Inclusief onderwijs

Gezamenlijke ambitie met onderwijs

Voorbeelden

  • Gemeente Groningen organiseert in overleg met twee basisscholen een Samen naar school klas. Dit houdt in dat kinderen met een lichamelijke en verstandelijke beperking met begeleiding bepaalde lessen samen met leerlingen uit het regulier basis onderwijs volgen.
  • Gemeente Den Haag stelt samen met dienst SZW, Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO), MEE, CJG een (regionaal) plan van aanpak op voor een betere aansluiting school en zorg.
  • Gemeente Stadskanaal heeft in Op overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met het onderwijs afspraken gemaakt over ondersteuningsplannen en zorgvoorzieningen in het kader van Passend onderwijs.

 

Wat zegt het VN-verdrag?

Artikel 8: bevordering van bewustwording, Artikel 24: onderwijs

De rol van gemeenten op het gebied van onderwijs ligt met name bij de huisvesting. Gezien de geleidelijke verandering naar een inclusieve samenleving is er geen verplichting direct alle onderwijsgebouwen te verbouwen, maar een moment van verhuizing of verbouwing dient wel aangegrepen te worden om de toegankelijkheid van begin af aan mee te nemen.

Artikel 8
Bevordering van bewustwording
2. Maatregelen daartoe omvatten:
b. het op alle niveaus van het onderwijssysteem, dus ook onder jonge kinderen, bevorderen van een respectvolle houding ten opzichte van de rechten van personen met een handicap;

Artikel 24
Onderwijs
1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren en wel met de volgende doelen:
a. de volledige ontwikkeling van het menselijk potentieel en het gevoel van waardigheid en eigenwaarde en de versterking van de eerbiediging van mensenrechten, fundamentele vrijheden en de menselijke diversiteit;
b. de optimale ontwikkeling door personen met een handicap van hun persoonlijkheid, talenten en creativiteit, alsmede hun mentale en fysieke mogelijkheden, naar staat van vermogen;
c. het in staat stellen van personen met een handicap om effectief te participeren in een vrije maatschappij.
2. Bij de verwezenlijking van dit recht waarborgen de Staten die Partij zijn dat:
a. personen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van het algemene onderwijssysteem, en dat kinderen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van gratis en verplicht basisonderwijs of van het voortgezet onderwijs;
b. personen met een handicap toegang hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs en tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de gemeenschap waarin zij leven;
c. redelijke aanpassingen worden verschaft naar gelang de behoefte van de persoon in kwestie;
d. personen met een handicap, binnen het algemene onderwijssysteem, de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs te faciliteren;
e. doeltreffende, op het individu toegesneden, ondersteunende maatregelen worden genomen in omgevingen waarin de cognitieve en sociale ontwikkeling word geoptimaliseerd, overeenkomstig het doel van onderwijs waarbij niemand wordt uitgesloten.

Wisselwerking onderwijs & zorg

Voorbeelden

  • In veel gemeenten werken sociale teams en onderwijs samen om  vroegtijdig problemen en ontwikkelingsachterstanden te signaleren en aansluitend passende ondersteuning te bieden.
  • Laat je inspireren in het magazine 'Zo kan het ook', inclusief voortgezet onderwijs

 

Wat zegt het VN-verdrag?

De rol van gemeenten op het gebied van onderwijs ligt met name bij de huisvesting. Gezien de geleidelijke verandering naar een inclusieve samenleving is er geen verplichting direct alle onderwijsgebouwen te verbouwen, maar een moment van verhuizing of verbouwing dient wel aangegrepen te worden om de toegankelijkheid van begin af aan mee te nemen.

Artikel 8
Bevordering van bewustwording
2. Maatregelen daartoe omvatten:
b. het op alle niveaus van het onderwijssysteem, dus ook onder jonge kinderen, bevorderen van een respectvolle houding ten opzichte van de rechten van personen met een handicap;

Artikel 24
Onderwijs
1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren en wel met de volgende doelen:
a. de volledige ontwikkeling van het menselijk potentieel en het gevoel van waardigheid en eigenwaarde en de versterking van de eerbiediging van mensenrechten, fundamentele vrijheden en de menselijke diversiteit;
b. de optimale ontwikkeling door personen met een handicap van hun persoonlijkheid, talenten en creativiteit, alsmede hun mentale en fysieke mogelijkheden, naar staat van vermogen;
c. het in staat stellen van personen met een handicap om effectief te participeren in een vrije maatschappij.
2. Bij de verwezenlijking van dit recht waarborgen de Staten die Partij zijn dat:
a. personen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van het algemene onderwijssysteem, en dat kinderen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van gratis en verplicht basisonderwijs of van het voortgezet onderwijs;
b. personen met een handicap toegang hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs en tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de gemeenschap waarin zij leven;
c. redelijke aanpassingen worden verschaft naar gelang de behoefte van de persoon in kwestie;
d. personen met een handicap, binnen het algemene onderwijssysteem, de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs te faciliteren;
e. doeltreffende, op het individu toegesneden, ondersteunende maatregelen worden genomen in omgevingen waarin de cognitieve en sociale ontwikkeling word geoptimaliseerd, overeenkomstig het doel van onderwijs waarbij niemand wordt uitgesloten.