Cultuur & Evenementen

Musea, theater, bioscoop

Voorbeelden

  • Gemeente Den Haag onderzoekt met de gevestigde cultuurinstellingen of het aanbod kunstzinnige dagbesteding voor mensen met een beperking toereikend genoeg is en wat hiervoor mogelijk nodig is.
  • Gemeente Den Haag Investeert in kunst van mensen met een beperking door kunstwerken, gemaakt door mensen met een beperking, te huren en tentoon te stellen.
  • Gemeente Almere brengt faciliteiten als ringleiding en boventiteling onder de aandacht bij culturele instellingen.
  • Culturele locaties in Groningen, zoals de stadsschouwburg, (pop)theaters en filmhuizen, hebben voorzieningen en hulpmiddelen voor bezoekers met een beperking, zoals inductielussen, kinbeugels en koptelefoons.
  • De RAAK stimuleringsprijs is een initiatief van Stichting Dedicon, het Oogfonds en het Van Abbemuseum. Hij wordt uitgereikt aan musea die het beste plan hebben hun collectie toegankelijk te maken voor mensen met een visuele beperking.
  • Het Cobra Museum heeft ervaart dat toegankelijkheid loont. Door de toegankelijkheid te verbeteren, hoopte het museum op tien procent meer omzet, omdat ongeveer tien procent een beperking heeft. Maar omdat de meeste mensen samen naar een museum gaan, steeg de omzet met ongeveer 30 procent.

Wat zegt het VN-verdrag?

Artikel 9 Toegankelijkheid
1. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het leven, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en –systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Deze maatregelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op:
a. gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daarbuiten, met inbegrip van scholen, huisvesting, medische voorzieningen en werkplekken;
2. De Staten die Partij zijn nemen tevens passende maatregelen om:
b. te waarborgen dat private instellingen die faciliteiten en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek aanbieden, zich rekenschap geven van alle aspecten van de toegankelijkheid voor personen met een handicap;

Artikel 21
Vrijheid van mening en meningsuiting en toegang tot informatie
De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap het recht op vrijheid van mening en meningsuiting kunnen uitoefenen, met inbegrip van de vrijheid om op voet van gelijkheid met anderen informatie en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en te verstrekken middels elk communicatiemiddel van hun keuze, zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag, onder meer door:
c. private instellingen die diensten verlenen aan het publiek, ook via het internet, aan te sporen informatie en diensten ook in voor personen met een handicap toegankelijke en bruikbare vorm te verlenen;
d. de massamedia, met inbegrip van informatieverstrekkers via het internet, aan te moedigen hun diensten toegankelijk te maken voor personen met een handicap;
e. het gebruik van gebarentalen te erkennen en te bevorderen.

Artikel 30
Deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport
1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan het culturele leven en nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap:
a. toegang hebben tot cultuuruitingen in toegankelijke vorm;
b. toegang hebben tot televisieprogramma’s, films, theater en andere culturele activiteiten in toegankelijke vorm;
c. toegang hebben tot plaatsen voor culturele uitvoeringen of diensten, zoals theaters, musea, bioscopen, bibliotheken en dienstverlening op het gebied van toerisme en zo veel mogelijk toegang tot monumenten en plaatsen van nationaal cultureel belang.
2. De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om personen met een handicap de kans te bieden hun creatieve, artistieke en intellectuele potentieel te ontwikkelen en gebruiken, niet alleen ten eigen bate maar ook ter verrijking van de maatschappij.
3. De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen in overeenstemming met het internationale recht om te waarborgen dat wetgeving ter bescherming van de intellectuele eigendom geen onredelijke of discriminatoire belemmering vormt voor de toegang van personen met een handicap tot cultuuruitingen.
4. Personen met een handicap hebben op voet van gelijkheid met anderen recht op erkenning en ondersteuning van hun specifieke culturele en taalkundige identiteit, met inbegrip van gebarentalen en de dovencultuur.
5. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan recreatie, vrijetijdsbesteding en sportactiviteiten, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen:
c. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot sport-, recreatie- en toeristische locaties;
e. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot diensten van degenen die betrokken zijn bij de organisatie van recreatie-, toeristische, vrijetijds- en sportactiviteiten.

Wetten

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte
Om aan de verplichtingen van het Verdrag te voldoen, is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz), gericht op onderwijs, arbeid, wonen en openbaar vervoer, nu uitgebreid met goederen en diensten.

Voor aanbieders van goederen en diensten geldt dat het VN-Verdrag hen verplicht tot het treffen van redelijke aanpassingen in een specifieke situatie. De Wgbh/cz legt geen algemene verplichting op tot het treffen van doeltreffende aanpassingen, maar een verplichting die afhankelijk van de individuele situatie specifiek ingevuld moet worden. Zo wordt voorkomen dat ondernemers grote investeringen moeten doen. De wet verbindt drie voorwaarden aan de doeltreffende aanpassingen:

  1. De aanpassing moet geschikt zijn (hij neemt de belemmering weg);
  2. De aanpassing moet noodzakelijk zijn (hetzelfde doel kan niet op een andere manier worden bereikt);
  3. De aanpassing vormt geen onevenredige belasting.

Festivals

Voorbeelden

  • Verschillende gemeenten hebben toegankelijkheidseisen opgenomen bij de verstrekking van vergunning voor evenementen.
  • Gemeente Maastricht nodigt organisatoren van evenementen , samen met belangengroepen, uit voor een rondetafelgesprek. Daarin inventariseren ze wat goed loopt, waar verbeterpunten zijn en hoe de gemeente eventueel kan faciliteren. De resultaten van de gesprekken dienen als input voor een nieuwe nota evenementenbeleid.
  • De organisatie Bredase Evenementen Ondersteuning (BEO) heeft een bewustwordingscampagne opgezet gericht op het toegankelijk maken van evenementen die in Breda georganiseerd worden.
  • Bij de verstrekking van evenementenvergunningen besteedt Gemeente Berkelland aandacht aan (nood)routes voor mensen met een beperking.
  • Het college van gemeente Utrecht heeft besloten dat alle evenementen die door de gemeente worden georganiseerd toegankelijk moeten zijn.
  • Zwolle heeft een festivalloket dat bestaat uit ervaringsdeskundigen die inspireren en adviseren op het gebied van toegankelijkheid.
  • Leiden en Almere organiseren een “prikkelarme kermis”.

Wat zegt het VN-verdrag?

Artikel 9 Toegankelijkheid
1. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het leven, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en –systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Deze maatregelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op:
a. gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daarbuiten, met inbegrip van scholen, huisvesting, medische voorzieningen en werkplekken;
2. De Staten die Partij zijn nemen tevens passende maatregelen om:
b. te waarborgen dat private instellingen die faciliteiten en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek aanbieden, zich rekenschap geven van alle aspecten van de toegankelijkheid voor personen met een handicap;

Artikel 21
Vrijheid van mening en meningsuiting en toegang tot informatie
De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap het recht op vrijheid van mening en meningsuiting kunnen uitoefenen, met inbegrip van de vrijheid om op voet van gelijkheid met anderen informatie en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en te verstrekken middels elk communicatiemiddel van hun keuze, zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag, onder meer door:
c. private instellingen die diensten verlenen aan het publiek, ook via het internet, aan te sporen informatie en diensten ook in voor personen met een handicap toegankelijke en bruikbare vorm te verlenen;
d. de massamedia, met inbegrip van informatieverstrekkers via het internet, aan te moedigen hun diensten toegankelijk te maken voor personen met een handicap;
e. het gebruik van gebarentalen te erkennen en te bevorderen.

Artikel 30
Deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport
1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan het culturele leven en nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap:
a. toegang hebben tot cultuuruitingen in toegankelijke vorm;
b. toegang hebben tot televisieprogramma’s, films, theater en andere culturele activiteiten in toegankelijke vorm;
c. toegang hebben tot plaatsen voor culturele uitvoeringen of diensten, zoals theaters, musea, bioscopen, bibliotheken en dienstverlening op het gebied van toerisme en zo veel mogelijk toegang tot monumenten en plaatsen van nationaal cultureel belang.
2. De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om personen met een handicap de kans te bieden hun creatieve, artistieke en intellectuele potentieel te ontwikkelen en gebruiken, niet alleen ten eigen bate maar ook ter verrijking van de maatschappij.
3. De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen in overeenstemming met het internationale recht om te waarborgen dat wetgeving ter bescherming van de intellectuele eigendom geen onredelijke of discriminatoire belemmering vormt voor de toegang van personen met een handicap tot cultuuruitingen.
4. Personen met een handicap hebben op voet van gelijkheid met anderen recht op erkenning en ondersteuning van hun specifieke culturele en taalkundige identiteit, met inbegrip van gebarentalen en de dovencultuur.
5. Teneinde personen met een handicap in staat te stellen op voet van gelijkheid met anderen deel te nemen aan recreatie, vrijetijdsbesteding en sportactiviteiten, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen:
c. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot sport-, recreatie- en toeristische locaties;
e. teneinde te waarborgen dat personen met een handicap toegang hebben tot diensten van degenen die betrokken zijn bij de organisatie van recreatie-, toeristische, vrijetijds- en sportactiviteiten.

Wetten

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte
Om aan de verplichtingen van het Verdrag te voldoen, is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz), gericht op onderwijs, arbeid, wonen en openbaar vervoer, nu uitgebreid met goederen en diensten.

Voor aanbieders van goederen en diensten geldt dat het VN-Verdrag hen verplicht tot het treffen van redelijke aanpassingen in een specifieke situatie. De Wgbh/cz legt geen algemene verplichting op tot het treffen van doeltreffende aanpassingen, maar een verplichting die afhankelijk van de individuele situatie specifiek ingevuld moet worden. Zo wordt voorkomen dat ondernemers grote investeringen moeten doen. De wet verbindt drie voorwaarden aan de doeltreffende aanpassingen:

  1. De aanpassing moet geschikt zijn (hij neemt de belemmering weg);
  2. De aanpassing moet noodzakelijk zijn (hetzelfde doel kan niet op een andere manier worden bereikt);
  3. De aanpassing vormt geen onevenredige belasting.