt te halen bij burgers en de grote industrie. Daarom moeten we ook alert zijn op actieve inwoners in de dorpen, zoals Marten Wiersma, die initiatieven nemen. Dat horen de overheden te stimuleren.’

Knelpunten

Ook dijkgraaf Toine Poppelaars erkent dat er een omslag in denken moet plaatsvinden. De primaire zeewering is op sterkte en voldoet aan de veiligheidsnormen, maar biedt geen soelaas tegen het water dat via de hemel en het achterland binnenkomt. ‘Inwoners stonden daar tot voor kort niet bij stil. Yerseke ondervond recent aan den lijve de overlast van hoosbuien. De knelpunten van de wateropvang daar waren bekend, maar niet snel genoeg verholpen. In sommige straten stond het water zo’n 50 centimeter hoog en liep de huizen in. Er wordt nu nieuwe riolering aangelegd die bedoeld is voor de afvoer van regenwater zodat de straten niet meer overstromen.’

Het waterschap heeft de knelpunten geïnventariseerd die zich bij regenval manifesteren en pakt de problemen aan. Dat gebeurt in samenwerking met de dertien Zeeuwse gemeenten. ‘Het besef begint te komen en de overheden en inwoners willen best maatregelen nemen, maar de vraag is hoe, in welk tempo en met welk geld. Gemeenten staan er verschillend in, de een werkt voortvarend mee, de ander vindt het moeilijker om de inwoners ermee te confronteren. Wat dat betreft komt de gezamenlijke investeringsagenda voor het nieuwe kabinet van VNG, IPO en UvW als geroepen. Gemeentebestuurders hebben klimaatadaptatie op de agenda staan en doen een aanbod richting het nieuwe kabinet.’

Poppelaars noemt Goes als voorbeeldgemeente die binnen de bebouwde kom bewust bezig is met klimaatadaptatie. Goes kijkt in bestaand stedelijk gebied naar tijdelijke opvanglocaties voor regenwater en richt de openbare ruimte daarop in. Ook onderzoekt de gemeente de capaciteit van het rioleringssysteem en koppelt het riool in een nieuwe woonwijk af van het regenwater.

'We moeten maatregelen nemen voor de volgende generaties'

Lastige opgave

Naast de samenwerking met gemeenten voor het oplossen van de waterproblemen binnenstedelijk, werkt het waterschap in het buitengebied aan de capaciteit van de gemalen en aan natuurvriendelijke oevers om zo de waterberging te vergroten. Ook worden met landbouworganisatie ZLTO proeven gedaan om de verzilting tegen te gaan en om zoet water langer vast te houden. ‘Dat is best een lastige opgave want we hebben hier van nature op veel plaatsen geen zoet water in de grond en willen alles wat uit de lucht valt zo lang mogelijk vasthouden.’

Het waterschap doet een praktijkproef met het vasthouden van zoet water door het gebruik van extra stuwtjes in de haarvaten van het watersysteem. De stuwtjes worden door de land- en tuinbouwers bediend. De eerste resultaten zijn positief. Wel was er discussie over wie de investering draagt. De kosten zijn voor de agrariërs daar het om tertiaire watergangen gaat.  

Waterpeil

Met het proces Planvorming Wateropgave neemt Scheldestromen het watersysteem per gebied en streeksgewijs onder de loep en bepaalt welke maatregelen noodzakelijk zijn om het gebied klimaatbestendig te maken. ‘Dat zijn intensieve processen want we hebben met veel functies vandoen zoals landbouw, recreatie en natuur. Die vragen allemaal om een eigen waterpeil. De bedreigingen zijn in ieder geval goed in beeld en daar werken alle betrokken partijen constructief in samen. Ik zie die bedreigingen dan ook als overkomelijk.’

De energietransitie van ’s Heer Hendrikskinderen

Energietransitie is onlosmakelijk verbonden met klimaatadaptatie. Het zijn immers de fossiele brandstoffen die voor een groot deel de klimaatveranderingen veroorzaken. In ’s Heer Hendrikskinderen (gemeente Goes) beschikken de dorpsbewoners sinds begin dit jaar over een elektrische deelauto en er wordt volop ingezet op energiezuinige woningen.

Een van de drijvende krachten is Marten Wiersma (oud-gedeputeerde voor GroenLinks), voorzitter van de dorpsraad van ’s Heer Hendrikskinderen en voorzitter van de raad van commissarissen van Zeeuwind, de oudste en grootste windcoöperatie van Nederland.

Enkele jaren geleden is een dorpsplan gemaakt waarin ook is afgesproken woningen levensloopbestendig te maken in het kader van zorg. Bij het uitwerken van de plannen kwam men tot de conclusie dat de woningen ook comfortabel moeten zijn en dat betekent isoleren. Toen was de link naar duurzaamheid en nul op de meter woningen snel gemaakt. Vervolgens is gezocht naar marktpartijen om die maatschappelijke opdracht samen met de bewoners en eigenaren op te pakken. Het dorp liep daarmee voorop en kreeg een duurzaamheidsprijs van de EU. Marktpartijen waren nogal huiverig.

Wiersma: ‘Toch worden steeds meer woningen geïsoleerd en zonnepanelen in ons dorp geplaatst dan enkele jaren geleden. Er is geen betere boodschapper dan de buurman. Het plan is om met een nieuw digitaal hulpmiddel en met energie-ambassadeurs van deur tot deur te gaan om met bewoners te overleggen. Daarbij zeggen we niet dat inwoners móéten isoleren, we vragen ze naar hun belangen en hoe hun wooncarrière eruitziet. Wij presenteren dit instrument straks als een menukaart waarbij de mens centraal staat, dat leidt tot energiebesparing.’s Heer Hendrikskinderen is een van de drie pilotdorpen waar een proefversie wordt gedraaid.’

Een wat ingewikkelder begrip

Wiersma erkent dat klimaatadaptatie voor de Zeeuw een wat ingewikkelder begrip is. De discussie over de Hedwigepolder, waar het in feite ging om het combineren van veiligheid, natuur en economie in een estuarium, is wat hem betreft totaal uit de hand gelopen. ‘Klimaatadaptatie verwerd hier tot ontpoldering. Natuurlijk staat het begrip op het netvlies want iedereen wordt geconfronteerd met wateroverlast. Er gebeurt ook van alles, maar de acceptatie voor ontwikkelingen achter de dijk waarbij water een rol speelt, zoals mosselteelt en visteelt op land, duurt hier langer. Wij moeten leren om met de natuur mee te werken en niet ertegen zoals de Zeeuwen dat altijd deden. De natuur als bondgenoot, dat vergt een cultuuromslag.’

Bij windcoöperatie Zeeuwind geldt de natuur al dertig jaar als een bondgenoot. Begonnen met drie kleine molens en honderd leden heeft de energiecoöperatie momenteel 30 megawatt productievermogen, 30 MW in aanbouw, telt 2.000 leden en heeft een balanstotaal van 21 miljoen euro. Dankzij een financieel solide basis kan de coöperatie zich verder ontwikkelen en is nu ook actief in zonne-energie. Daarnaast wordt onderzocht of getijdenenergie tot de mogelijkheden behoort.

Wiersma: ‘Wij streven ernaar windturbines dienstbaar te maken aan de regio en gaan daarbij niet uit van een planologisch probleem, maar van kansen op nieuwe vitaliteit. Onze laatste drie turbines zijn zonder enig bezwaar tot stand gekomen. In het kader van adaptatie en acceptatie zeer interessant. Intussen staat Rijkswaterstaat de bouw van turbines toe op primaire waterkeringen, een pilot. Die liggen verder weg van de bewoonde wereld en de dijken worden er ook nog eens sterker door. Maak dorpsbewoners nu eens mede-eigenaar van windmolens, daarmee stroomt een deel van de inkomsten terug naar het dorp ter revitalisatie. Dan ben je op een goede manier bezig de energietransitie in de samenleving te integreren.’