Winkels & Horeca

Toegankelijkheid

Voorbeelden

  • Gemeente Nijkerk deelt pluimen uit aan organisaties die een voorbeeld zijn op het gebied van toegankelijkheid.
  • Gemeente Doetinchem gaat na of toiletten in restaurants en winkels toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Als dit het geval is wordt dit vermeld op de gemeentelijke website.
  • Tijdens de Week van de Toegankelijkheid heeft het Bredaas Centrum Gehandicaptenbeleid een ‘drempelactie’ uitgevoerd, door bij een vijftal ondernemers in de binnenstad een zogenaamde drempelhulp aan te leggen. Deze activiteit is gefinancierd door ING en de Gemeente Breda.
  • Gemeente Breda richt een informatiepunt in voor ondernemers en instellingen, waar zij terecht kunnen met vragen over het verbeteren van hun toegankelijkheid.
  • Diverse gemeenten hebben regels voor toegankelijkheid opgenomen in het bouwbesluit, en toetsen vergunningen hierop.
  • Gemeente Ameland inventariseert de toegankelijkheid van alle ondernemingen op het eiland.
  • Rotterdam heeft in de "Zeiknota" plannen vastgelegd om openbare toiletten te faciliteren. Bijvoorbeeld door horecagelegenheden een kleine vergoeding te geven voor de tegenprestatie het toilet open te stellen voor eenieder, ook zonder consumptie.
  • De toegankelijkheidskaart bevat handvatten, tips, trucs en handige links voor horecaondernemers om gastvrij te kunnen zijn voor mensen met een beperking.
  • Waar mogelijk, zet toegankelijkheid en inclusie op de agenda bij lokale Bedrijfsinvesteringszones (BIZ).

Wat zegt het VN-verdrag?

Artikel 9 Toegankelijkheid
1. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het leven, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en –systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Deze maatregelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op:
a. gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daarbuiten, met inbegrip van scholen, huisvesting, medische voorzieningen en werkplekken;
2. De Staten die Partij zijn nemen tevens passende maatregelen om:
b. te waarborgen dat private instellingen die faciliteiten en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek aanbieden, zich rekenschap geven van alle aspecten van de toegankelijkheid voor personen met een handicap;

Artikel 21
Vrijheid van mening en meningsuiting en toegang tot informatie
De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap het recht op vrijheid van mening en meningsuiting kunnen uitoefenen, met inbegrip van de vrijheid om op voet van gelijkheid met anderen informatie en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en te verstrekken middels elk communicatiemiddel van hun keuze, zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag, onder meer door:
c. private instellingen die diensten verlenen aan het publiek, ook via het internet, aan te sporen informatie en diensten ook in voor personen met een handicap toegankelijke en bruikbare vorm te verlenen;
d. de massamedia, met inbegrip van informatieverstrekkers via het internet, aan te moedigen hun diensten toegankelijk te maken voor personen met een handicap;
e. het gebruik van gebarentalen te erkennen en te bevorderen.

Artikel 30
Deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport
1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan het culturele leven en nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap:
c. toegang hebben tot plaatsen voor culturele uitvoeringen of diensten, zoals theaters, musea, bioscopen, bibliotheken en dienstverlening op het gebied van toerisme en zo veel mogelijk toegang tot monumenten en plaatsen van nationaal cultureel belang.
4. Personen met een handicap hebben op voet van gelijkheid met anderen recht op erkenning en ondersteuning van hun specifieke culturele en taalkundige identiteit, met inbegrip van gebarentalen en de dovencultuur.
5. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan recreatie, vrijetijdsbesteding en sportactiviteiten, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen:
c. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot sport-, recreatie- en toeristische locaties;
e. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot diensten van degenen die betrokken zijn bij de organisatie van recreatie-, toeristische, vrijetijds- en sportactiviteiten.

Wetten

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

1. Onderscheid is verboden bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, alsmede bij het geven van loopbaanoriëntatie en advies of voorlichting over school- of beroepskeuze, indien dit geschiedt:
a. in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
b. door de openbare dienst;
c. door instellingen die werkzaam zijn op het gebied van volkshuisvesting, welzijn, gezondheidszorg, cultuur of onderwijs of
d. door natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, voor zover het aanbod in het openbaar geschiedt.

Om aan de verplichtingen van het Verdrag te voldoen, is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz), gericht op onderwijs, arbeid, wonen en openbaar vervoer, nu uitgebreid met goederen en diensten.

Voor aanbieders van goederen en diensten geldt dat het VN-Verdrag hen verplicht tot het treffen van redelijke aanpassingen in een specifieke situatie. De Wgbh/cz legt geen algemene verplichting op tot het treffen van doeltreffende aanpassingen, maar een verplichting die afhankelijk van de individuele situatie specifiek ingevuld moet worden. Zo wordt voorkomen dat ondernemers grote investeringen moeten doen. De wet verbindt drie voorwaarden aan de doeltreffende aanpassingen:

  1. De aanpassing moet geschikt zijn (hij neemt de belemmering weg);
  2. De aanpassing moet noodzakelijk zijn (hetzelfde doel kan niet op een andere manier worden bereikt);
  3. De aanpassing vormt geen onevenredige belasting.

Nederland maakt de Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap en Chronische Ziekte (WGBH/CZ). Daarin staat:
Alle goederen en diensten moeten toegankelijk en bruikbaar zijn voor mensen met een handicap. Bijvoorbeeld:

  • iedereen moet een laptop of telefoon kunnen gebruiken
  • iedereen moet een gebruiksaanwijzing kunnen lezen. Dus die gebruiksaanwijzing is er ook met makkelijke woorden of in braille
  • websites zijn toegankelijk. Dus de informatie is makkelijk te vinden en makkelijk te begrijpen.
  • iedereen kan pinnen of een brief in de bus doen.
  • iedereen kan naar binnen in winkels, scholen, bank, bioscoop, klaverjasclub, tijdschriften, webwinkel.
  • iedereen kan mee met de trein of metro.
  • iedereen kan een krant of tijdschrift lezen.
  • iedereen moet bij de huisarts, tandarts naar binnen kunnen en geholpen worden.
  • iedereen kan bijeenkomsten van politieke partijen kunnen bijwonen.

Bejegening

Voorbeelden

  • In gesprekken met Centrummanagement Maastricht, horeca, ondernemers, etc. wordt ingegaan op het belang van een positieve bejegening. Tevens wordt er aandacht gevraagd voor de ‘toegankelijkheid van en doorgang in de winkel’ én de noodzaak van mobiele pinautomaten. Er wordt informatie verstrekt aan winkeliers en horeca over de wijze waarop ze aan de toegankelijkheid kunnen werken, denk hierbij bijvoorbeeld aan de criteria voor het Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid.

Wat zegt het VN-verdrag?

Artikel 9 Toegankelijkheid
1. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het leven, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en –systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Deze maatregelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op:
a. gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daarbuiten, met inbegrip van scholen, huisvesting, medische voorzieningen en werkplekken;
2. De Staten die Partij zijn nemen tevens passende maatregelen om:
b. te waarborgen dat private instellingen die faciliteiten en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek aanbieden, zich rekenschap geven van alle aspecten van de toegankelijkheid voor personen met een handicap;

Artikel 21
Vrijheid van mening en meningsuiting en toegang tot informatie
De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap het recht op vrijheid van mening en meningsuiting kunnen uitoefenen, met inbegrip van de vrijheid om op voet van gelijkheid met anderen informatie en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en te verstrekken middels elk communicatiemiddel van hun keuze, zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag, onder meer door:
c. private instellingen die diensten verlenen aan het publiek, ook via het internet, aan te sporen informatie en diensten ook in voor personen met een handicap toegankelijke en bruikbare vorm te verlenen;
d. de massamedia, met inbegrip van informatieverstrekkers via het internet, aan te moedigen hun diensten toegankelijk te maken voor personen met een handicap;
e. het gebruik van gebarentalen te erkennen en te bevorderen.

Artikel 30
Deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport
1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan het culturele leven en nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap:
c. toegang hebben tot plaatsen voor culturele uitvoeringen of diensten, zoals theaters, musea, bioscopen, bibliotheken en dienstverlening op het gebied van toerisme en zo veel mogelijk toegang tot monumenten en plaatsen van nationaal cultureel belang.
4. Personen met een handicap hebben op voet van gelijkheid met anderen recht op erkenning en ondersteuning van hun specifieke culturele en taalkundige identiteit, met inbegrip van gebarentalen en de dovencultuur.
5. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan recreatie, vrijetijdsbesteding en sportactiviteiten, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen:
c. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot sport-, recreatie- en toeristische locaties;
e. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot diensten van degenen die betrokken zijn bij de organisatie van recreatie-, toeristische, vrijetijds- en sportactiviteiten.

Wetten

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte
Om aan de verplichtingen van het Verdrag te voldoen, is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz), gericht op onderwijs, arbeid, wonen en openbaar vervoer, nu uitgebreid met goederen en diensten.

Voor aanbieders van goederen en diensten geldt dat het VN-Verdrag hen verplicht tot het treffen van redelijke aanpassingen in een specifieke situatie. De Wgbh/cz legt geen algemene verplichting op tot het treffen van doeltreffende aanpassingen, maar een verplichting die afhankelijk van de individuele situatie specifiek ingevuld moet worden. Zo wordt voorkomen dat ondernemers grote investeringen moeten doen. De wet verbindt drie voorwaarden aan de doeltreffende aanpassingen:

  1. De aanpassing moet geschikt zijn (hij neemt de belemmering weg);
  2. De aanpassing moet noodzakelijk zijn (hetzelfde doel kan niet op een andere manier worden bereikt);
  3. De aanpassing vormt geen onevenredige belasting.