Hoe Global Goals je gemeente een boost kunnen geven

Atriumbijeenkomst op 6 november over duurzame ontwikkelingsdoelen

Foto's: Serge Ligtenberg

Je wordt mens door de verbinding met andere mensen. Een individu bestaat dankzij de groep, de groep dankzij individuen; je bent er voor elkaar. Dat is de kern van ubuntu, de humanistische filosofie uit Zuidelijk Afrika. Frank Landman, directeur bij de gemeente Rheden kwam in Zuid-Afrika in aanraking met ubuntu. Het gaf hem de inspiratie voor een geheel andere inrichting van de gemeentelijke organisatie. Niet meer in de kokers van verschillende domeinen, maar integraal met als ordenend principe de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Het leverde de organisatie een flinke boost op.

Landman vertelt erover bij VNG Atriumlezing over de duurzame ontwikkelingsdoelen, of de ‘Global Goals’. Hij staat op het podium samen met Wobine Buijs, burgemeester van Oss. Plaatsvervangend directeur Pieter Jeroense van de VNG treedt vaardig op als Jeroen-Pauw-van-dienst. ‘Wat was je drive om met de duurzame ontwikkelingsdoelen aan de slag te gaan’, vraagt hij. Landman vond die ver weg in Zuid-Afrika, Buijs juist om de hoek. Op het hoogtepunt van de economische crisis ging de farmaceutische fabriek van Organon dicht, meer dan tweeduizend mensen verloren hun baan. ‘Toen heb ik ervaren hoe mondiale ontwikkelingen lokaal hun weerslag hebben,’ zegt Buijs.

Dankzij dezelfde notie – de verbinding tussen lokaal en mondiaal – vond Oss weer de weg omhoog. Met bedrijven en het onderwijs vormde de gemeente een coalitie om aan te sluiten bij twee specifieke Global Goals: geen honger (Global Goal 2) en verantwoorde productie en consumptie (Global Goal 12). De gemeente – of liever de regio – versterkte haar economische profiel van typische voedseltechnologie-regio. Er kwam een sciencepark voor de farmaceutische sector en een talentencampus voor voedsel en sport. Het trok veel nieuwe bedrijven naar de regio wat economische groei bracht en als bonus een gedreven gemeenschap met een gezamenlijk doel: verduurzaming.

Voor iedereen is er een koekje in de trommel, Nederland neemt er meteen zes

 

 

Zo illustreren Buijs en Landman in een notendop hoe Global Goals de lokale ontwikkeling versterken en tegelijk bijdragen aan een betere wereld. Oss werd daarvoor dit jaar onderscheiden als de meest inspirerende Global-Goals-gemeente, Rheden als de veelbelovendste.

Meerjarenvisie gemeenten 2020-2024

De 17 duurzame ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 in VN-verband ondertekend door de leiders van alle 193 landen. Samenwerken aan een betere wereld, dat was het idee, vertelt Jeroense. Lokale overheden spelen een sleutelrol; de duurzame ontwikkelingsdoelen gaan hand in hand met alle grote gemeentelijke opgaven: ongelijkheid verminderen, integratie, duurzame productie en consumptie, leefbaarheid en participatie. Niet voor niets gaat de Atriumbijeenkomst vandaag over de Global Goals. Die is ook bedoeld om te verkennen of en hoe de duurzame ontwikkelingsdoelen een plek moeten krijgen in de meerjarenvisie Gemeenten 2020-2024.

Een kleine zestig mensen luisteren en praten mee in het Atrium, de helft van hen werkt bij een gemeente, sommige overwegen om net als Oss en Rheden te gaan werken vanuit de Global Goals. ‘Hoe hebben jullie daarvoor politiek de handen op elkaar gekregen?’, vraagt Jeroense. Buijs vertelt dat - van links tot rechts - iedereen in Oss het erover eens was. ‘We hebben al voor de Millenniumdoelen een platform opgezet met de directeuren van alle maatschappelijke organisaties en met vertegenwoordigers van alle politieke partijen, dit platform werd leidend om ook de Global Goals te agenderen. Daarnaast was werk het centrale thema en vandaar uit zijn we om de tafel gegaan met het onderwijs en het bedrijfsleven.’ Dat is allemaal nogal praktisch en economisch, maar de burgemeester heeft ook een persoonlijk drive.

‘Omdat ik oma ga worden denk ik steeds vaker: hoe laten we de wereld achter?

 

 

In Nederland zitten we op een ecologische footprint van ruim 6. Stel je het voedsel, de grondstoffen en de energie voor als een grote koektrommel. Voor iedereen op de wereld is er een koekje. Maar Nederland is het eerst aan de beurt en we nemen er meteen zes.’

Ook Rheden zoekt het in de kracht van de samenleving en in het verbinden van verschillende opgaven. Landman geeft een voorbeeld. ‘Bij ons is voedsel ook een belangrijke sector. De hogeschool kweekt en verbetert groenten samen met een aantal bedrijven. Ze klopten bij de gemeente aan voor een stukje grond. De oogst van dat landje gaat naar mensen met weinig inkomen. Zo koppelen we verschillende Global Goals.’

Armoede halveren

Hugo von Meijenfeldt is vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken coördinator voor de implementatie van de Global Goals, ook in Nederland zelf. Zijn taak is te enthousiasmeren, te coördineren en te verbinden wat er aan verschillende tafels gebeurt, en resultaten te meten en te rapporteren. Hij luistert met instemming naar de praktijkverhalen van Rheden en Oss.

Als er ergens integraal kan worden gewerkt is het wel in gemeenten, meer dan bij het Rijk waar de verkokering lastiger is te doorbreken.

 

Von Meijenfeldt zegt dat sommige dingen goed gaan, maar dat Nederland met een aantal Global Goals flink achterblijft. ‘Onze ecologische footprint is zo’n voorbeeld, evenals het relatief lage percentage vrouwen op topposities. Ook op het gebied van klimaat en energie lopen we achter, mogelijk omdat we verwend zijn met het Groninger aardgas.’ Vindt Von Meijenfeldt zelf dat er meer politieke urgentie op de Global Goals moet, vraagt Jeroense. ‘Kan en mag hij daar als ambtenaar iets over zeggen?’ Von Meijenfeldt durft het wel aan. Hij vertelt dat de regeringsleiders concreet hebben afgesproken dat de armoede moet worden gehalveerd. Op de schaal van Nederland betekent dit niet 300 duizend, maar nog maar 150 duizend mensen op het bestaansminimum. ‘Daar is op nationale schaal nog geen beleid op ontwikkeld. Dat moet wel gebeuren. Niet omdat ik het vind, maar omdat het een internationale afspraak is.’

Meetbare doelen

In Oss en in Rheden vormen de Global Goals het raamwerk voor de gemeentelijke organisatie. ‘Dat leidt tot een andere kijk op vraagstukken en een andere manier van organiseren,’ zegt Buijs. ‘Het is veel meer: wat doen we samen en wat kunnen we zelf?

Werken vanuit de 4 a’s: alliantie, ambitie, agenda en activiteiten.

 

 

Landman herkent de aanpak, hij vertelt ook dat dit voor sommigen in de organisatie flink wennen was. ‘Medewerkers waren gewend te werken vanuit hun expertise. Nu staat de opgave centraal, dat vraagt om de betrokkenheid van meer specialismen. Dat gaat niet vanzelf, maar het levert veel op.’ In de zaal vraagt een deelnemer of Nederland niet veel te vrijblijvend omgaat met de Global Goals. De wereldleiders hebben immers afgesproken dat de doelen in 2030 verwezenlijkt moeten zijn. Landman en Buijs vertellen in reactie hoe ze in hun gemeenten meetbare doelen hebben gesteld. Oss wil bijvoorbeeld op termijn alle energie zelf opwekken of duurzaam inkopen. Rheden wil in 2040 volledig energieneutraal zijn.

Monitoring

De Global Goals worden op nationaal niveau gemonitord door het CBS. In de zaal zit Lieneke Hoeksma van het CBS. Ze vertelt dat haar organisatie kan meedenken over het meetbaar maken van Global Goals-doelen op gemeentelijk niveau. Ook www.waarstaatjegemeente.nl kan daarin een rol spelen, zegt iemand van VNG Realisatie. De VNG is dit samen met een aantal gemeenten verder aan het uitwerken. In de zaal is ook een ruime vertegenwoordiging van de gemeente Delft. Catherine Bij de Vaate, raadslid uit die plaats, oppert om raadsleden een Global Goal te laten adopteren. Landman en Buijs vinden het een prima plan. In Rheden gaan ze koppels maken rond elk van de Global Goals: een medewerker van de gemeente, een ambassadeur uit de samenleving en een gemeenteraadslid.

Frans Bollen van de gemeente Doorn vraagt of werken vanuit de Global Goals wordt bemoeilijkt door de tekorten op het sociaal domein. Landman en Buijs herkennen dat probleem. Het antwoord: de Global Goals versterken de focus op het sociaal domein en werken met coalities vergroot het arsenaal van oplossingen. Tanja de Jonge, wethouder in Barendrecht vertelt dat het in die plaats is gelukt de Global Goals op te nemen in het collegeprogramma. Maar hoe pak je het nu verder aan? Buijs geeft de tip om Global Goals te verbinden aan de al bestaande programma’s: welke programma’s werken aan welke Global Goals? Stap twee is om er andere partners bij te halen: scholen, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Stap drie is een agenda te maken waaraan mensen zich committeren. Landman voegt eraan toe dat het Rheden is gelukt om de uiteindelijke portefeuilleverdeling in college vrijwel geheel in lijn te brengen met de indeling van de clusters van Global Goals in de organisatie.

Buitenlands beleid

Buijs heeft zelf ook nog een vraag, of eigenlijk twee: zijn de Global Goals leidend voor het buitenlands beleid van Nederland? Kan het Rijk gemeenten meer stimuleren met de Global Goals te werken? Von Meijenfeldt zegt dat het Rijk zich heeft verplicht nieuwe wetgeving aan de Global Goals te toetsen. ‘Dat klinkt saai, maar het helpt enorm. Misschien is zoiets denkbaar voor gemeenten, maar we moeten kijken wat gemeenten zou helpen. Met een persoon hebben de Global Goals de wind nu flink mee: minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Haar nota staat bol van de Global Goals.’ De aanwezigen bij de Atriumlezing zien in elk geval de waarde van de doelen - ook voor het beleid in Nederland - zeker zitten.