Jan van Zanen, voorzitter VNG: ‘Nieuwe zuurstof voor de lokale democratie’

Nummer 1, 26 januari 2018

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: © Hans Roggen

Koester de lokale democratie.’ VNG-voorzitter Jan van Zanen zegt het meermaals tijdens het interview met VNG Magazine. Hij kijkt uit naar het komende jaar, waarin raadsverkiezingen worden gehouden. ‘Deze brengen nieuwe zuurstof in de lokale democratie.’


Werken aan krachtige gemeenten door het versterken en vitaliseren van de lokale democratie. Dat vormt de belangrijkste ambitie van de verenigingsstrategie Gemeenten 2020. Mede gezien die ambitie lijkt 2018 een belangrijk jaar te worden: er zijn raadsverkiezingen, die leiden tot nieuwe raden en vervolgens tot nieuwe colleges en collegeprogramma’s.  
Daarnaast zal het kabinet-Rutte III na zijn inwerkperiode voluit aan de slag gaan. Dan wordt pas echt duidelijk wat het voor gemeenten precies in petto heeft en hoe de samenwerking met de VNG zal verlopen.  
 
Hoe belangrijk is 2018 voor de lokale democratie?  
‘Verkiezingen vormen de basis van de democratie. De raadsverkiezingen brengen nieuwe zuurstof in de lokale democratie. Het lokaal bestuur heeft de laatste jaren nog meer aan belang gewonnen; gemeenten hebben bijvoorbeeld door decentralisaties op het gebied van zorg, jeugd en participatie meer taken gekregen. Dat gaat gepaard met vernieuwingen in de aanpak en dat gaat over het algemeen uitstekend. Van de vier bestuursniveaus vind ik dat de democratie op lokaal niveau de meeste vitaliteit vertoont. Kiezer en gekozene zijn het meest dicht bij elkaar “in de buurt”. Ik kijk daarom erg uit naar de verkiezingen van 21 maart en de campagnes die eraan voorafgaan. Daarin kunnen kandidaten de inwoners als het ware aanraken en hun betrokkenheid tonen. Waar gaat het om? Wat is belangrijk? 
‘Het is goed dat het nieuwe kabinet er na een lange formatieperiode eindelijk is. Een groep nieuwe vrouwen en mannen die fris aan het werk gaat. Zij zullen er rekening mee moeten houden dat de lokale democratie nog belangrijker is dan voorheen. Ik heb in de tweeënhalf jaar dat ik voorzitter ben van de VNG gemerkt dat het Rijk zich terdege bewust is van de groeiende rol en betekenis van gemeenten. Ik mocht bijvoorbeeld twee keer met de onderhandelaars voor het nieuwe kabinet spreken, als VNG-voorzitter en als burgemeester van een van de vier grote gemeenten. Ook zij bleken doordrongen van het belang van de lokale democratie. Ik vind dat we met z’n allen de lokale democratie moeten koesteren. Vergeet niet dat elk stukje Nederland onder de verantwoordelijkheid valt van een gemeente. De raadsverkiezingen en het “echte” begin van het nieuwe kabinet maken 2018 tot een sleuteljaar voor de lokale democratie.’   


Minister Kajsa Ollongren (BZK) komt na de raadsverkiezingen met een actieplan voor versterking van de lokale democratie. Wat verwacht u ervan? 
‘Vernieuwingen binnen ons democratisch bestel vinden doorgaans hun oorsprong op lokaal niveau. Daar ontmoeten bestuurders en inwoners elkaar vaker. Als ik door de stad fiets, zie en hoor ik dingen die ik inbreng tijdens de collegevergadering en bespreek met medewerkers. Dat er voor het democratisch bestel van zo’n belangrijke bestuurslaag een actieplan komt, vind ik uitstekend. Daarbij hecht ik er vooral aan dat er vooraf wordt gesproken met beroepsgroepen van burgemeesters, wethouders, raadsleden, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers, maar ook met bewoners. Zij behoren inbreng te hebben aan de voorkant. Ik vind deze voeding bij mensen die lokaal hun werk doen bijna nog belangrijker dan de uiteindelijke inhoud van het plan. Wellicht dat er in het actieplan iets komt te staan over uitbreiding van bevoegdheden van de burgemeester. Ik zit niet direct op dergelijke voorstellen te wachten. Daar is de burger ook helemaal niet in geïnteresseerd. Onderwerpen als ondermijning van het lokaal bestuur door criminaliteit, weerbaarheid van de raad en het aanspreken van raadsleden en wethouders op hun gedrag horen wél in het actieprogramma te staan. 
‘Laten we niet vergeten dat lokale democratie er ook over gaat dat we nog kunnen laten zien wat we als gemeente doen. Het lukt vaak moeilijk om de boodschap over te brengen. Kunnen lokaal bestuurders en inwoners elkaar nog verstaan? Ik zeg het weer: koester die lokale democratie, ook tijdens de verkiezingscampagnes. Ga voor je idealen, voor de burgers en voor de gemeente, maar doe dat wel zo dat je nadat de verkiezingsuitslag bekend is, nog met elkaar door één deur kunt.’ 

Bij uw aantreden in 2015 als VNG-voorzitter noemde u versterking van de lokale democratie de belangrijkste opgave voor de komende jaren. Hoe urgent is dat nog? 
‘De lokale democratie leeft heel sterk. De Commissie Gemeente en Grondwet onder leiding van Jozias van Aartsen claimde in 2007 in haar rapport De eerste overheid een belangrijke rol voor gemeenten. Inmiddels zijn we de eerste overheid met een sterkere autonomie en meer differentiatie tussen gemeenten. Onnodig te zeggen dat de lokale democratie zo sterk mogelijk hoort te zijn. Goed dat het Rijk zich dat ook realiseert, maar het moet ook weten dat er nog leed is bij gemeenten. Zo hebben gemeenten de laatste jaren financieel fors bijgedragen aan de uitvoering van rijksbeleid; daarnaast schieten de centen bij de uitvoering van taken binnen het sociaal domein bij een aantal gemeenten tekort. De macrocijfers bieden lang niet altijd de oplossing voor wat micro speelt. Er zijn nadeelgemeenten. Dat zit me dwars, daar moet echt iets aan gedaan worden, want dat gaat bij die gemeenten ten koste van voorzieningen van burgers.  
‘De VNG maakt zich daar al geruime tijd, in alle geledingen, hard voor bij het Rijk. Overigens werken we goed samen met andere bestuurslagen. De VNG heeft bijvoorbeeld samen met de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg een voorstel aan het kabinet gedaan voor een investeringsagenda voor klimaatadaptatie en energietransitie: Naar een duurzaam Nederland. Interbestuurlijke samenwerking achten wij van zeer groot belang; we gaan er binnenkort, samen met de collega’s, over praten met het kabinet.’ 
 

Ik adviseer lokale bestuurders de straat op te gaan

Is er al sprake van versterking van de lokale democratie en kunt u voorbeelden noemen? 
‘Jazeker, er staat bij gemeenten al veel op de agenda. Ik noem bijvoorbeeld de Democratic Challenge, een programma van de VNG en het ministerie van BZK, dat is gericht op vernieuwing van de lokale democratie. Het afgelopen jaar hebben zich zo’n honderd experimenten aangesloten bij het programma. De ervaringen vormen input voor lokaal en rijksbeleid. Maar ik denk ook aan initiatieven als de G1000, bijeenkomsten waarbij inwoners bespreken wat zij belangrijk vinden voor de gemeente en waarvan de uitkomsten worden gepresenteerd in de gemeenteraad. Dergelijke initiatieven maken mij blij. Veel experimenten zijn nu aan de gang, en alles lukt natuurlijk niet in één keer, maar dat hoeft ook niet.’   
 
Waar liggen de kansen voor verdere verbetering van de lokale democratie? 
‘Toch vooral in betere communicatie met inwoners. Ik adviseer lokale bestuurders om de straat op te gaan, zich te laten uitschelden voor mijn part en zich te laten inspireren.’ 
 
Welke mogelijkheden bieden nieuwe media hierbij? 
‘In ieder geval de kans voor het lokaal bestuur om jongeren beter te bereiken. Ook hierdoor kan de lokale democratie van nieuwe zuurstof worden voorzien. Daar moeten gemeenten maximaal op inzetten. Als we het over media hebben, moet ik ook lokale media noemen. De lokale democratie kan niet zonder, pluriformiteit van en het kritisch volgen vanuit de lokale media zijn van het grootste belang.’ 
 
Hoe groot acht u het gevaar van ondermijnende criminaliteit voor de lokale democratie? 
‘Ik heb er niet mee te maken in mijn directie omgeving, bijvoorbeeld in de raad of onder de medewerkers van de gemeente Utrecht. Maar dat zegt natuurlijk niets, die ondermijnende criminaliteit komt zeker voor. Volgens de cijfers neemt de criminaliteit af. Ondermijnende criminaliteit gebeurt zonder dat we het zien, er is vaak geen sprake van aangiften. En als die in de samenleving voorkomt, dringt zij bijna vanzelf ook door tot de lokale democratie. We moeten straks bij de nieuwe wethouders, raadsleden en burgemeesters extra goed opletten of dezen geen belang hebben bij het criminele circuit. Onder meer Raadslid.Nu en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid zitten bovenop ondermijnende criminaliteit en het kabinet trekt honderd miljoen euro uit voor de intensivering van de aanpak ervan.’ 
Onderzoeken tonen aan dat burgers geen problemen hebben met het democratisch systeem, maar vaak wel met de rol van politici en bestuurders. Hoe kunnen zij het vertrouwen van inwoners vergroten? 
‘Door integer, betrouwbaar, degelijk en goed geïnformeerd te zijn en door hun kennis en vaardigheden op peil te houden. Dat geldt overigens ook voor ambtenaren van de gemeente. Ik raad raadsleden ook aan de straat op te blijven gaan en meningen van inwoners te peilen en zichtbaar en aanraakbaar te zijn.’ 

Lokale partijen komen dicht bij de leefwereld van inwoners, zei u bij uw aantreden als VNG-voorzitter. Hoe beoordeelt u hun bijdrage aan de lokale democratie? 
‘Het lijkt wel of nieuwe, lokale partijen op de een of andere manier soms wel in staat zijn om burgers met elkaar te verbinden waar dat andere partijen veel minder lukt. Dat vind ik knap, ik vraag me af hoe het komt dat zij er beter in slagen. Er zijn altijd al lokale partijen geweest. In de jaren zeventig vond men het, onder invloed van de toenemende polarisatie, ineens nodig om te doen of er VVD-rioleringen, PvdA-lantaarnpalen en christelijk-historische zebrapaden moeten zijn. Het was natuurlijk soms gekunsteld dat al die landelijke partijen zich ineens ook lokaal gingen organiseren. Maar is het bepalend voor de lokale politiek hoe het defensie- of buitenlands beleid eruit ziet? Nee. Lokale partijen kunnen vaak makkelijker lokale onderwerpen de voorkeur geven boven landelijke onderwerpen. Overigens doen lokale partijen niet alles beter dan landelijke partijen op lokaal niveau. Maar van elkaar leren dat kunnen traditionele, landelijke partijen en lokale partijen zeker.’ 
 
Hoezeer vreest u de negatieve gevolgen van versnippering van raden? 
‘Ik ben niet bang voor die gevolgen. De kiezer bepaalt uiteindelijk. Maar binnen een verdeeld huis is het lastiger zakendoen. Wat wel zorgwekkend is, is het ontstaan van eenmansfracties door afsplitsingen van partijen. Dat zou niet zo makkelijk mogelijk moeten zijn.’ 
 
Gemeenten voeren hun taken steeds meer uit samen met andere bestuurslagen. Welke ontwikkelingen voorziet u hierbij in het komende jaar? 
‘Ik merk bij het Rijk dat het steeds meer beseft dat het bij gemeenten moet zijn. Goed voorbeeld daarvan is de manier waarop het Rijk tijdens de recente verhoogde instroom van vluchtelingen zijn toevlucht zocht bij gemeenten. Daardoor kwamen uiteindelijk goede samenwerkingen tot stand. Wij hebben daar fantastisch aan meegewerkt. Ook de al genoemde investeringsagenda voor klimaatadaptatie en energietransitie met twee andere bestuurslagen illustreert die samenwerking. Daarnaast trekken gemeenten steeds meer samen op. Als wethouder en als raadslid kun je je werk niet meer goed doen als je de regio niet goed kent; daarin wordt samengewerkt op zo’n beetje alle gebieden.’ 
 
Er zijn straks nieuwe collegeprogramma’s. Hoe gaat de VNG die gebruiken bij de uitoefening van haar taken? 
‘Die gaan we natuurlijk analyseren en gebruiken voor onze agenda op middellange en lange termijn. De VNG krijgt straks ook een nieuw bestuur en nieuwe commissies, en daar kijk ik ook erg naar uit. Dat is eveneens nieuwe zuurstof. Dat wil overigens niet zeggen dat ik niet blij ben met het huidige bestuur en de commissies. Integendeel zelfs. Ik ben elke keer weer aangenaam verrast hoeveel kwaliteit en energie er in onze vereniging zitten. Heerlijk al die talenten en ideeën.’ 
 
De samenwerking tussen de VNG en het kabinet moet zich nog ontwikkelen. Waar liggen de kansen voor de VNG/gemeenten en waar verwacht u obstakels? 
‘Het kabinet heeft alle reden om zuinig te zijn op gemeenten. Het moet gemeenten ruimte geven om zelf beleid te maken, op maat, en met de mogelijkheid van onderling verschil. Het nieuwe kabinet zal echt werk moeten maken van de door ons bepleite reparaties van problemen binnen het sociaal beleid die bij een groot aantal gemeenten cumuleren. Het gaat om gemeenten die het de afgelopen jaren niet breed hebben gehad en die fors hebben bijgedragen om landelijk de boel weer op orde te krijgen. Ik zie uit naar de programmatische samenwerking met het kabinet. We hebben onze hand uitgestoken, maar er valt nog wel een aantal zaken te verhapstukken. Het gaat niet van-zelf, dat koesteren van de lokale democratie.’ 
 

Dank
Jan van Zanen: ‘Het nieuwe jaar is weer begonnen. En dit jaar is voor mijzelf ook weer goed begonnen; na een succesvolle operatie en een voorspoedig herstel heb ik mijn taken weer hervat. Als burgemeester en als voorzitter van de VNG. Velen van jullie hebben aan mij gedacht, de afgelopen weken. Via deze weg een dank aan iedereen die mijn taken tijdens mijn afwezigheid heeft waargenomen en voor alle hartelijke berichten die zijn ontvangen. Ik heb dat zeer op prijs gesteld.’