Groen licht voor glasvezel

Nummer 7, 20 april 2018

Tekst: Marten Muskee

Drie vragen aan ... Kees Zondag, wethouder (ZVV) in Zaltbommel


Rivierenland krijgt als eerste Nederlandse regio goedkeuring van de Europese Commissie om een open (glasvezel)netwerk in het buitengebied aan te leggen. De samenwerkende gemeenten willen snel internet voor ruim 12.000 woningen, vertelt Kees Zondag, wethouder in Zaltbommel en regionaal portefeuillehouder glasvezel.

1.    Gefeliciteerd, hoe heeft u dit voor elkaar gekregen?
‘Door tien gemeenteraden sinds 2014 standvastig mee te nemen in het proces om alle adressen in het buitengebied aan te sluiten op een breedbandverbinding via glasvezel. Dat wordt een open netwerk zonder buitengebiedtoeslag, waarbij naast het gebruikelijke internet, telefonie en digitale televisie ruimte is voor onderwijs en zorg op afstand en voor overheidsinformatie. De digitale ontsluiting geeft een boost aan de leefbaarheid en economische kansen in de regio Rivierenland. We hebben alle marktpartijen gevraagd of ze in de komende drie jaar plannen hebben om deze voorziening in onze regio aan te leggen. Dat bleek niet het geval. Daarnaast onderzochten we hoe de Europese Commissie tegenover het plan staat qua staatssteun. Het gebied is op huisnummerniveau gescand op de voorwaarden die Europa stelt aan het recht op breedbandvoorzieningen. Daaruit bleek dat circa 12.000 woningen niet voldoen aan die EU-normen voor digitale ontsluiting. We hebben Brussel voorgesteld een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van dit plan. Via het notificatietraject dat anderhalf jaar duurde, kregen we te horen dat het initiatief een goede kans van slagen maakte. Kort daarna kregen we de formele melding om de uitrol van het netwerk met overheidsgeld te mogen financieren. Ook moesten we nationaal juridisch nog uitzoeken of we breedbandinfrastructuur kunnen aanmerken als een nutsvoorziening.’
 
2.    Hoe gaat het businessmodel eruitzien?
‘We leggen een zogeheten passiefnetwerk aan, dat zijn de kabels en de kastjes. De belichting en de aangeboden diensten besteden we uit. Zie het als de overheid die een weg aanlegt. We bepalen niet wie welke auto koopt en welke auto wat vervoert over de weg. Andere partijen zorgen voor het transportmiddel, de diensten en het onderhoud. Iedereen mag erop tegen de reguliere prijzen die door de nationale overheid zijn vastgesteld. De tien gemeenten richten een gemeenschappelijke overheidsentiteit op via een gemeenschappelijke regeling. Die besteedt de aanleg uit via geleend geld waar de gemeenten garant voor staan. Het geld wordt terugverdiend uit de contracten met de partijen die op het netwerk hun diensten aanbieden.’

3.    Boden andere initiatieven in het land (zo’n 75) geen mogelijkheden?
‘Het grote verschil met ons plan is dat die initiatieven geboren worden uit de oprichting van een privaatrechtelijke entiteit als een stichting of vereniging. Dan ben je dus een marktpartij. Omdat overheden gemakkelijker aan geld kunnen komen dan marktpartijen, wordt in dat geval de rente op de financiering kunstmatig duurder gemaakt. In een geografisch klein gebied vormt dat niet zo’n groot risico, maar in Rivierenland ligt dat anders. Daarnaast zullen marktpartijen met voorstellen komen voor een eigen gunstig businessmodel en daar hoort een dekkingsgraad van honderd procent in de regel niet bij. Dan kan de overheid ook geen digitaal contact met de inwoners eisen. Het voordeel van ons model is dat we geen rendement hoeven te garanderen aan investeerders, dat we de afschrijving van het netwerk op vijftig jaar zetten tegen lagere afschrijvingskosten en dat we met een kleine organisatie geen overheadkosten maken.’