Interview burgemeester René Verhulst van Goes: What Goes on – in Zeeland

Nummer 9, 2 juni 2017

Auteur: Leo Mudde. Beeld: Jiri Büller

Zeeland is méér dan zon, zee en water. Het is ook de provincie die vooroploopt met de energietransitie en de biobased economy, waar vakmanschap het landschap en de economie heeft bepaald, maar die nu de vakmensen ziet wegtrekken. Vlak en winderig, maar saai? Integendeel. Gemeentebestuurders uit heel Nederland maken straks kennis met een veelzijdige regio.

De gastheer van het VNG Jaarcongres, burgemeester René Verhulst van Goes, neemt er graag de tijd voor om via VNG Magazine zijn collega-bestuurders kennis te laten maken met zijn stad. Herstel: met de provincie – want Goes mag dan in naam de gastgemeente zijn, alle Zeeuwse gemeenten, het waterschap en de provincie hebben in de vorm van het aanbieden van excursies hun medewerking verleend. Met veel enthousiasme, zegt Verhulst. ‘Middelburg bood vier excursies aan, dat is er uiteindelijk maar één geworden’. Hij heeft zich ervoor ingezet om alle aspecten en alle plekken van de provincie in het excursieprogramma aan bod te laten komen: van Hulst tot Schouwen-Duiveland en van Sluis tot Tholen. De rode draad: vakmanschap, niet geheel toevallig het congresthema van dit jaar.

Zeeland is water, zullen veel mensen van buiten de regio denken. Dat beeld gaat u rechtzetten?

‘Natuurlijk, er is heel veel water. Maar het programma wil veel meer laten zien, het gaat van Bevrijdingsmuseum tot Dow Chemical, van natuurgebied Waterdunen tot de zorg op Tholen.’

Waaruit blijkt het vakmanschap?

‘Zeeland is door de Zeeuwen gemaakt. We hebben het hier altijd zélf moeten doen, dat ondernemerschap zit er nog altijd in. Hier vond men altijd: de overheid, die heb je niet nodig. Natuurlijk zijn er nog altijd mensen die vinden dat de overheid alleen maar lastig is, met haar vergunningen, richtlijnen en aanschrijvingen. Maar er zijn er steeds meer die erkennen dat een beetje sturing en hulp van de overheid nodig zijn. Dat besef was er voor het eerst na de watersnoodramp van 1953. Daarna volgde de industrialisatie van het Sloegebied, er kwam een kerncentrale. Dat waren ingrepen door de overheid die het gebied en de economie flink hebben veranderd. Dat heeft tot een waardering van het vakmanschap van de overheid geleid.’

Vorig jaar constateerde een commissie onder leiding van oud-premier en geboren Zeeuw Jan Peter Balkende dat het weliswaar goed gaat met Zeeland, maar dat het problemen kan verwachten als er niets gebeurt. Het probleem van Zeeland is ‘urgentie op langere termijn’, schreef de commissie.

‘We zitten in een nieuwe fase. De industrie in het Sloegebied is zo’n beetje verdwenen, de kerncentrale staat, dankzij de huidige energieprijzen, droog te koken. Jongeren die weggaan om buiten de provincie te studeren, komen vaak niet terug. Daar moet je iets aan doen, daar zijn structuurveranderingen voor nodig en als de overheid dan in actie komt, is men daar toch wel blij mee.’

De commissie-Balkenende noemde vergrijzing en ontgroening als een van de grote bedreigingen.

‘We hebben een tekort aan vakmensen. Een multinational als Dow heeft honderden vacatures, maar moet massaal mensen uit het buitenland aantrekken. Het speelt ook in de zorg en de onderhoudsbedrijven. En bij gemeenten, het is lastig om vacatures vervuld te krijgen. We hebben de laagste werkloosheid van Nederland. Dat lijkt mooi, maar dat komt door het vertrek van onze jongeren, de ontgroening.’

Dat klinkt somber…

‘Valt mee hoor, ik kom altijd opgewekter terug van bijeenkomsten over krimp dan ik ernaartoe reed. Anders dan Friesland of Noordoost-Groningen heeft Zeeland heel sterke grenzen met Gent, Brugge, Antwerpen en West-Brabant. Daar kunnen we van profiteren. Belgen wonen en werken in Zeeuws-Vlaanderen, het toerisme zit in de lift, we gaan uit eten in België en de Belgen komen bij ons. De samenwerking en de relaties zijn goed, maar economisch profiteren we er heel weinig van.’

Hier in Zeeland vond men altijd: de overheid, die heb je niet nodig

Tijdens het gesprek scrolt Verhulst op zijn iPad regelmatig door de tekening die de afgelopen weken in delen in het hart van VNG Magazine is gepubliceerd en vandaag in volle glorie in het blad is gestoken. Hij is de bedenker ervan, een uitvloeisel van de stripboeken over Zeeland en de Zeeuwse geschiedenis die hij samen met tekenaar Danker Jan Oreel maakte.
‘Kijk’, zegt hij, ‘hier zie je de Antwerpse havenbaronnen, hier de koeltorens van de kerncentrales van Doel. Daar krijgen mensen een brief in de bus: of ze niet allemaal tegelijk de wasmachine aan willen zetten, want dat trekt de energievoorziening niet. Terwijl de kerncentrale in Borsele, 35 kilometer verderop, haar energie niet kwijtkan omdat de prijzen te laag zijn. Als we energie uit Oekraïne en Rusland kunnen halen, kunnen we het ook van Borsele naar Doel brengen. Maar als energiebedrijf Delta hierover het gesprek aangaat met netbeheerder Tennet, dan wordt zo’n prijs gevraagd dat het niet interessant is om te produceren. Dat is natuurlijk gek.’

Toch zijn er kansen voor Zeeland, constateerde de commissie-Balkenende.

‘Betere samenwerking van Zeeland Seaports met Antwerpen en Rotterdam, er komt geld voor onderzoek naar getijden- en windenergie waarmee de Campus Zeeland aan de slag kan, en er liggen kansen in de biobased economy en de energietransitie. Daar zijn nu al voorbeelden van. Bij Kruiningen staat de frietfabriek van Weston/Meijer en kijk (wijst op de tekening) naar de warmte door de schoorsteen die de lucht in gaat. Dat was vroeger, nu gaat de restwarmte door een buis naar de naastgelegen uienproducent Wiskerke Onions. Dat klinkt simpel, maar het kost vele tonnen en er zit een enorme techniek achter. Hier wordt wel heel concreet zichtbaar wat energietransitie kan inhouden.
‘Ook heel aardig: de chemische bedrijven Dow en Yara verwarmen de kassen in de kanaalzone Terneuzen-Gent. Daar hebben nooit kassen gestaan, die stonden in Kapelle want daar is de grond veel beter. Maar nu kunnen dankzij de restwarmte van de chemische industrie daar paprika’s, tomaten en komkommers worden geteeld. En niet in een klein broeikasje, nee het zijn hectaren en hectaren aan glas. Het is bijna het Westland.
‘En over mijn eigen gemeente: Balkenende noemde voor Goes al de zorg en het toerisme als sectoren waar de kansen liggen. Hier is de zorgsector de grootste werkgever, met een cluster van voorzieningen: algemeen ziekenhuis, psychiatrisch ziekenhuis, revalidatiecentra en verpleeghuizen.’

Zeeland als voorbeeld van wat de rest van Nederland te wachten staat. Is dat vakmanschap?

‘Zeker! Dit zijn dingen die je gebruikt om je structuur te versterken. Daar zijn mensen voor nodig om het uit te vinden en te onderhouden. Zoals we vroeger de Deltawerken hebben gebouwd en nog dagelijks moeten onderhouden. Een heleboel van de bedrijven die hier zitten zijn dagelijks bezig met werken aan sluizen, waterkeringen, kleppen en tandraderen zo groot dat ze niet eens in deze kamer passen – er is heel veel maakindustrie en dat levert werk op. Maar we hebben de mensen niet. Ze trekken weg, het aanzien van technische beroepen neemt af, maar we hebben ze keihard nodig – ook in de nautische sector.’

Laten we eens naar de gemeenten kijken. Twee jaar geleden was ik bij een bijeenkomst van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten, ook hier in Goes, over de Agenda 2020. Hoe moet de gemeente er dan uitzien, was de vraag. Unaniem vond Zeeland dat de burgerparticipatie moet toenemen. Hoe verhoudt dat zich tot het vakmanschap van lokaal bestuurders en ambtenaren, wat is dat straks nog waard als de inwoners het voor het zeggen krijgen?

‘In Goes werken we, zoals veel gemeenten, met een bewonerspanel. Zo hebben we de begroting voorgelegd aan de bewoners. Dat initiatief is positief ontvangen, maar achteraf bezien hadden we niet met de begroting moeten beginnen. Dat is ingewikkeld, je vraagt mensen bezuinigingsvoorstellen te doen, dat is een heel lastige. Het aardige is wel dat je mensen betrekt, we hebben veel mensen bereikt en een bestand aangelegd van hen met wie we vaker wat willen doen. 
‘Soms hoef je voor participatie geen instrumenten te bedenken. Hier in Goes zeggen mensen het direct in je gezicht als ze iets van de gemeente vinden. Dat is ook een vorm van participatie, ik ben blij dat ik bijna dagelijks iemand tegenkom die zijn of haar mening geeft.’

Is dat typisch Zeeuws?

‘Toen ik wethouder in Utrecht was, zei de fietsenmaker mij ook dingen recht in het gezicht. Maar daar ging het toch meer om het eigen belang. Bij een verkeersprobleem zeiden ze dan: los het maar in de straat hiernaast op. Dat zal hier nooit gebeuren. Hier gaan ze collectief op zoek naar een oplossing, daar stond ik wel van te kijken.’

U zei eerder dat Zeeuwen niet altijd op de overheid zitten te wachten. Hoe denken ze over het vakmanschap van de gemeente?

‘Je wordt niet als vakman geboren, dat word je door opleiding of ervaring en dat zal per gemeente verschillen. De handgrepen van participatie moet je ook in de praktijk opdoen en dan geef je het vakmanschap vorm. Je zult hier niet snel horen dat de gemeente niet naar de mensen luistert. Dat ze het er niet mee eens zijn, is iets anders, maar ze zeggen niet dat de gemeente er een zootje van maakt.’

Een Trump zou mislukken als burgemeester van Goes of Kapelle

Onder het kopje ‘What Goes on’ schrijft u op Facebook dagelijks over uw activiteiten. Voor de coverfoto van VNG Magazine wilde u per se tussen de mensen staan. U lijkt heel toegankelijk, hoort dat ook bij het vakmanschap van de burgemeester?

‘Ik zit hier nu ruim zes jaar, de tijd dat de burgemeester een lintjesknipper was heb ik niet meegemaakt. Het vak verandert, er is veel discussie over. Je hoeft geen genie te zijn, maar bepaalde vaardigheden moet je wel hebben. Een Trump zou mislukken als burgemeester van Goes of Kapelle. Annie Brouwer, de onlangs overleden oud-burgemeester van Utrecht, zei altijd: “Je moet als burgemeester goed kunnen praten, maar de belangrijkste eigenschap is dat je ook je mond moet kunnen houden.” Daar bedoel ik niet mee dat je iets stiekem moet doen, maar dat je op de juiste momenten even iets niet moet zeggen, maar dat op een later moment even rustig doorspreken.
‘Een burgemeester moet ook zo min mogelijk aan politiek doen: boven de partijen staan, en tussen de mensen. Als ik buiten de lijntjes kleur, word ik vanzelf gecorrigeerd, door mijn college of de raad. Ik wil ook gecorrigeerd worden, daar word ik beter en sterker van. De burgemeester die snel afhamert en roept “aldus besloten...”, daar ben ik niet zo van.’

Het zijn ook de burgemeesters die de trom roeren over de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en de ondermijning van het openbaar bestuur. Opvallend is dat uw Brabantse collega’s daarin vooroplopen. Lukt het Zeeland de criminaliteit buiten de deur te houden?

(Pakt de iPad met de tekening van Zeeland er weer bij) ‘Aan dit stukje van de tekening heb ik het meeste plezier beleefd: een Zeeuwse boer bij een op het strand gelopen bootje vol met cocaïne en verwonderd vraagt: “Suker?” De cocaïne-import is enorm. Van de hele kustlijn van West-Europa is Zeeland het meest ideale gebied om dingen met een bootje aan land te brengen of aan te laten spoelen, dat doe je niet bij de monding van de Maas of de Seine. Dit is het enige stuk land in zee. In dat bootje dat aanspoelde, zat duizend kilo cocaïne. Met Pasen is er ook van alles aangespoeld. Hier komt veel meer cocaïne het land binnen dan in Rotterdam, ook omdat er veel minder toezicht is. Uit eigen sterkte hebben we politiecapaciteit vrijgemaakt, maar het steekt dat bij de vorming van de nationale politie Rotterdam zijn havenpolitie mocht houden. Natuurlijk zouden wij ook een havenpolitie moeten hebben.
‘Dus ja, in Brabant is de criminaliteit heel zichtbaar, maar de cocaïne die je weghaalt uit een Brabantse villa komt wel hiervandaan.’

Als het probleem zo groot is, waarom wordt er dan niets aan gedaan?

‘Uit Zeeland verdwijnen steeds meer rijksdiensten, zoals de douane en voorheen de waterpolitie. En de marechaussee, vanwege de terrorismedreiging op Schiphol. Wij hebben toen een brief geschreven met de kop “Rijksdiensten eruit, criminaliteit erin”. Die zin is twintig keer in de media geciteerd, we zaten binnen twee weken bij de toemalige minister van Veiligheid en Justitie, Van der Steur. Hij is toen ook naar Zeeland gekomen en hij was toch wel onder de indruk, hij had geen idee hoe groot de zeehaven hier is. Maar ook mijn Brabantse collega’s zien dat onvoldoende. Als ik dit bij hen aankaart, zeggen ze: “Je moet eens met je collega van Steenbergen gaan praten. Daar hebben ze ook een haven en die hebben zo’n goed plan gemaakt.” Ja hallo, dat is een jáchthaven, daar hebben we er twintig van, in Zeeland. Ik heb het over zééhavens, dat is wel wat anders.’

Gelukkig keren de mariniers terug naar Vlissingen. Die hebben heel snelle bootjes…

‘Die doen niet aan opsporing, maar ze zorgen wel voor meer ogen op het water. Zoals mijn ex-collega Jaap Gelok van Borsele zei: “Dan zie ik in februari een bootje uitvaren, met twee mannetjes met roestige hengels… Maar die gaan echt niet vissen. Ja, naar kilo’s cocaïne.” Maar er wordt niet over gepraat, uit angst. Er zitten harde jongens achter. Die vissers zijn gewoon boodschappenjongens, die zeggen echt niet wie er achter zit als ze voor de rechter staan. Dan weet je wel hoe laat het is.’

De cocaïne die je weghaalt uit een Brabantse villa komt hiervandaan

Zeeland als narcoprovincie, dat is vast niet de herinnering die de bezoekers van het VNG Jaarcongres mee naar huis moeten nemen.

‘Ik hoop dat ze zien dat dit toch wel een heel bijzondere provincie is. Het is goed toeven hier. We hebben de meeste 100-jarigen, de meeste zonuren, de meeste sterrenrestaurants. Dat is óók vakmanschap, hoe we hier met voedsel omgaan. Maar ik zou ook willen dat ze iets meenemen van onze geschiedenis, het vakmanschap waarmee we Zeeland hebben gemaakt en wat gaan doen om het sterk te houden. Dat is lastig genoeg. De steden zijn nu booming, in de regio’s is het een stuk lastiger.
'Ik zie in Utrecht dingen gebeuren die in de tijd dat ik er wethouder was, ondenkbaar waren. De stad is nu in trek, in de regio moeten we er meer aan trekken. Ik hoop op die erkenning: de inzet is er, wij willen ook echt, maar om de structuur van de provincie te versterken, hebben we een steuntje in de rug nodig. En verder hoop ik dat iedereen hier veel plezier heeft, met de excursies, met Bløf… Mijn gedachte was: je bent in Goes, in de Zeelandhallen en in de stad dus dat zie je wel. Maar de rest van Zeeland moet je ook meepikken.’